PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 3: De eigenschappen: eten, drinken, spreken, lachen en slapen

Overzicht

Eenheid 3 · 6 lessen

De eigenschappen: eten, drinken, spreken, lachen en slapen

Zes lessen samen op één pagina

Zijn gewoonte ﷺ bij het eten en de etiquette ervan; drinken en wat daarbij verboden is; zijn bijgerechten, fruit en drank; zijn manier van spreken en zijn houding tegenover poëzie; zijn lachen, glimlachen en grappen; en zijn slapen, met de etiquette en het gedenken daarbij.

Bron: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 37–51

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 3 in één kaart

Zes lessen over zijn dagelijkse gewoonten ﷺ.

De eigenschappenEenheid 3
  • Etenles 11
    • een derde voor eten
    • Allahs naam en lof
    • met rechts
    • nooit kritiek op eten
  • Drinkenles 12–13
    • in drie teugen
    • uit de waterzak
    • staand
  • Bijgerecht en fruitles 13
    • azijn is een goed bijgerecht
    • pompoen
    • meloen met dadels
  • Spreken en poëzieles 14
    • duidelijk en afgemeten
    • drie keer herhalen
    • strijd met de tong
  • Lachen en grappenles 15
    • de meest glimlachende
    • alleen de waarheid
  • Slapenles 16
    • op de rechterzij
    • gedenken voor het slapen
    • het bed afslaan

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Hij gaf een belangrijke grondregel voor eten: een derde voor het eten, een derde voor het drinken en een derde voor de adem.
  2. Aan het begin noem je de naam van Allah; vergeet je dat, dan zeg je "In de naam van Allah, aan het begin en aan het eind"; aan het eind prijs je Allah.
  3. Hij had nooit kritiek op eten: had hij er zin in, dan at hij, en anders liet hij het, zoals de hagedis die hij niet lustte.
  4. Het verbod op staand drinken wordt opgevat als afgeraden; dat hij staand dronk, laat zien dat het mag.
  5. De redenen voor het verbod op drinken uit de opening van een waterzak gelden niet voor kleine blikjes en flesjes die je alleen gebruikt.
  6. Hij sprak duidelijk en afgemeten, zodat wie bij hem zat het kon onthouden, en herhaalde een woord drie keer.
  7. Poëzie is een sterk wapen als je het goed gebruikt; het hoort bij de strijd met de tong.
  8. Grappen maken hoort bij ontspanning, op voorwaarde dat er geen leugen, geen schrik en geen spot met de godsdienst in zit.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 11 · p. 37 Hoe de Profeet ﷺ at
  2. Les 12 · p. 39 Hoe de Profeet ﷺ dronk
  3. Les 13 · p. 40 Waarom niet uit de opening drinken; zijn bijgerechten, fruit en drank
  4. Les 14 · p. 42 Zijn manier van spreken en zijn houding tegenover poëzie
  5. Les 15 · p. 46 Zijn lach, glimlach en grapjes
  6. Les 16 · p. 49 Zijn slaap en de manieren van slapen

Oefening van het boek op p. 45. Les 12 en delen van les 16 staan in het boek alleen ter kennisname. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Drinken: verbod en toestemming (alleen ter kennisname)

Zoals in les 12.

VergelijkingVerbodVerzoening of uitzondering
In de beker ademenverboden als etiquette, om de beker niet vies te makendrie keer ademen buiten de beker
Uit de waterzak drinkenverbodenniet afgeraden bij nood, als er geen beker is en het met de hand niet lukt
Staand drinken"Laat niemand van jullie staand drinken"het verbod is afraden; dat hij staand dronk, laat zien dat het mag

Les 12p. 39

Etiquette van het slapen

Zoals in les 16.

VergelijkingBewijs
Het bed afslaande hadith van Abū Hurayra in beide Ṣaḥīḥ’s
Wassing voor het slapen"Als je naar bed gaat, doe dan de wassing"
Op de rechterzij slapenzijn gewoonte ﷺ, met zijn hand onder zijn wang
Niet op de buik liggen"Dat is de houding van de mensen van het Vuur"
Tasbīḥ, taḥmīd en takbīrwat hij ʿAlī en Fāṭima leerde

Les 16p. 50

Uitleg

  1. Wat hem werd voorgezet

    Hij weigerde niets wat er was, tenzij hij er een afkeer van had; hij hield niet van knoflook vanwege de geur, al is het niet verboden.

