PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 3: De tekenen van het Uur

Overzicht

Eenheid 3 · 6 lessen

De tekenen van het Uur

Zes lessen samen op één pagina

Wat de tekenen van het Uur zijn en dat geloof erin verplicht is, de indeling in kleine tekenen (in drie soorten) en grote tekenen, van de Mahdī tot het vuur dat de mensen bijeendrijft, en de vruchten van geloof in de tekenen.

Bron: Kitāb al-ʿAqīda (4), Zad-reeks · p. 31–41

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 3 in één kaart

De onderwerpen zoals in het boek.

De tekenen van het UurEenheid 3
  • Definitie en oordeelles 10
    • tekenen van de Opstanding
    • geloof erin is verplicht
  • Kleine tekenen die al gebeurd zijnles 10–11
    • de zending
    • de maan gespleten
    • beproevingen
    • woeker
  • Begonnen of nog niet gebeurdles 11–12
    • verloren vertrouwen
    • aardbevingen
    • de Eufraat
  • Grote tekenenles 13–14
    • de Dajjāl
    • ʿĪsā
    • Yaʾjūj en Maʾjūj
    • de zon uit het westen
  • Vruchtenles 15
    • geloof in de Laatste Dag
    • bewijs van profeetschap
    • voorbereiding

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. De tekenen van het Uur zijn de tekenen die aan de Opstanding voorafgaan en laten zien dat ze nabij is; geloof erin hoort bij geloof in de Laatste Dag.
  2. Niet alles wat een teken is, is verboden: een teken kan goed, slecht of toegestaan zijn.
  3. Er zijn kleine en grote tekenen; de kleine zijn al gebeurd, begonnen of nog niet gebeurd.
  4. Kleine tekenen gaan het Uur lang vooraf; grote tekenen zijn ongewone, geweldige gebeurtenissen vlak ervoor.
  5. Kleine tekenen die al gebeurd zijn: de zending, de gespleten maan, de dood van de Profeet ﷺ, de verovering van Jeruzalem en de beproevingen.
  6. Grote tekenen: de Mahdī, de rook, de Dajjāl, de neerdaling van ʿĪsā, Yaʾjūj en Maʾjūj, de wegzinkingen, het dier, en de zon die in het westen opkomt.
  7. Het laatste grote teken is een vuur dat de mensen bijeendrijft; daarna volgt het blazen op de hoorn.
  8. Geloof in de tekenen versterkt het geloof, bevestigt het profeetschap, geeft hoop en spoort aan tot voorbereiding.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 10 · p. 31 De tekenen van het Uur
  2. Les 11 · p. 34 Verspreiding van woeker en tekenen die begonnen zijn
  3. Les 12 · p. 36 Kleine tekenen die nog niet gebeurd zijn
  4. Les 13 · p. 37 De grote tekenen: al-Mahdī, de rook, de Dajjāl en ʿĪsā
  5. Les 14 · p. 39 Yaʾjūj en Maʾjūj en de laatste tekenen
  6. Les 15 · p. 40 De vruchten van het geloof in de tekenen

Oefening van het boek op p. 41. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Soorten tekenen

Zoals in het schema van het boek.

De tekenen van het Uur
  • Klein
    • al gebeurd
    • begonnen maar niet voltooid
    • nog niet gebeurd
  • Groot
    • de Mahdī, de rook, de Dajjāl
    • ʿĪsā, Yaʾjūj en Maʾjūj, de wegzinkingen
    • het dier, de zon, het vuur

Klein en groot

Het verschil tussen de twee soorten.

VergelijkingKleinGroot
Tijdlang vóór het Uurvlak voor het Uur
Aardmeestal gewone zakenongewoon
Voorbeeldenkennis verdwijnt, hoge gebouwende Dajjāl, ʿĪsā, de zon uit het westen

Les 10p. 33

Soorten kleine tekenen

Drie soorten, met voorbeelden uit het boek.

  1. Al gebeurdde zending, de gespleten maan, de dood van de Profeet ﷺ, Jeruzalem, beproevingen, eerdere volken navolgen, woeker, "geklede en toch naakte" vrouwen
  2. Begonnen maar niet voltooidde dood wensen, valse profeten, verloren vertrouwen, kennis verdwijnt, Arabië weer groen
  3. Nog niet gebeurdveel aardbevingen, de vromen verdwijnen, ware dromen, de Eufraat legt een berg goud bloot

De grote tekenen

Zoals het boek ze noemt; het laatste is het vuur.

  1. De komst van de Mahdī (alleen ter kennisname)
  2. De rook (ad-Dukhān 44:10–12)
  3. De Dajjāl (alleen ter kennisname)
  4. De neerdaling van ʿĪsā zoon van Maryam
  5. Yaʾjūj en Maʾjūj
  6. Drie wegzinkingen
  7. Het dier
  8. De zon komt op in het westen
  9. Het vuur dat de mensen bijeendrijft

Vruchten van geloof in de tekenen

Zeven vruchten, zoals in les 15.

  1. Geloof in de Laatste Dag en het verborgene
  2. Hun uitkomen versterkt het geloof
  3. Het aangeboren verlangen naar het verborgene wordt gestild
  4. Een belangrijk bewijs van het profeetschap
  5. Leren hoe je met toekomstige gebeurtenissen omgaat
  6. Hoop voor de gelovigen
  7. Aansporing tot gehoorzaamheid en voorbereiding

Uitleg

  1. Een teken is geen verbod (alleen ter kennisname)

    an-Nawawī: "Niet alles wat de Profeet ﷺ een teken van het Uur noemde, is verboden of afkeurenswaardig. Dat herders wedijveren in gebouwen of dat bezit zich verspreidt, is zonder twijfel niet verboden; het zijn alleen tekenen."

