Eenheid 1: De eigenschappen: uiterlijk en kleding#
Overzicht
Eenheid 1 · 5 lessen
De eigenschappen: uiterlijk en kleding
Vijf lessen samen op één pagina
Waarom je de eigenschappen van de Profeet ﷺ bestudeert; daarna zijn gezicht, haar, grijze haren, kapsel, baard, lichaam en huidkleur, het zegel van het profeetschap en het begin van zijn kleding.
Bron: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 8–23
Eenheid 1 in één kaart
Van het belang van de eigenschappen naar zijn uiterlijk en kleding.
- hem volledig kennen
- meer liefde
- navolging
- twijfels weerleggen
- mooier dan de maan
- wat rond
- tussen oorlel en schouders
- weinig grijs
- eerst hangend, dan gescheiden
- een volle baard
- de baard laten staan
- gemiddelde lengte
- stralend lichte huid
- als een duivenei
- de qamīṣ
- wit
Het hoofdstuk in één oogopslag
Shamāʾil is het meervoud van shimāl en shamīla: natuur en karakter; het vak gaat over zijn uiterlijk ﷺ, zijn karakter en zijn gewoonten.
Lessen in dit hoofdstuk
Oefening van het boek op p. 18. Delen die het boek alleen ter kennisname geeft: haar verven (p. 16) en rood dragen (p. 23). De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.
Schema’s
Zijn haar ﷺ
Zoals in les 2 en 3.
| Vergelijking | Beschrijving |
|---|---|
| Soort | niet sterk gekruld en niet sluik |
| Lengte | voorbij de oorlel, niet tot de schouders |
| Grijs | minder dan twintig haren, bij de slapen, de scheiding en het sikje |
| Kapsel | eerst hangend, zoals de mensen van het Boek, daarna gescheiden |
Uitleg
Het bekendste werk over de eigenschappen
Ash-Shamāʾil al-Muḥammadiyya van imam at-Tirmidhī; Ibn Kathīr prees het in al-Bidāya wa-n-Nihāya.
Waarom Hūd en verwante soera’s hem grijs maakten
Volgens de geleerden vanwege de verschrikkingen van de Opstandingsdag en wat vroegere volken overkwam; zo werd hij vóór zijn tijd grijs.
Vormen van qazaʿ
Plekken aan de zijkanten scheren, het midden scheren en de zijkanten laten staan, de zijkanten scheren en het midden laten staan, of de voorkant scheren en de achterkant laten staan.
Haar verven (alleen ter kennisname)
Volgens de juiste mening heeft hij ﷺ geverfd; henna voor mannen is geen probleem, puur zwart mag niet voor mannen en vrouwen, en verven dat op vrouwen lijkt is niet toegestaan.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
De baard laten staan
Het bevel is de baard te laten staan en de snor kort te knippen, om af te wijken van de polytheïsten; het boek zegt dat scheren of inkorten niet mag en citeert Ibn Bāz over wat Ibn ʿUmar deed.
Het zegel als teken
De laatste monnik bij wie Salmān al-Fārisī was, noemde het, en de monnik Baḥīrā herkende hem eraan; het zegel was een verhevenheid bij zijn linkerschouder ter grootte van een duivenei.
Rood dragen (alleen ter kennisname)
Het rode gewaad dat hij droeg had volgens de sterkste mening rode strepen; zuiver rood is verboden, rood met wit is geen probleem.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
Kernpunten
Waar zijn grijze haren zaten ﷺ
- de slapen
- de scheiding
- het sikje
Uiterlijk en karakter
- Khilqa: het uiterlijk, zoals lang of kort en de huidkleur.
- Khuluq: het innerlijk, zoals zachtmoedigheid, vriendelijkheid, nederigheid en kennis.
Tekenen van de komende profeet volgens de monnik van Salmān
- hij eet van een geschenk maar niet van liefdadigheid
- tussen zijn schouders het zegel van het profeetschap
- hij trekt naar een land tussen twee lavavelden met palmbomen
Begrippen
الشمائل
ash-shamāʾil
Meervoud van shimāl en shamīla: natuur en karakter.
الخلقة / الخلق
al-khilqa / al-khuluq
Khilqa: het uiterlijk, zoals lengte en kleur; khuluq: het innerlijk, zoals zachtmoedigheid en nederigheid.
المطهم / المكلثم
al-muṭahham / al-mukaltham
Met een opgezwollen gezicht / met een volkomen rond gezicht.
