PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 4: De eigenschappen: aanbidding, huilen, nederigheid, karakter en sterven

Overzicht

Eenheid 4 · 8 lessen

De eigenschappen: aanbidding, huilen, nederigheid, karakter en sterven

Acht lessen samen op één pagina

Zijn gewoonte ﷺ bij het opstaan; zijn aanbidding in gebed, vasten en recitatie; zijn huilen; zijn nederigheid en zijn verbod op overdreven lof; zijn goede karakter, vrijgevigheid en schaamte; en daarna zijn leeftijd, zijn sterven, zijn graf en zijn nalatenschap.

Bron: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 52–77

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 4 in één kaart

Acht lessen die de eigenschappen afsluiten.

De eigenschappenEenheid 4
  • Opstaanles 17
    • gedenken
    • de miswāk
    • handen wassen
  • Aanbiddingles 18
    • volhouden
    • lang staan
    • vasten
    • reciteren
  • Huilenles 19
    • in het gebed
    • bij de Koran
    • bij de dood uit barmhartigheid
  • Nederigheidles 20–21
    • bed en zitplaats
    • geen opstaan voor hem
    • prijs mij niet overdreven
    • thuis
  • Karakter en vrijgevigheidles 22–23
    • zijn karakter was de Koran
    • zachtheid
    • nooit nee
    • schaamte
  • Zijn stervenles 24
    • drieënzestig jaar
    • de laatste blik
    • geen erfenis

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Hij sliep in het begin van de nacht en stond op aan het begin van de tweede helft; dan gebruikte hij de miswāk, deed de wassing en bad: de meest evenwichtige slaap.
  2. Geen moment van zijn leven was zonder aanbidding, maar met maat en evenwicht, zonder tekortschieten en zonder overdrijven.
  3. Het liefst had hij een daad die iemand volhoudt; wat hij ’s nachts miste, haalde hij overdag in.
  4. Hij reciteerde langzaam en gematigd, tussen luid en zacht; de Koran is neergezonden om over na te denken.
  5. Huilen in het gebed maakt het volgens de juiste mening niet ongeldig; zijn huilen bij de dood was barmhartigheid, geen wanhoop.
  6. Hij was nederig zonder zich te vernederen en vrijgevig zonder te verspillen, en verbood overdreven lof zoals de christenen die de zoon van Maryam gaven.
  7. Goed karakter is deugden verwerven en ondeugden laten; zijn karakter was de Koran.
  8. In zijn laatste momenten waarschuwde hij tegen het maken van moskeeën op graven van profeten; hoeveel te meer dan bij graven van vromen.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 17 · p. 52 Zijn ontwaken en zijn aanbidding
  2. Les 18 · p. 56 Zittend bidden op hoge leeftijd, zijn vasten en zijn recitatie
  3. Les 19 · p. 61 Het huilen van de Profeet ﷺ
  4. Les 20 · p. 65 Zijn nederigheid
  5. Les 21 · p. 67 Zijn verbod op overdreven lof en zijn nederigheid thuis
  6. Les 22 · p. 69 Het karakter van de Profeet ﷺ
  7. Les 23 · p. 71 Zijn vrijgevigheid en zijn schaamte
  8. Les 24 · p. 72 Het overlijden van de Profeet ﷺ, zijn graf en zijn nalatenschap

Oefeningen van het boek op p. 53, 64 en 77. Delen die het boek alleen ter kennisname geeft: het vasten beschermen (p. 58), waarom hij huilde en zijn huilen bij de dood (p. 62), nederigheid en opstaan (p. 65–67), en vrijgevigheid en schaamte (p. 71–72). De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Soorten opstaan (alleen ter kennisname)

Zoals Ibn ʿUthaymīn ze noemt in les 20.

VergelijkingBetekenisOordeel
Opstaan voor iemanduit respect opstaan als hij binnenkomtgeen probleem
Opstaan naar iemand toede bezoeker een paar stappen tegemoet gaantoegestaan: "sta op naar jullie leider"
Staan bij iemandbij hem blijven staan terwijl hij zitniet toegestaan, behalve om de polytheïsten te ergeren

Les 20p. 66

Zijn vasten ﷺ

Zoals in les 18.