  2. Twee redenen voor het verbod op drinken uit de opening

    Er kan ongemerkt een beestje met het water mee naar binnen komen, en het water kan te hard komen zodat je je verslikt.

  3. Zijn houding tegenover poëzie

    Poëzie lag niet in zijn aard, maar hij citeerde Ibn Rawāḥa, waardeerde de regel van Labīd en liet zich verzen van Umayya ibn Abī ṣ-Ṣalt voordragen.

  4. Vormen van strijd vandaag

    Strijd met het woord, het artikel en de fatwa, het verspreiden van kennis, tawḥīd en juiste fiqh, en het verdedigen van de Boodschapper ﷺ.

  5. Zijn grappen ﷺ

    Hij omhelsde Zāhir de bedoeïen van achteren en riep: "Wie koopt deze slaaf?"; tegen de oude vrouw zei hij dat geen oude vrouw het Paradijs binnengaat, namelijk niet als oude vrouw.

  6. Het lachen van de metgezellen

    Abū Salama ibn ʿAbd ar-Raḥmān zei: zij waren niet stuurs en niet levenloos; Ibn ʿUmar zei: zij lachten terwijl het geloof in hun harten groter was dan een berg; Bilāl ibn Saʿd zei: ’s nachts waren zij als monniken.

  7. Zijn gewoonte bij het slapen

    Hij sliep op een leren mat, een matras, een rieten mat, de grond of een bed; hij sliep niet meer dan nodig en ontzegde zichzelf ook niet wat nodig was.

  8. Zijn slaap verbrak de wassing niet (alleen ter kennisname)

    An-Nawawī zei: het is eigen aan hem dat liggend slapen zijn wassing niet verbrak, omdat zijn ogen sliepen maar zijn hart niet.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Etiquette bij het eten

  1. aan het begin Allahs naam noemen
  2. met rechts eten
  3. eten van wat voor je ligt
  4. de vingers aflikken
  5. aan het eind Allah prijzen
  6. geen kritiek op eten
VoorwaardeUit het boek

Voorwaarden voor grappen

  • geen leugen
  • niemand laten schrikken
  • geen spot met de godsdienst
OpsommingUit het boek

Gedenken en recitatie voor het slapen

  1. de beschermingssoera’s met blazen en strijken
  2. "In Uw naam, o Allah, sterf en leef ik"
  3. tasbīḥ 33, taḥmīd 33 en takbīr 34
  4. soera al-Kāfirūn
  5. as-Sajda en Tabārak

Begrippen

لقيمات يقمن صلبه

luqaymāt yuqimna ṣulbah

Een paar happen die zijn rug recht houden.

غير مكفي ولا مودع

ghayr makfiyy wa-lā muwaddaʿ

Uit het gedenken na het eten: lof die nooit genoeg is en nooit wordt opgegeven.

أعافه

aʿāfuh

Ik heb er een afkeer van.

Zei hij over de hagedis.

اختناث الأسقية

ikhtināth al-asqiya

Drinken uit de opening van waterzakken.

الإدام

al-idām

Alles wat je bij het brood eet.

الدباء / القديد

ad-dubbāʾ / al-qadīd

Pompoen / gezouten, in de zon gedroogd vlees.

القثاء

al-qiththāʾ

Een plant zoals komkommer, maar langer.

الحلو البارد

al-ḥulw al-bārid

Koel water gemengd met bijvoorbeeld rozijnen of honing.

كلام فصل

kalām faṣl

Duidelijke, afgemeten spraak.

الهام / مقيله

al-hām / maqīluh

De kruinen van de hoofden / hun plaats.

المزاح

al-mizāḥ

Ontspannen omgaan met een ander zonder hem te kwetsen.

النغير

an-nughayr

Een klein vogeltje, zoals een mus.

عربًا أترابًا

ʿuruban atrāban

ʿUrub: liefdevol voor haar man; atrāb: van dezelfde leeftijd.

النطع

an-niṭʿ

Een leren mat.

