Het uiterlijk van de Profeet ﷺ: gezicht en haar#
Uiterlijk en karakter. Khilqa is het uiterlijk van een mens: lengte, kleur, bouw. Khuluq is het innerlijk: zachtmoedigheid, vriendelijkheid, nederigheid, kennis. Het boek begint met het uiterlijk, hoewel het innerlijk edeler is, omdat het uiterlijk het eerst opvalt en als een aanwijzing is voor het innerlijk (p. 12).
Zijn gezicht. Jābir ibn Samura zag hem in een heldere maanverlichte nacht en keek afwisselend naar hem en naar de maan: voor mij was hij mooier dan de maan (at-Tirmidhī, ḥasan). Iemand vroeg al-Barāʾ of zijn gezicht als een zwaard was; hij zei: nee, als de maan (al-Bukhārī). Kaʿb ibn Mālik zei dat zijn gezicht, als hij blij was, oplichtte alsof het een stuk van de maan was (al-Bukhārī en Muslim). Jābir ibn Samura zei ook dat het rond was als de zon en de maan (Muslim). ʿAlī zei dat zijn gezicht niet opgezwollen was en niet helemaal rond, maar wat afgerond (at-Tirmidhī).
Zijn haar. Hij had vol haar, tot halverwege de oren of tot de schouders. Anas: het was niet sterk gekruld en niet sluik, en bij zijn overlijden had hij nog geen twintig witte haren in hoofd en baard (al-Bukhārī en Muslim). ʿĀʾisha: zijn haar kwam tot boven de schouders en onder de oorlellen (Abū Dāwūd, met een betrouwbare keten). Het grijs was zo weinig dat het niet te zien was als hij olie gebruikte (Muslim, van Jābir ibn Samura). Het zat bij de slapen, in de scheiding en in het plukje onder de onderlip (al-Bukhārī en Muslim, van Anas en Abū Juḥayfa).
Grijs door de soera's. Abū Bakr zei: 'U bent grijs geworden!' De Profeet ﷺ antwoordde: Hūd, al-Wāqiʿa, al-Mursalāt, ʿAmma yatasāʾalūn en idha sh-shamsu kuwwirat hebben mij grijs gemaakt (at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ). Volgens geleerden komt dat doordat die soera's de verschrikkingen van de Opstanding en het lot van vroegere volken beschrijven (p. 14).
Kernpunten
- Khilqa = uiterlijk, khuluq = innerlijk; het uiterlijk wijst op het innerlijk.
- Zijn gezicht was stralend als de maan en wat afgerond.
- Zijn haar was golvend, tussen oorlellen en schouders.
- Bij zijn dood had hij minder dan twintig witte haren.
- Soera's over de Opstanding maakten hem grijs.
Bron: السيرة النبوية (٢): الشمائل النبوية, les 2, vanaf p. 12.
Begrippen
- الخلقة al-khilqa · uiterlijke gestalte
- lengte, kleur, bouw van een mens (les 2, p. 12)
- الخلق al-khuluq · karakter
- de innerlijke eigenschappen, zoals zachtmoedigheid en kennis (les 2, p. 12)
- الوفرة al-wafra · haar tot de oorlel
- haar dat tot de oorlellen reikt (les 2, p. 13)
- الجمة al-jumma · haar tot de schouders
- haar dat tot de schouders reikt (les 2, p. 13)
- العنفقة al-ʿanfaqa · plukje onder de onderlip
- het haar dat op de onderlip groeit (les 2, p. 14)
- الصدغ aṣ-ṣudgh · slaap
- het gebied tussen oog en oor (les 2, p. 14)