VergelijkingBewijs
Geen hele maand behalve Ramadande hadith van ʿĀʾisha bij Muslim
Het meest in Shaʿbānde hadith van ʿĀʾisha in beide Ṣaḥīḥ’s
Drie dagen per maandhet advies aan Abū Hurayra
Maandag en donderdagde hadith van ʿĀʾisha bij at-Tirmidhī

Les 18p. 57

Uitleg

  1. Sunna’s bij het opstaan

    Gedenken, de miswāk, drie keer de handen wassen, drie keer de neus uitspoelen, de slaap van het gezicht wrijven, en het einde van Āl ʿImrān reciteren voor wie ’s nachts opstaat.

  2. Zittend bidden

    Toen hij ouder en zwaarder werd, bad hij vrijwillige gebeden zittend; er is geen vaste zithouding behalve wat verboden is; bij het verplichte gebed zit alleen wie niet kan staan, met volle beloning.

  3. Het vasten beschermen (alleen ter kennisname)

    De vastende moet zijn vasten zuiver houden van liegen, kwaadspreken en schelden.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Zijn manier van reciteren

    Hij had een vast deel dat hij nooit oversloeg, reciteerde langzaam vers voor vers, zocht vooraf bescherming, luisterde graag naar anderen, en alleen grote onreinheid hield hem ervan af.

  5. Waarom hij huilde bij het getuige-vers (alleen ter kennisname)

    Ibn Baṭṭāl zei: hij stelde zich de verschrikkingen van de Opstandingsdag voor; Ibn Ḥajar zei: hij huilde uit barmhartigheid voor zijn umma, omdat hij over hun daden zal getuigen.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  6. Nederigheid in het gezelschap (alleen ter kennisname)

    Hij zat tussen zijn metgezellen zodat een vreemdeling hem niet herkende tot hij het vroeg; daarom bouwden zij een verhoging van klei voor hem.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  7. Nederigheid thuis

    Hij was een mens onder de mensen: hij doorzocht zijn kleding, molk zijn geit en hielp zichzelf; hij groette de kinderen en streek over hun hoofd.

  8. Zijn zachtheid

    Tegen ʿĀʾisha, toen zij de joden scherp antwoordde: "Rustig, ʿĀʾisha, Allah houdt van zachtheid in alles"; en over de bedoeïen die in de moskee urineerde: "Jullie zijn gezonden om het makkelijk te maken."

  9. Zijn vrijgevigheid

    Nooit zei hij nee als hem iets gevraagd werd; het vrijgevigst was hij in Ramadan; hij bewaarde niets voor morgen, behalve het levensonderhoud van zijn gezin.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  10. Tekenen dat zijn einde naderde

    Bij de afscheidsbedevaart zei hij: "Misschien verricht ik na deze bedevaart geen bedevaart meer"; en hij liet Abū Bakr het gebed leiden, een aanwijzing voor diens kalifaat.

  11. Zijn graf

    Hij werd begraven waar hij stierf, in de kamer van ʿĀʾisha; later ook Abū Bakr en ʿUmar. Zijn graf bezoeken is toegestaan zonder er speciaal voor af te reizen; vernieuwingen zijn hem om smeekbede vragen, naar het graf toe bidden en het graf aanraken.

  12. Zijn nalatenschap

    "Wij laten geen erfenis na; wat wij achterlaten is liefdadigheid"; volgens al-Albānī overgeleverd door een groep metgezellen.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Twee kanten van goed karakter

  1. tegenover Allah: Zijn oordelen met tevredenheid en overgave aanvaarden
  2. tegenover de mensen: geen kwaad doen, kwaad verdragen en een vriendelijk gezicht
OpsommingUit het boek

Vernieuwingen bij zijn graf ﷺ

  1. hem om smeekbede of voorspraak vragen
  2. het graf als gebedsrichting nemen en ernaartoe bidden
  3. het graf aanraken of kussen
BewijsUit het boek

Twee wijsheden in de zware dood van de profeten

  • hun deugden vervolmaken en hun rang verhogen
  • de mensen laten weten hoe zwaar de dood is

Begrippen

يشوص فاه

yashūṣu fāh

Hij wreef en reinigde zijn mond met de miswāk.

ديمة

dīma

Aanhoudend, doorlopend.

السبحة

as-subḥa

Het vrijwillige gebed.

يغان على قلبي

yughānu ʿalā qalbī

Mijn hart wordt bedekt.

رجع

rajjaʿa

Hij liet zijn stem bij het reciteren golven.

Bedoeld is mooi reciteren, niet zingen.

أزيز المرجل

azīz al-mirjal

Het geluid van water dat kookt in een ketel.

تقعقع

taqaʿqaʿ

Ze was onrustig (de ziel van de stervende).