عرس

ʿarras

’s Nachts tijdens een reis halt houden om te rusten.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «ما ملأ ابن آدم وعاء شرا من بطنه، بحسب ابن آدم لقيمات يقمن صلبه، فإن كان لا بد فاعلا فثلث لطعامه وثلث لشرابه وثلث لنفسه»

    De mens vult geen vat dat slechter is dan zijn buik. Een paar happen zijn genoeg voor de mens om zijn rug recht te houden. Moet hij toch meer eten, dan een derde voor zijn eten, een derde voor zijn drinken en een derde voor zijn adem

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

    Een belangrijke grondregel bij het eten.

  2. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «المسلم يأكل في معى واحد، والكافر يأكل في سبعة أمعاء»

    De moslim eet met één darm en de ongelovige met zeven darmen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  3. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «إذا أكل أحدكم فليذكر اسم الله، فإن نسي أن يذكر اسم الله في أوله فليقل: بسم الله أوله وآخره»

    Als een van jullie eet, laat hij de naam van Allah noemen; vergeet hij dat aan het begin, laat hij dan zeggen: "In de naam van Allah, aan het begin en aan het eind ervan."

    Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  4. Overgeleverd door ʿUmar ibn Abī Salama

    «سم الله، وكل بيمينك، وكل مما يليك»

    Noem de naam van Allah, eet met je rechterhand en eet van wat voor je ligt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  5. «الحمد لله كثيرا طيبا مباركا فيه، غير مكفي ولا مودع ولا مستغنى عنه ربنا»

    Alle lof aan Allah, veel, goede en gezegende lof; lof die nooit genoeg is, nooit wordt opgegeven en waar niemand buiten kan, onze Heer

    Bron: al-Bukhārī

    Gedenken na het eten.

  6. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «إن الله ليرضى عن العبد أن يأكل الأكلة فيحمده عليها، أو يشرب الشربة فيحمده عليها»

    Allah is tevreden met de dienaar die iets eet en Hem ervoor prijst, of iets drinkt en Hem ervoor prijst

    Bron: Muslim

  7. «إذا أكل أحدكم فليأكل بيمينه، وإذا شرب فليشرب بيمينه، فإن الشيطان يأكل بشماله ويشرب بشماله»

    Als een van jullie eet, laat hij met rechts eten, en als hij drinkt, met rechts drinken, want de duivel eet en drinkt met links

    Bron: Muslim

  8. Overgeleverd door Abū Ayyūb al-Anṣārī

    «أتي يوما بقصعة فيها ثوم فبعث بها إلى أبي أيوب، فقال: أحرام هو؟ قال: «لا، ولكني أكره ريحه»»

    Op een dag kreeg hij een schaal met knoflook en stuurde die naar Abū Ayyūb. Die vroeg: "Is het verboden?" Hij zei: "Nee, maar ik houd niet van de geur."

    Bron: Aḥmad; al-Arnaʾūṭ noemde hem ṣaḥīḥ

  9. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «ما عاب النبي ﷺ طعاما قط، إن اشتهاه أكله وإن كرهه تركه»

    De Profeet ﷺ heeft nooit kritiek gehad op eten: had hij er zin in, dan at hij het, en lustte hij het niet, dan liet hij het staan

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  10. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «كان يتنفس ثلاثا إذا شرب»

    Als hij dronk, ademde hij drie keer

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Bij Muslim: "Dat lest beter de dorst, is gezonder en makkelijker." Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  11. «إذا شرب أحدكم فلا يتنفس في الإناء»

    Als een van jullie drinkt, laat hij dan niet in de beker ademen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  12. Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī

    «نهى عن اختناث الأسقية»

    Hij verbood uit de opening van waterzakken te drinken

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ-verzamelingen (al-Bukhārī en Muslim)

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  13. «لا يشربن أحدكم قائما»

    Laat niemand van jullie staand drinken

    Bron: Muslim

    Opgevat als afgeraden. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  14. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās

    «سقيت رسول الله ﷺ فشرب وهو قائم من زمزم»

    Ik gaf de Boodschapper van Allah ﷺ zamzam te drinken, en hij dronk staand

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Om te laten zien dat het mag. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  15. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbd Allāh

    «سأل أهله الإدام فقالوا: ما عندنا إلا الخل، فدعا به فجعل يأكل ويقول: «نعم الإدام الخل، نعم الإدام الخل»»

    Hij vroeg zijn familie om iets bij het brood; zij zeiden: we hebben alleen azijn. Hij liet het halen, begon te eten en zei: "Wat een goed bijgerecht is azijn, wat een goed bijgerecht is azijn."