الجعد القطط / السبط
al-jaʿd al-qaṭaṭ / as-sabṭ
Sterk gekruld haar / sluik haar.
الوفرة / الجمة
al-wafra / al-jumma
Haar tot de oorlel / haar tot de schouders.
الصدغ
aṣ-ṣudgh
De slaap: tussen oog en oor.
العنفقة
al-ʿanfaqa
Het haar onder de onderlip (het sikje).
السدل / الفرق
as-sadl / al-farq
Het haar laten hangen / het haar in het midden scheiden.
القزع
al-qazaʿ
Een deel van het hoofd scheren en een deel laten staan.
شثن الكفين
shathn al-kaffayn
Met stevige, dikke vingers.
الكراديس
al-karādīs
De uiteinden van de botten (gewrichten).
المسربة
al-masruba
De lijn van fijn haar van borst tot navel.
ربعة / مقصد
rabʿa / muqṣad
Van gemiddelde lengte / evenredig: niet zwaar, niet mager, niet lang, niet kort.
الأمهق / الآدم / الأزهر
al-amhaq / al-ādam / al-azhar
Krijtwit / donkerder dan bruin / licht met een rode gloed.
خاتم النبوة
khātam an-nubuwwa
Het zegel van het profeetschap tussen zijn schouders: een rode verhevenheid als een duivenei.
Een stukje vlees tussen huid en spier, wat rood van kleur.
الحبرة
al-ḥibara
Een gestreept katoenen kleed uit Jemen, het edelste kledingstuk bij hen.
الحلة
al-ḥulla
Een tweedelig gewaad: onder- en bovenkleed.
Hadith
De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.
-
Overgeleverd door Jābir ibn Samura
«رأيت رسول الله ﷺ في ليلة إضحيان، فجعلت أنظر إلى رسول الله ﷺ وإلى القمر، فإذا هو عندي أحسن من القمر»
Ik zag de Boodschapper van Allah ﷺ in een heldere maannacht. Ik keek naar de Boodschapper van Allah ﷺ en naar de maan, en voor mij was hij mooier dan de maan
Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde
Een heldere nacht met volle maan.
-
Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib
«أكان وجه رسول الله ﷺ مثل السيف؟ قال: لا، مثل القمر»
Was het gezicht van de Boodschapper van Allah ﷺ als een zwaard? Hij zei: Nee, als de maan
Bron: al-Bukhārī
-
Overgeleverd door Kaʿb ibn Mālik
«كان رسول الله ﷺ إذا سر استنار وجهه حتى كأنه قطعة قمر»
Als de Boodschapper van Allah ﷺ blij was, straalde zijn gezicht alsof het een stuk van de maan was
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door Jābir ibn Samura
«وجهه مثل السيف؟ قال: لا، بل كان مثل الشمس والقمر مستديرا»
Was zijn gezicht als een zwaard? Hij zei: Nee, het was als de zon en de maan, rond
Bron: Muslim
Over de glans en de ronding.
-
Overgeleverd door ʿAlī ibn Abī Ṭālib
«لم يكن رسول الله ﷺ بالمطهم ولا المكلثم، وكان في وجهه تدوير»
De Boodschapper van Allah ﷺ had geen opgezwollen en geen volkomen rond gezicht; zijn gezicht was wat rond
Bron: at-Tirmidhī
-
Overgeleverd door Anas ibn Mālik
«كان رسول الله ﷺ ليس بالجعد القطط ولا بالسبط، فتوفاه الله وليس في رأسه ولحيته عشرون شعرة بيضاء»
Het haar van de Boodschapper van Allah ﷺ was niet sterk gekruld en niet sluik. Allah nam hem tot Zich terwijl er nog geen twintig witte haren in zijn hoofd en baard waren
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door ʿĀʾisha
«كان شعر رسول الله ﷺ فوق الوفرة ودون الجمة»
Het haar van de Boodschapper van Allah ﷺ kwam voorbij de oorlel, maar niet tot de schouders
Bron: Abū Dāwūd, met een betrouwbare keten
-
Overgeleverd door Jābir ibn Samura
«كان إذا دهن رأسه لم ير منه شيء، وإذا لم يدهن رئي منه»
Als hij olie in zijn haar deed, was er niets van te zien; deed hij dat niet, dan was er iets van te zien
Bron: Muslim
Antwoord op een vraag over zijn grijze haren ﷺ.