الأدم

al-adam

Meervoud van adīm: gelooid leer.

الإطراء

al-iṭrāʾ

Overdreven lof die de grens overschrijdt.

Ook gezegd: lof met onwaarheid en leugen.

الإهالة السنخة

al-ihāla as-sanikha

Gestold vleesvet waarvan de geur door lang staan veranderd is.

يفلي ثوبه

yaflī thawbah

Hij doorzocht zijn kleding.

في مهنة أهله

fī mihnat ahlih

In dienst van zijn huisgenoten.

الخلق

al-khuluq

Natuur, karakter en waardigheid: het innerlijk van de mens.

الخدر

al-khidr

Het gordijn (de afgeschermde ruimte).

السحر / النحر

as-saḥr / an-naḥr

De longen / de plek waar de sleutelbeenderen samenkomen.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «فإذا استيقظ فليقل: الحمد لله الذي عافاني في جسدي، ورد علي روحي، وأذن لي بذكره»

    Als hij wakker wordt, laat hij zeggen: "Alle lof aan Allah, die mijn lichaam gezond hield, mijn ziel aan mij teruggaf en mij toestond Hem te gedenken."

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

  2. Overgeleverd door Ḥudhayfa ibn al-Yamān

    «كان إذا قام من الليل يشوص فاه بالسواك»

    Als hij ’s nachts opstond, reinigde hij zijn mond met de miswāk

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  3. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «إذا استيقظ أحدكم من نومه فليغسل يده قبل أن يدخلها في وضوئه، فإن أحدكم لا يدري أين باتت يده»

    Als een van jullie wakker wordt, laat hij zijn hand wassen voordat hij die in zijn waswater steekt, want hij weet niet waar zijn hand de nacht doorbracht

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  4. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان يصوم حتى نقول لا يفطر، ويفطر حتى نقول لا يصوم»

    Hij vastte tot wij zeiden: hij stopt niet meer, en hij at tot wij zeiden: hij vast niet meer

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  5. «لكني أصوم وأفطر، وأصلي وأرقد، وأتزوج النساء، فمن رغب عن سنتي فليس مني»

    Maar ik vast en ik eet, ik bid en ik slaap, en ik trouw met vrouwen; wie zich van mijn sunna afkeert, hoort niet bij mij

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  6. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «سئلت: هل كان يخص شيئا من الأيام؟ قالت: لا، كان عمله ديمة، وأيكم يستطيع ما كان يستطيع»

    Haar werd gevraagd of hij bepaalde dagen uitkoos. Zij zei: nee, zijn daden waren aanhoudend, en wie van jullie kan wat hij kon?

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  7. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان إذا لم يصل بالليل، منعه من ذلك نوم أو وجع، صلى من النهار ثنتي عشرة ركعة»

    Als hij ’s nachts niet bad doordat slaap of pijn hem verhinderde, bad hij overdag twaalf rakʿa’s

    Bron: Muslim

    Het inhalen van wat gemist werd.

  8. Overgeleverd door ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    «من نام عن حزبه أو عن شيء منه فقرأه فيما بين صلاة الفجر وصلاة الظهر كتب له كأنما قرأه من الليل»

    Wie zijn vaste deel verslaapt, of een stuk ervan, en het tussen het fajr- en het ẓuhr-gebed leest, voor hem wordt het opgeschreven alsof hij het ’s nachts las

    Bron: Muslim

  9. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «عليكم من الأعمال ما تطيقون، فوالله لا يمل الله حتى تملوا، وكان أحب ذلك إليه الذي يدوم عليه صاحبه»

    Doe de daden die jullie aankunnen, want bij Allah, Allah wordt het niet moe tot jullie het moe worden. Het liefst had hij de daad die iemand volhoudt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  10. Overgeleverd door ʿAwf ibn Mālik

    «قام فقرأ سورة البقرة، لا يمر بآية رحمة إلا وقف فسأل، ولا يمر بآية عذاب إلا وقف فتعوذ، ثم ركع بقدر قيامه يقول: «سبحان ذي الجبروت والملكوت والكبرياء والعظمة»»

    Hij stond op en reciteerde al-Baqara. Bij elk vers over barmhartigheid stond hij stil en vroeg erom, en bij elk vers over straf stond hij stil en zocht bescherming. Daarna boog hij even lang als hij gestaan had en zei: "Glorie aan de Bezitter van macht, heerschappij, grootheid en majesteit."

    Bron: an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Lang staan in het gebed.