    Bron: Muslim

    Jābir zei: sindsdien houd ik van azijn.

  16. Overgeleverd door Umm Hāniʾ

    «دخل علي رسول الله ﷺ فقال: «أعندك شيء؟» فقلت: لا، إلا خبز يابس وخل، فقال: «هاتي، ما أقفر بيت من أدم فيه خل»»

    De Boodschapper van Allah ﷺ kwam bij mij en zei: "Heb je iets?" Ik zei: "Nee, alleen droog brood en azijn." Hij zei: "Geef maar; een huis met azijn zit niet zonder bijgerecht."

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

  17. Overgeleverd door Abū Usayd

    «كلوا الزيت وادهنوا به فإنه من شجرة مباركة»

    Eet olijfolie en smeer je ermee in, want het komt van een gezegende boom

    Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ḥasan

  18. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «إن خياطا دعا رسول الله ﷺ لطعام صنعه، فقرب خبزا من شعير ومرقا فيه دباء وقديد، فرأيت النبي ﷺ يتتبع الدباء حوالي القصعة، فلم أزل أحب الدباء من يومئذ»

    Een kleermaker nodigde de Boodschapper van Allah ﷺ uit voor een maaltijd die hij had gemaakt. Hij zette gerstebrood en bouillon met pompoen en gedroogd vlees voor. Ik zag de Profeet ﷺ de stukjes pompoen rond de schaal zoeken, en sindsdien ben ik van pompoen blijven houden

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Dubbāʾ is pompoen; qadīd is gezouten, in de zon gedroogd vlees.

  19. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Jaʿfar

    «كان يأكل القثاء بالرطب»

    Hij at slangkomkommer met verse dadels

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  20. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان يأكل البطيخ بالرطب»

    Hij at meloen met verse dadels

    Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Bij Abū Dāwūd: "We breken de warmte van het ene met de koelte van het andere."

  21. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان أحب الشراب إليه الحلو البارد»

    De drank die hij het liefst had, was zoet en koel

    Bron: Aḥmad en an-Nasāʾī in as-Sunan al-Kubrā; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Zoet: water gemengd met bijvoorbeeld rozijnen of honing.

  22. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ما كان رسول الله ﷺ يسرد كسردكم هذا، ولكن كان يتكلم بكلام بين فصل يحفظه من جلس إليه»

    De Boodschapper van Allah ﷺ sprak niet snel achter elkaar zoals jullie, maar duidelijk en afgemeten, zodat wie bij hem zat het kon onthouden

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

  23. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «كان رسول الله ﷺ يعيد الكلمة ثلاثا لتعقل عنه»

    De Boodschapper van Allah ﷺ herhaalde een woord drie keer, zodat het begrepen werd

    Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  24. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «قيل لها: هل كان يتمثل بشيء من الشعر؟ قالت: كان يتمثل بشعر ابن رواحة، ويتمثل بقوله: «ويأتيك بالأخبار من لم تزود»»

    Haar werd gevraagd of hij poëzie citeerde. Zij zei: hij citeerde de poëzie van Ibn Rawāḥa, en de regel: "Nieuws brengt je wie je geen reisproviand gaf."

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

  25. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «إن أصدق كلمة قالها الشاعر كلمة لبيد: ألا كل شيء ما خلا الله باطل»

    Het meest waarachtige woord dat een dichter sprak, is dat van Labīd: "Alles behalve Allah is ijdel."

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  26. Overgeleverd door ash-Sharīd

    «كنت ردف النبي ﷺ فأنشدته مائة قافية من قول أمية بن أبي الصلت، كلما أنشدته بيتا قال: «هيه»، حتى أنشدته مائة، فقال: «إن كاد ليسلم»»

    Ik zat achter de Profeet ﷺ op het rijdier en droeg honderd versregels voor van Umayya ibn Abī ṣ-Ṣalt. Bij elk vers zei hij: "Meer." Toen ik er honderd had voorgedragen, zei hij: "Hij was bijna moslim geworden."