-
Overgeleverd door Abū Juḥayfa
«رأيت النبي ﷺ ورأيت بياضا من تحت شفته السفلى، العنفقة»
Ik zag de Profeet ﷺ en ik zag wit onder zijn onderlip: het sikje
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
«قال أبو بكر: يا رسول الله، قد شبت! قال: «شيبتني هود والواقعة والمرسلات وعم يتساءلون وإذا الشمس كورت»»
Abū Bakr zei: "O Boodschapper van Allah, u bent grijs geworden!" Hij zei: "Hūd, al-Wāqiʿa, al-Mursalāt, ʿAmma yatasāʾalūn en Idhā sh-shamsu kuwwirat hebben mij grijs gemaakt."
Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
Vanwege wat deze soera’s vertellen over de verschrikkingen van de Opstandingsdag en wat vroegere volken overkwam.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
«أن رسول الله ﷺ كان يسدل شعره، وكان المشركون يفرقون رؤوسهم، وكان أهل الكتاب يسدلون رؤوسهم، وكان رسول الله ﷺ يحب موافقة أهل الكتاب فيما لم يؤمر فيه بشيء، ثم فرق رسول الله ﷺ رأسه»
De Boodschapper van Allah ﷺ liet zijn haar naar voren hangen; de polytheïsten droegen een scheiding, en de mensen van het Boek lieten het hangen. De Boodschapper van Allah ﷺ was graag in overeenstemming met de mensen van het Boek waarover hij geen bevel had gekregen. Daarna droeg de Boodschapper van Allah ﷺ een scheiding
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿUmar
«أن رسول الله ﷺ نهى عن القزع»
De Boodschapper van Allah ﷺ verbood qazaʿ
Bron: in de twee Ṣaḥīḥ-verzamelingen (al-Bukhārī en Muslim)
Qazaʿ: een deel van het hoofd scheren en een deel laten staan.
-
Overgeleverd door Abū Dharr
«إن أحسن ما غير به الشيب الحناء والكتم»
Het beste waarmee grijs haar wordt veranderd, is henna en katam
Bron: de auteurs van de Sunan; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
Uit een deel dat alleen ter kennisname is.
-
«غيروا هذا الشيب واجتنبوا السواد»
Verander dit grijs, maar vermijd zwart
Bron: Muslim
Uit een deel dat alleen ter kennisname is.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
«يكون قوم يخضبون في آخر الزمان بالسواد كحواصل الحمام لا يريحون رائحة الجنة»
Aan het einde der tijden zullen er mensen zijn die zwart verven, als de kroppen van duiven; zij zullen de geur van het Paradijs niet ruiken
Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
Uit een deel dat alleen ter kennisname is.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿUmar
«أنهكوا الشوارب وأعفوا اللحى»
Knip de snor kort en laat de baard staan
Bron: al-Bukhārī en Muslim
In een versie in beide Ṣaḥīḥ’s: "Wijk af van de polytheïsten: knip de snor kort en laat de baard volledig staan."
-
Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib
«ما رأيت شيئا قط أحسن منه»
Ik heb nooit iets mooiers gezien dan hem
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door ʿAlī ibn Abī Ṭālib
«لم يكن النبي ﷺ بالطويل ولا بالقصير، شثن الكفين والقدمين، ضخم الرأس، ضخم الكراديس، طويل المسربة»
De Profeet ﷺ was niet lang en niet kort, met stevige handen en voeten, een groot hoofd, grote gewrichten en een lange lijn van fijn haar van borst tot navel
Bron: at-Tirmidhī in ash-Shamāʾil, met een betrouwbare keten
-
Overgeleverd door Anas ibn Mālik
«كان ربعة من القوم، ليس بالطويل ولا بالقصير»
Hij was van gemiddelde lengte onder de mensen, niet lang en niet kort
Bron: al-Bukhārī en Muslim, in de bewoording van al-Bukhārī
-
Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib
«كان رسول الله ﷺ رجلا مربوعا بعيد ما بين المنكبين»
De Boodschapper van Allah ﷺ was een man van gemiddelde lengte, breed tussen de schouders
Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)
-
Overgeleverd door Abū ṭ-Ṭufayl
«رأيت النبي ﷺ وما بقي أحد على وجه الأرض رآه غيري... كان أبيض مليحا مقصدا»
Ik heb de Profeet ﷺ gezien, en er is niemand meer op aarde die hem zag behalve ik... Hij was licht van huid, innemend en evenredig
Bron: Muslim
Evenredig: niet zwaar en niet mager, niet lang en niet kort.