  11. Overgeleverd door al-Mughīra ibn Shuʿba

    «قام حتى انتفخت قدماه، فقيل له، فقال: «أفلا أكون عبدا شكورا»»

    Hij stond in gebed tot zijn voeten opzwollen; toen dat tegen hem gezegd werd, zei hij: "Zou ik dan geen dankbare dienaar zijn?"

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  12. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ما كان يزيد في رمضان ولا في غيره على إحدى عشرة ركعة، يصلي أربعا فلا تسأل عن حسنهن وطولهن، ثم أربعا، ثم ثلاثا... «يا عائشة، إن عيني تنامان ولا ينام قلبي»»

    In en buiten Ramadan bad hij niet meer dan elf rakʿa’s: vier, vraag niet hoe mooi en lang, dan vier, dan drie... "ʿĀʾisha, mijn ogen slapen, maar mijn hart slaapt niet."

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Via Abū Salama van ʿĀʾisha.

  13. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «صليت ليلة مع رسول الله ﷺ فلم يزل قائما حتى هممت بأمر سوء: هممت أن أقعد وأدع النبي ﷺ»

    Ik bad een nacht met de Boodschapper van Allah ﷺ, en hij bleef zo lang staan dat ik iets slechts van plan was: ik wilde gaan zitten en de Profeet ﷺ laten staan

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Hij ging niet zitten, uit respect.

  14. Overgeleverd door ʿImrān ibn Ḥuṣayn

    «من صلى قائما فهو أفضل، ومن صلى قاعدا فله نصف أجر القائم، ومن صلى نائما فله نصف أجر القاعد»

    Wie staand bidt, dat is beter; wie zittend bidt, krijgt de helft van de beloning van wie staat; en wie liggend bidt, krijgt de helft van de beloning van wie zit

    Bron: al-Bukhārī

    Dit geldt voor vrijwillig gebed; bij het verplichte gebed mag je alleen zitten als je niet kunt staan, en dan krijg je de volle beloning.

  15. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ما رأيته صام شهرا كاملا منذ قدم المدينة إلا رمضان»

    Sinds hij in Medina kwam, heb ik hem geen hele maand zien vasten behalve Ramadan

    Bron: Muslim

  16. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ما كان يصوم في شهر أكثر من صيامه في شعبان»

    In geen maand vastte hij meer dan in Shaʿbān

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  17. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «أوصاني خليلي بثلاث: صيام ثلاثة أيام من كل شهر، وركعتي الضحى، وأن أوتر قبل أن أنام»

    Mijn dierbare vriend raadde mij drie dingen aan: drie dagen vasten elke maand, twee rakʿa’s ḍuḥā, en de witr bidden voordat ik slaap

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  18. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان يتحرى صوم الاثنين والخميس»

    Hij vastte bij voorkeur op maandag en donderdag

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

  19. «من لم يدع قول الزور والعمل به فليس لله حاجة في أن يدع طعامه وشرابه»

    Wie valse woorden en het handelen ernaar niet laat, Allah heeft er geen behoefte aan dat hij zijn eten en drinken laat

    Bron: al-Bukhārī

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  20. Overgeleverd door al-Agharr al-Muzanī

    «إنه ليغان على قلبي، وإني لأستغفر الله في اليوم أكثر من مائة مرة»

    Mijn hart wordt soms bedekt, en ik vraag Allah meer dan honderd keer per dag om vergeving

    Bron: Muslim

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  21. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «سئلت: أكان يسر بالقراءة أم يجهر؟ قالت: كل ذلك قد كان يفعل، قد كان ربما أسر وربما جهر»

    Haar werd gevraagd of hij zacht of hardop reciteerde. Zij zei: allebei; soms zacht en soms hardop

    Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    De vrager zei: alle lof aan Allah, die er ruimte in heeft gelaten.

  22. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Mughaffal

    «رأيت النبي ﷺ على ناقته يوم الفتح وهو يقرأ: ﴿إنا فتحنا لك فتحا مبينا﴾، فقرأ ورجع»

    Ik zag de Profeet ﷺ op de dag van de verovering op zijn kamelin, reciterend: "Wij hebben jou een duidelijke overwinning gegeven", en hij liet zijn stem golven

    Bron: al-Bukhārī

    Tarjīʿ: de stem bij het reciteren laten golven.

  23. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ash-Shikhkhīr

    «أتيته وهو يصلي ولجوفه أزيز كأزيز المرجل من البكاء»

    Ik kwam bij hem terwijl hij bad, en uit zijn borst kwam van het huilen een geluid als van een kokende ketel

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Bewijs dat huilen in het gebed mag.