    Bron: Muslim

    Via ʿAmr ibn ash-Sharīd van zijn vader.

  27. Overgeleverd door Jundub ibn Sufyān al-Bajalī

    «أصاب حجر إصبع رسول الله ﷺ فدميت فقال: «هل أنت إلا إصبع دميت، وفي سبيل الله ما لقيت»»

    Een steen raakte de vinger van de Boodschapper van Allah ﷺ en die bloedde. Hij zei: "Je bent maar een vinger die bloedt, en wat je overkwam was op de weg van Allah."

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  28. Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib

    «ولى سرعان الناس، تلقتهم هوازن بالنبل، ورسول الله ﷺ على بغلته، وأبو سفيان بن الحارث آخذ بلجامها، ورسول الله ﷺ يقول: «أنا النبي لا كذب، أنا ابن عبد المطلب»»

    De haastigen vluchtten toen Hawāzin hen met pijlen opwachtte, maar de Boodschapper van Allah ﷺ zat op zijn muildier, Abū Sufyān ibn al-Ḥārith hield de teugel vast, en de Boodschapper van Allah ﷺ zei: "Ik ben de Profeet, dat is geen leugen; ik ben de zoon van ʿAbd al-Muṭṭalib."

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ-verzamelingen (al-Bukhārī en Muslim)

    Antwoord aan wie vroeg: zijn jullie van de Boodschapper ﷺ weggevlucht?

  29. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «أن النبي ﷺ دخل مكة في عمرة القضاء وابن رواحة يمشي بين يديه يقول الشعر، فقال له عمر: يا ابن رواحة، بين يدي رسول الله ﷺ وفي حرم الله تقول الشعر؟! فقال ﷺ: «خل عنه يا عمر، فلهي أسرع فيهم من نضح النبل»»

    De Profeet ﷺ trok Mekka binnen bij de inhaal-ʿumra terwijl Ibn Rawāḥa voor hem uit liep en poëzie voordroeg. ʿUmar zei: "Ibn Rawāḥa, voor de Boodschapper van Allah ﷺ en in de heilige plaats van Allah draag je poëzie voor?" Hij ﷺ zei: "Laat hem, ʿUmar, want dit treft hen sneller dan pijlen."

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

  30. «جاهدوا المشركين بأموالكم وأيديكم وألسنتكم»

    Strijd tegen de polytheïsten met jullie bezit, jullie handen en jullie tongen

    Bron: an-Nasāʾī en Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Poëzie hoort bij de strijd met de tong.

  31. «تبسمك في وجه أخيك صدقة»

    Je glimlach naar je broeder is liefdadigheid

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

  32. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn al-Ḥārith ibn Jazʾ

    «ما رأيت أحدا أكثر تبسما من رسول الله ﷺ»

    Ik heb niemand gezien die meer glimlachte dan de Boodschapper van Allah ﷺ

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Ook van hem: het lachen van de Boodschapper ﷺ was niets dan glimlachen.

  33. Overgeleverd door Jarīr ibn ʿAbd Allāh

    «ما حجبني رسول الله ﷺ ولا رآني منذ أسلمت إلا تبسم»

    Sinds ik moslim werd, heeft de Boodschapper van Allah ﷺ mij nooit de toegang geweigerd, en hij zag mij nooit zonder te glimlachen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  34. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «كنت أمشي مع رسول الله ﷺ وعليه برد نجراني غليظ الحاشية، فأدركه أعرابي فجبذ بردائه جبذة شديدة... ثم قال: يا محمد، مر لي من مال الله الذي عندك، فالتفت إليه فضحك ثم أمر له بعطاء»

    Ik liep met de Boodschapper van Allah ﷺ, die een Najrānī-mantel met een dikke rand droeg. Een bedoeïen haalde hem in en trok hard aan zijn mantel... en zei: "Muḥammad, laat mij iets geven van het bezit van Allah dat je hebt." Hij keek naar hem om, lachte en liet hem iets geven

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Hij glimlachte zelfs naar wie hem slecht behandelde.

  35. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «قالوا: يا رسول الله، إنك تداعبنا! قال: «نعم، غير أني لا أقول إلا حقا»»

    Zij zeiden: "O Boodschapper van Allah, u maakt grapjes met ons!" Hij zei: "Ja, maar ik zeg alleen de waarheid."