-
Overgeleverd door Anas ibn Mālik
«كان رسول الله ﷺ ليس بالأبيض الأمهق وليس بالآدم»
De Boodschapper van Allah ﷺ was niet krijtwit en niet donker
Bron: al-Bukhārī en Muslim
In een versie bij beiden: "Hij had een stralende, lichte huidkleur."
-
Overgeleverd door Jābir ibn Samura
«كان خاتم رسول الله ﷺ -يعني الذي بين كتفيه- غدة حمراء مثل بيضة الحمامة»
Het zegel van de Boodschapper van Allah ﷺ, dat tussen zijn schouders, was een rode verhevenheid als een duivenei
Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde
In een versie bij Muslim: "Ik zag het zegel bij zijn schouder, als een duivenei, gelijk van kleur aan zijn huid."
-
Overgeleverd door Umm Salama
«كان أحب الثياب إلى النبي ﷺ القميص»
Het kledingstuk dat de Profeet ﷺ het liefst droeg, was de qamīṣ
Bron: Abū Dāwūd, at-Tirmidhī en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
-
Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī
«كان ﷺ إذا استجد ثوبا سماه باسمه -عمامة أو قميصا أو رداء- ثم يقول: «اللهم لك الحمد كما كسوتنيه، أسألك خيره وخير ما صنع له، وأعوذ بك من شره وشر ما صنع له»»
Als hij ﷺ een nieuw kledingstuk aantrok, noemde hij het bij naam (tulband, qamīṣ of mantel) en zei: "O Allah, U komt alle lof toe, zoals U mij hiermee hebt gekleed. Ik vraag U om het goede ervan en het goede waarvoor het gemaakt is, en ik zoek bij U bescherming tegen het kwade ervan en het kwade waarvoor het gemaakt is."
Bron: at-Tirmidhī en Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
De sunna bij het aantrekken van nieuwe kleding.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
«عليكم بالبياض من الثياب ليلبسها أحياؤكم، وكفنوا فيها موتاكم، فإنها من خير ثيابكم»
Draag witte kleding: laat jullie levenden haar dragen en wikkel jullie doden erin, want het is van jullie beste kleding
Bron: at-Tirmidhī en Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ
-
Overgeleverd door Abū Juḥayfa
«رأيت النبي ﷺ وعليه حلة حمراء كأني أنظر إلى بياض ساقيه»
Ik zag de Profeet ﷺ in een rood gewaad; het is alsof ik nog het wit van zijn schenen zie
Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)
Uit een deel dat alleen ter kennisname is; Sufyān zei: ik denk dat het een gestreept Jemenitisch gewaad was.
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
Jābir ibn Samura
جابر بن سمرة
Metgezel
Beschreef zijn gezicht ﷺ, zijn grijze haren en het zegel van het profeetschap.
-
al-Barāʾ ibn ʿĀzib
البراء بن عازب
Metgezel · gest. 72 AH
Zei: zijn gezicht was als de maan, en ik heb nooit iets mooiers gezien.
-
ʿAlī ibn Abī Ṭālib
علي بن أبي طالب
Metgezel · gest. 40 AH
Beschreef zijn gezicht, lichaam en baard ﷺ.
-
Anas ibn Mālik
أنس بن مالك
Metgezel · gest. 93 AH
Beschreef zijn haar, lengte en huidkleur ﷺ.
-
ʿĀʾisha bint Abī Bakr
عائشة بنت أبي بكر
Metgezel · gest. 58 AH
Beschreef de lengte van zijn haar ﷺ.
-
Abū Juḥayfa
أبو جحيفة السوائي
Metgezel · gest. 74 AH
Zag het wit van zijn sikje, en zag hem in een rood gewaad.
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
عبد الله بن عباس
Metgezel · gest. 68 AH
Overleveraar van "Hūd heeft mij grijs gemaakt", van het bericht over het haar laten hangen en scheiden, en van het bevel wit te dragen.
-
Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq
أبو بكر الصديق
Metgezel · gest. 13 AH
Zei: o Boodschapper van Allah, u bent grijs geworden.
-
Abū Dharr al-Ghifārī
أبو ذر الغفاري
Metgezel · gest. 32 AH
Overleveraar van "het beste waarmee grijs wordt veranderd is henna en katam".
-
Abū Hurayra
أبو هريرة
Metgezel · gest. 57 AH
Op de vraag of de Profeet ﷺ verfde, zei hij: ja.
-
Umm Salama
أم سلمة
Metgezel · gest. 62 AH
Liet geverfd haar van hem ﷺ zien, en overleverde dat de qamīṣ zijn liefste kledingstuk was.