  24. Overgeleverd door ʿAlī ibn Abī Ṭālib

    «ما كان فينا فارس يوم بدر غير المقداد، ولقد رأيتنا وما فينا إلا نائم، إلا رسول الله ﷺ تحت شجرة يصلي ويبكي حتى أصبح»

    Bij Badr was al-Miqdād de enige ruiter onder ons. Ik zag ons allemaal slapen, behalve de Boodschapper van Allah ﷺ: hij bad en huilde onder een boom tot de ochtend

    Bron: Aḥmad; al-Arnaʾūṭ noemde hem ṣaḥīḥ

  25. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    ««اقرأ علي»... فقرأت سورة النساء حتى بلغت: ﴿فكيف إذا جئنا من كل أمة بشهيد وجئنا بك على هؤلاء شهيدا﴾، قال: «حسبك الآن»، فإذا عيناه تذرفان»

    "Reciteer voor mij"... Ik reciteerde soera an-Nisāʾ tot "Hoe zal het zijn als Wij uit elke gemeenschap een getuige brengen en jou als getuige over dezen brengen?" Hij zei: "Genoeg nu." Zijn ogen stroomden van tranen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  26. Overgeleverd door Usāma ibn Zayd

    ««إن لله ما أخذ وله ما أعطى، وكل عنده بأجل مسمى، فلتصبر ولتحتسب»... فبكى، فقال سعد: أتبكي؟! قال: «إنما يرحم الله من عباده الرحماء»»

    "Aan Allah behoort wat Hij nam en wat Hij gaf, en alles heeft bij Hem een vastgestelde termijn; laat haar geduld hebben en op beloning hopen"... Toen huilde hij. Saʿd zei: "Huilt u?" Hij zei: "Allah is alleen barmhartig voor de barmhartigen onder Zijn dienaren."

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Toen een kleinzoon van hem stervende was. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  27. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «زار قبر أمه فبكى وأبكى من حوله، فقال: «استأذنت ربي في أن أستغفر لها فلم يؤذن لي، واستأذنته في أن أزور قبرها فأذن لي، فزوروا القبور فإنها تذكر الموت»»

    Hij bezocht het graf van zijn moeder, huilde en deed wie om hem heen stonden huilen, en zei: "Ik vroeg mijn Heer toestemming om voor haar om vergeving te vragen, en dat werd mij niet toegestaan; ik vroeg toestemming om haar graf te bezoeken, en dat werd mij toegestaan. Bezoek dus de graven, want ze herinneren aan de dood."

    Bron: Muslim

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  28. Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib

    «كنا مع رسول الله ﷺ في جنازة فجلس على شفير القبر فبكى حتى بل الثرى، ثم قال: «يا إخواني، لمثل هذا فأعدوا»»

    Wij waren met de Boodschapper van Allah ﷺ bij een begrafenis. Hij zat aan de rand van het graf en huilde tot de aarde nat werd, en zei: "Mijn broeders, bereid je hierop voor."

    Bron: Aḥmad en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ḥasan

  29. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās

    ««إني لست أبكي، إنما هي رحمة، إن المؤمن بكل خير على كل حال، إن نفسه تنزع من بين جنبيه وهو يحمد الله تعالى»»

    "Ik huil niet zoals jij; het is barmhartigheid. De gelovige is in elke toestand in alle goedheid: zijn ziel wordt tussen zijn zijden weggetrokken terwijl hij Allah prijst."

    Bron: at-Tirmidhī in ash-Shamāʾil; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Gezegd tegen Umm Ayman, die het uitschreeuwde toen een kleindochter van hem stierf.

  30. «هون عليك فإني لست بملك، إنما أنا ابن امرأة من قريش تأكل القديد»

    Rustig maar, ik ben geen koning; ik ben de zoon van een vrouw van Quraysh die gedroogd vlees at

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Tegen een man die beefde. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  31. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «إنما كان فراشه الذي ينام عليه من أدم حشوه ليف»

    Zijn bed waarop hij sliep was van leer, gevuld met palmvezel

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  32. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    ««ما لي وللدنيا، إنما مثلي ومثل الدنيا كراكب استظل تحت شجرة ثم راح وتركها»»

    "Wat heb ik met deze wereld? Ik ben met deze wereld als een ruiter die schaduw zocht onder een boom en daarna verderging en hem achterliet."

