Het zegel van het profeetschap en zijn kleding#
Het zegel. Tussen zijn schouders had de Profeet ﷺ het zegel van het profeetschap, een teken van zijn profeetschap. De laatste monnik bij wie Salmān al-Fārisī verbleef, beschreef de komende profeet: hij eet geschenken maar geen liefdadigheid, en tussen zijn schouders zit het zegel (Aḥmad; al-Albānī ḥasan). De monnik Baḥīrā herkende hem als jongen aan het zegel, onder het kraakbeen van zijn schouder, als een appel (at-Tirmidhī, die het ṣaḥīḥ noemt). Jābir ibn Samura: het was een rode verhoging zo groot als een duivenei (at-Tirmidhī; Muslim). Al-Qurṭubī: de betrouwbare hadith zijn het erover eens dat het een uitstulping was bij de linkerschouder, zo groot als een duivenei. Volgens het boek is niet bewezen dat er 'Allah' of 'Muḥammad' op stond (p. 21).
Zijn kleding. Umm Salama: het liefst droeg hij het hemd (qamīṣ) (Abū Dāwūd, at-Tirmidhī, an-Nasāʾī; al-Albānī ṣaḥīḥ). Ibn ʿUthaymīn: omdat het meer bedekt en uit één stuk is. Anas: hij hield ook van de ḥibara, een gestreepte Jemenitische mantel (al-Bukhārī en Muslim).
Bij nieuwe kleding noemde hij het kledingstuk en zei: O Allah, U komt de lof toe, U hebt mij ermee gekleed. Ik vraag U om het goede ervan en het goede waarvoor het is gemaakt, en zoek bij U bescherming tegen het kwade ervan en het kwade waarvoor het is gemaakt (at-Tirmidhī en Abū Dāwūd; al-Albānī ṣaḥīḥ).
Wit. Draag witte kleding, want dat is uw beste kleding, en wikkel uw doden erin (at-Tirmidhī en Abū Dāwūd, van Ibn ʿAbbās). Zijn kleding kwam tot halverwege het onderbeen en zijn mouw tot de pols.
Rood. Abū Juḥayfa zag hem in een rode ḥulla (al-Bukhārī en Muslim). Volgens het boek was die niet puur rood maar gestreept, en dat is de sterkste mening. Ibn ʿUthaymīn: puur rood is verboden, rood met wit mag.
Kernpunten
- Het zegel van het profeetschap: een rode verhoging zo groot als een duivenei, bij de linkerschouder.
- Monniken herkenden hem eraan (Salmān, Baḥīrā).
- Er stond volgens het boek geen tekst op.
- Zijn liefste kledingstuk was het hemd; hij hield van wit.
- Bij nieuwe kleding een vaste smeekbede.
- Puur rood is volgens het boek verboden; gestreept rood mag.
Bron: السيرة النبوية (٢): الشمائل النبوية, les 5, vanaf p. 21.
Begrippen
- خاتم النبوة khātam an-nubuwwa · zegel van het profeetschap
- een rode verhoging tussen zijn schouders, teken van zijn profeetschap (les 5, p. 21)
- القميص al-qamīṣ · hemd, lang overhemd
- een kledingstuk uit één stuk; zijn favoriet (les 5, p. 22)
- الحبرة al-ḥibara · Jemenitische mantel
- gestreepte mantel van katoen uit Jemen (les 5, p. 22)
- الحلة al-ḥulla · pak van twee delen
- een onder- en een bovenkleed van dezelfde stof (les 5, p. 23)
- الرسغ ar-rusgh · pols
- tot hier kwam zijn mouw (les 5, p. 23)