    Bron: at-Tirmidhī in ash-Shamāʾil, die hem ṣaḥīḥ noemde

  36. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «إن كان رسول الله ﷺ ليخالطنا حتى يقول لأخ لي صغير: «يا أبا عمير، ما فعل النغير؟»»

    De Boodschapper van Allah ﷺ ging zo met ons om dat hij tegen mijn kleine broertje zei: "Abū ʿUmayr, wat heeft het vogeltje gedaan?"

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Nughayr is een klein vogeltje, zoals een mus.

  37. «ويل للذي يحدث فيكذب ليضحك القوم، ويل له، ويل له»

    Wee wie praat en liegt om de mensen te laten lachen; wee hem, wee hem

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ḥasan

    Liegen om mensen te laten lachen mag niet.

  38. Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib

    «كان إذا أخذ مضجعه وضع كفه اليمنى تحت خده الأيمن وقال: «رب قني عذابك يوم تبعث عبادك»»

    Als hij ging liggen, legde hij zijn rechterhand onder zijn rechterwang en zei: "Mijn Heer, bescherm mij tegen Uw straf op de dag dat U Uw dienaren opwekt."

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

    In een versie: "op de dag dat U Uw dienaren verzamelt".

  39. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «كان إذا أوى إلى فراشه كل ليلة جمع كفيه فنفث فيهما وقرأ فيهما الإخلاص والفلق والناس، ثم مسح بهما ما استطاع من جسده، يبدأ برأسه ووجهه، ثلاث مرات»

    Elke nacht als hij naar bed ging, bracht hij zijn handen samen, blies erin en reciteerde al-Ikhlāṣ, al-Falaq en an-Nās; daarna streek hij ermee over zoveel van zijn lichaam als hij kon, beginnend bij hoofd en gezicht, drie keer

    Bron: al-Bukhārī

  40. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «إذا أوى أحدكم إلى فراشه فلينفض فراشه بداخلة إزاره فإنه لا يدري ما خلفه عليه، ثم يقول: باسمك رب وضعت جنبي وبك أرفعه، إن أمسكت نفسي فارحمها، وإن أرسلتها فاحفظها بما تحفظ به عبادك الصالحين»

    Als een van jullie naar bed gaat, laat hij zijn bed afslaan met de binnenkant van zijn onderkleed, want hij weet niet wat er na hem op is gekomen. Daarna zegt hij: "In Uw naam, mijn Heer, leg ik mijn zij neer en door U til ik haar op. Houdt U mijn ziel, wees haar dan genadig; laat U haar gaan, bescherm haar dan zoals U Uw vrome dienaren beschermt."

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Een derde voor eten, een derde voor drinken, een derde voor adem; met Allahs naam, lof en de rechterhand.
  • Hij dronk in drie teugen en verbood ademen in de beker en drinken uit de opening van de waterzak.
  • Hij hield van azijn, pompoen en zoete, koele drank.
  • Hij sprak duidelijk en herhaalde drie keer; goede poëzie hoort bij de strijd met de tong.
  • Hij glimlachte het meest van alle mensen, maakte grappen maar zei alleen de waarheid, en sliep op zijn rechterzij met gedenken.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat zeg je als je vergeten bent aan het begin van het eten Allahs naam te noemen?

  2. De Profeet ﷺ had kritiek op eten waar hij geen zin in had.

  3. Wat is het oordeel over staand drinken volgens de verzoening van de geleerden?

  4. Wat is idām?

  5. De Profeet ﷺ loog soms een beetje om zijn metgezellen te laten lachen.

  6. Wat zei de Profeet ﷺ over op de buik liggen?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 11 Hoe de Profeet ﷺ at

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 37–38

  2. Les 12 Hoe de Profeet ﷺ dronk

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 39

  3. Les 13 Waarom niet uit de opening drinken; zijn bijgerechten, fruit en drank

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 40–41

  4. Les 14 Zijn manier van spreken en zijn houding tegenover poëzie

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 42–45

  5. Les 15 Zijn lach, glimlach en grapjes

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 46–48

  6. Les 16 Zijn slaap en de manieren van slapen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 49

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb as-Sīra an-Nabawiyya (2): ash-Shamāʾil, Zad-reeks · p. 37–51 p. 37

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.