    Bron: Aḥmad; al-Arnaʾūṭ noemde hem ṣaḥīḥ

    Toen hij op een mat had gelegen die afdrukken op zijn zij achterliet. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  33. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «لم يكن شخص أحب إليهم من رسول الله ﷺ، وكانوا إذا رأوه لم يقوموا لما يعلمون من كراهيته لذلك»

    Niemand was hun dierbaarder dan de Boodschapper van Allah ﷺ, en toch stonden zij niet op als zij hem zagen, omdat zij wisten dat hij dat niet wilde

    Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  34. «قوموا إلى سيدكم»

    Sta op naar jullie leider

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Toen Saʿd ibn Muʿādh kwam om te oordelen; opstaan om iemand tegemoet te gaan mag. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  35. Overgeleverd door ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    «لا تطروني كما أطرت النصارى ابن مريم، إنما أنا عبد، فقولوا: عبد الله ورسوله»

    Prijs mij niet overdreven zoals de christenen de zoon van Maryam overdreven prezen. Ik ben slechts een dienaar; zeg dus: de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper

    Bron: al-Bukhārī

    Iṭrāʾ: overdreven lof die de grens overschrijdt.

  36. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «سئلت: ما كان يصنع في بيته؟ قالت: كان يكون في مهنة أهله، فإذا حضرت الصلاة خرج إلى الصلاة»

    Haar werd gevraagd wat hij thuis deed. Zij zei: hij hielp zijn huisgenoten, en als het tijd was voor het gebed, ging hij naar het gebed

    Bron: al-Bukhārī

    Via al-Aswad.

  37. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان خلقه القرآن»

    Zijn karakter was de Koran

    Bron: Muslim

  38. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «خدمته عشر سنين فما قال لي أف قط، ولا لشيء صنعته لم صنعته، ولا لشيء تركته لم تركته»

    Ik heb hem tien jaar gediend en hij heeft nooit "uf" tegen mij gezegd, nooit bij iets wat ik deed: waarom deed je dat, en nooit bij iets wat ik liet: waarom liet je dat

    Bron: al-Bukhārī en Muslim, in de bewoording van at-Tirmidhī

  39. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ما ضرب رسول الله ﷺ بيده شيئا قط إلا أن يجاهد في سبيل الله، ولا ضرب خادما ولا امرأة»

    De Boodschapper van Allah ﷺ heeft nooit iets met zijn hand geslagen, behalve in de strijd op de weg van Allah; hij sloeg nooit een bediende of een vrouw

    Bron: Muslim

  40. Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī

    «كان أشد حياء من العذراء في خدرها، وكان إذا كره شيئا عرف في وجهه»

    Hij was verlegener dan een maagd achter haar gordijn, en als hij iets niet goed vond, zag je dat aan zijn gezicht

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Hij stond op aan het begin van de tweede helft van de nacht, gedenkend, met de miswāk, en bad.
  • Zijn aanbidding was aanhoudend en evenwichtig; hij stond lang en haalde in wat hij miste.
  • Hij huilde in het gebed en bij het horen van de Koran; zijn huilen was barmhartigheid, geen wanhoop.
  • Hij was de meest nederige van alle mensen, verbood overdreven lof, en zijn karakter was de Koran.
  • Hij stierf op drieënzestigjarige leeftijd, werd begraven in de kamer van ʿĀʾisha, en wat hij naliet is liefdadigheid.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Welke daad had hij ﷺ het liefst?

  2. Wie het verplichte gebed zittend bidt terwijl hij kan staan, krijgt de helft van de beloning.

  3. In welke maand vastte hij na Ramadan het meest?

  4. Huilen in het gebed maakt het gebed ongeldig.

  5. Wat is de iṭrāʾ die hij verbood?

  6. Hoe oud was hij ﷺ toen hij stierf?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 17 Zijn ontwaken en zijn aanbidding

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 52–55

  2. Les 18 Zittend bidden op hoge leeftijd, zijn vasten en zijn recitatie

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 56–60

  3. Les 19 Het huilen van de Profeet ﷺ

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 61–64

  4. Les 20 Zijn nederigheid

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 65–66

  5. Les 21 Zijn verbod op overdreven lof en zijn nederigheid thuis

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 67–68

  6. Les 22 Het karakter van de Profeet ﷺ

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 69–70

  7. Les 23 Zijn vrijgevigheid en zijn schaamte

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 71

  8. Les 24 Het overlijden van de Profeet ﷺ, zijn graf en zijn nalatenschap

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 72

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 52–77 p. 52

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.