-
Abū ṭ-Ṭufayl ʿĀmir ibn Wāthila
أبو الطفيل عامر بن واثلة الليثي
Metgezel · gest. 110 AH
De laatste metgezel die stierf: geboren in het jaar van de hijra, overleden in 110 AH.
-
Salmān al-Fārisī
سلمان الفارسي
Metgezel · gest. 34 AH
De laatste monnik bij wie hij was, noemde hem de tekenen van de komende profeet, waaronder het zegel.
-
Abū Saʿīd al-Khudrī
أبو سعيد الخدري
Metgezel · gest. 74 AH
Overleveraar van de smeekbede bij nieuwe kleding.
-
Usāma ibn Zayd
أسامة بن زيد
Metgezel · gest. 54 AH
De Profeet ﷺ kwam naar buiten, leunend op hem, in een Qaṭarī-kleed.
-
at-Tirmidhī
الترمذي
Geleerde · gest. 279 AH
Auteur van ash-Shamāʾil al-Muḥammadiyya, een van de beste werken hierover.
-
Ibn Kathīr
ابن كثير
Geleerde · gest. 774 AH
Prees het boek van at-Tirmidhī over de eigenschappen.
-
Ibn Taymiyya
ابن تيمية
Geleerde · gest. 728 AH
Zei: de scheiding werd het kenmerk van de moslims.
-
an-Nawawī
النووي
Geleerde · gest. 676 AH
Zei: na de hijra schoor de Profeet ﷺ zijn hoofd alleen bij al-Ḥudaybiya, de inhaal-ʿumra en de afscheidsbedevaart.
-
ʿAbd al-ʿAzīz ibn Bāz
عبد العزيز بن عبد الله بن باز
Geleerde · gest. 1420 AH
Zei: dat Ibn ʿUmar iets van zijn baard nam was zijn eigen inzicht; het bewijs ligt in wat hij overleverde.
-
Ibn al-Qayyim al-Jawziyya
ابن القيم
Geleerde · gest. 751 AH
Zei: Allah vervolmaakte bij hem de schoonheid, uiterlijk en innerlijk.
-
al-Qurṭubī
القرطبي
Geleerde · gest. 671 AH
Zei: de betrouwbare hadith zijn het erover eens dat het zegel een verhevenheid bij zijn linkerschouder was, ter grootte van een duivenei.
-
Muḥammad ibn Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn
محمد بن صالح العثيمين
Geleerde · gest. 1421 AH
Zei: hij hield van de qamīṣ omdat die meer bedekt; zuiver rood is verboden.
-
Ibn Baṭṭāl
علي بن خلف بن بطال
Geleerde · gest. 449 AH
Zei: de ḥibara is een Jemenitisch gestreept kleed, het edelste kledingstuk bij hen.
Genoemd in de bronvermelding
-
Muḥammad Nāṣir ad-Dīn al-Albānī
الألباني
Geleerde · gest. 1420 AH
Noemde een aantal hadith in deze lessen ṣaḥīḥ.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- De eigenschappen kennen hoort bij de Profeet ﷺ volledig kennen, en vergroot liefde en navolging.
- Zijn gezicht ﷺ was mooier dan de maan, rond en stralend.
- Zijn haar kwam tussen oorlel en schouders, met weinig grijs; eerst liet hij het hangen, daarna scheidde hij het.
- Hij was van gemiddelde lengte, met een lichte huid, een volle baard en het zegel tussen zijn schouders.
- Zijn liefste kledingstuk was de qamīṣ, en meestal droeg hij wit.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Test jezelf
Wat is het verschil tussen khilqa en khuluq?
Hoeveel witte haren had hij ﷺ bij zijn dood in hoofd en baard?
Het haar scheiden is beter dan het laten hangen, al mag allebei.
Wat is qazaʿ?
Het is bevestigd dat "Muḥammad" op het zegel van het profeetschap stond.
Wat was volgens Umm Salama zijn liefste kledingstuk ﷺ?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:
- Les 1 Het belang van de studie van de shamāʾil
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 10–11
- Les 2 Het uiterlijk van de Profeet ﷺ: gezicht en haar
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 12–13
- Les 3 Hoe hij zijn haar droeg, scheren en verven
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 14–16
- Les 4 Zijn baard, lichaam en huidskleur
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 17–20
- Les 5 Het zegel van het profeetschap en zijn kleding
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 21
Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 8–23 p. 8
Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.