Zijn manier van lopen, zitten en leunen#
Zijn loop. Anas: als hij liep, boog hij licht naar voren (at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ). Ibn ʿAbbās: hij liep krachtig, zonder luiheid (Aḥmad). ʿAlī: alsof hij een helling afdaalde (Aḥmad; al-Arnaʾūṭ ḥasan), dus vlot. Ibn al-Qayyim: van de tien soorten lopen was de zijne de mooiste en rustigste. Zijn metgezellen liepen voor hem uit, en hij liep blootsvoets en met sandalen.
Zijn zitten. Qayla bint Makhrama zag hem in de moskee in de qurfuṣāʾ-houding zitten: op de billen, met de dijen tegen de buik en de armen om de onderbenen (Abū Dāwūd; al-Albānī ḥasan). Hij lag ook op zijn rug in de moskee met het ene been over het andere (al-Bukhārī en Muslim). Het verbod daarop (Muslim, van Jābir) geldt volgens an-Nawawī alleen als de schaamstreek zichtbaar kan worden.
Zitten bij het eten. Anas zag hem op zijn hurken dadels eten (Muslim). Ibn ʿUthaymīn: zo zit je niet te gemakkelijk en eet je niet te veel. Ik eet niet leunend (al-Bukhārī). An-Nawawī: dus niet als iemand die zich installeert om veel te eten.
Leunen. Ittikāʾ heeft twee betekenissen: schuin op één kant leunen (de bekende) en ruim zitten (az-Zukhruf 43:34, Yūsuf 12:31). Jābir ibn Samura zag hem leunen op een kussen aan zijn linkerkant (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī). Toen hij de grootste zonden noemde, ging hij rechtop zitten bij en de valse getuigenis en bleef dat herhalen (al-Bukhārī en Muslim). Een bedoeïen vroeg naar zijn zithouding op de knieën; hij zei: Allah heeft mij een edele dienaar gemaakt, en geen koppige tiran (Abū Dāwūd en Ibn Māja).
Kernpunten
- Hij liep vlot, krachtig en licht voorovergebogen.
- Hij zat soms in qurfuṣāʾ en lag soms met één been over het andere.
- Bij het eten zat hij bescheiden en at hij niet leunend.
- Ittikāʾ betekent schuin leunen of ruim zitten.
Bron: السيرة النبوية (٢): الشمائل النبوية, les 8, vanaf p. 29.
Begrippen
- التكفؤ at-takaffuʾ · voorover lopen
- licht naar voren buigen bij het lopen (les 8, p. 29)
- الصبب aṣ-ṣabab · helling
- een aflopende plek; zijn loop was als een afdaling (les 8, p. 29)
- القرفصاء al-qurfuṣāʾ · zittend met de armen om de knieën
- op de billen, dijen tegen de buik, armen om de onderbenen (les 8, p. 29)
- الإقعاء al-iqʿāʾ · hurken
- op de hielen zitten met de voeten rechtop (les 8, p. 30)
- الاتكاء al-ittikāʾ · leunen
- schuin op één kant leunen, of ruim zitten (les 8, p. 30)