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  2. Kenmerken van de Mahdī (alleen ter kennisname)

    Uit het huisgezin van de Profeet ﷺ, nakomeling van Fāṭima, met de naam Muḥammad ibn ʿAbd Allāh; een hoog voorhoofd en een gebogen neus; Allah maakt hem in één nacht geschikt; hij vult de aarde met rechtvaardigheid en gaat ʿĪsā voor in het gebed.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  3. De beproeving van de Dajjāl (alleen ter kennisname)

    Hij komt als de godsdienst zwak is, uit het oosten, uit Khurāsān. Hij gaat elk land binnen behalve Mekka en Medina, en blijft veertig dagen: een dag als een jaar, een dag als een maand, een dag als een week, en de rest als gewone dagen. Daarna daalt ʿĪsā neer en doodt hem.

    Meer uitleg

    Hij heeft een paradijs en een vuur bij zich; zijn paradijs is vuur en zijn vuur is paradijs. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. De neerdaling van ʿĪsā staat vast

    as-Saffārīnī: "De neerdaling van de Messias ʿĪsā zoon van Maryam staat vast door de Koran, de Sunna en de consensus van de umma … er is consensus dat hij neerdaalt en volgens deze sharīʿa van Muḥammad oordeelt."

    Meer uitleg

    Ibn Kathīr over "en hij is een teken van het Uur": bedoeld is zijn neerdaling vóór de Opstanding.

  5. Het einde van Yaʾjūj en Maʾjūj

    Zij richten verderf aan op aarde; Allah laat ʿĪsā met de gelovigen naar de berg aṭ-Ṭūr gaan. Op het smeekgebed van ʿĪsā en de zijnen stuurt Allah wormen op hen, die hen in de nek grijpen, en ze sterven.

  6. Het dier

    Men moet geloven dat Allah aan het eind der tijden een dier uit de aarde laat komen dat tot de mensen spreekt; dat spreken is een teken dat zij de dreiging verdiend hebben door Allahs tekenen te loochenen.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

De tekenen van het Uur

  • De tekenen die aan de Opstanding voorafgaan en laten zien dat ze nabij is.
OpsommingUit het boek

Soorten kleine tekenen

  1. al gebeurd
  2. begonnen
  3. nog niet gebeurd
DefinitieUit het boek

Een teken is geen oordeel

  • Dat iets een teken van het Uur is, betekent niet dat het verboden of afkeurenswaardig is.
OpsommingUit het boek

Het laatste grote teken

  1. het vuur dat de mensen bijeendrijft
  2. daarna het blazen op de hoorn

Begrippen

الأشراط

al-ashrāṭ

Meervoud van sharṭ: teken.

الساعة

as-sāʿa

Een deel van de nacht of de dag; ook: de Opstanding.

Het moment waarop alle schepselen neervallen.

أشراط الساعة

ashrāṭ as-sāʿa

De tekenen die aan de Opstanding voorafgaan en laten zien dat ze nabij is.

Geloof erin is verplicht, omdat ze komen van de waarachtige Profeet ﷺ.

الأشراط الصغرى

al-ashrāṭ aṣ-ṣughrā

Kleine tekenen: gaan het Uur lang vooraf, meestal gewone zaken.

Zoals het verdwijnen van kennis en het wedijveren in hoge gebouwen.

الأشراط الكبرى

al-ashrāṭ al-kubrā

Grote tekenen: geweldige, ongewone gebeurtenissen vlak voor het Uur.

Zoals de Dajjāl, de neerdaling van ʿĪsā en de zon die in het westen opkomt.

الهرج

al-harj

Het doden.

"En het harj neemt toe – dat is doden, doden."

المهدي

al-mahdī

Een man uit het huisgezin van de Profeet ﷺ, nakomeling van Fāṭima, met de naam Muḥammad ibn ʿAbd Allāh.

Hij vult de aarde met rechtvaardigheid zoals ze vol onrecht was, en gaat ʿĪsā voor in het gebed.

  • alleen ter kennisname

المسيح الدجال

al-masīḥ ad-dajjāl

Een mens, de grootste beproeving tussen de schepping van Adam en het Uur.

Blind aan het rechteroog; tussen zijn ogen staat "ongelovige" geschreven.

  • alleen ter kennisname

النغف

an-naghaf

Wormen in de neus van kamelen en schapen.

Allah stuurt ze op Yaʾjūj en Maʾjūj, die er dan aan sterven.

الدابة

ad-dābba

Het dier dat Allah aan het eind der tijden uit de aarde laat komen en dat tot de mensen spreekt.

an-Naml 27:82.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door Sahl ibn Saʿd

    «بعثت أنا والساعة كهذه من هذه، أو: كهاتين، وقرن بين السبابة والوسطى»

    Ik ben gezonden met het Uur zo dicht bij elkaar als deze twee – en hij hield wijsvinger en middelvinger tegen elkaar

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De zending van de Profeet ﷺ is een teken dat al is gebeurd.

  2. Overgeleverd door ʿAwf ibn Mālik

    «اعدد ستا بين يدي الساعة: موتي، ثم فتح بيت المقدس...»

    Tel zes dingen vóór het Uur: mijn dood, daarna de verovering van Jeruzalem …

    Bron: al-Bukhārī

    Jeruzalem werd in het jaar 16 AH veroverd, onder ʿUmar.

  3. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تقوم الساعة حتى يقبض العلم، وتكثر الزلازل، ويتقارب الزمان، وتظهر الفتن، ويكثر الهرج -وهو القتل القتل- حتى يكثر فيكم المال فيفيض»

    Het Uur breekt niet aan voordat de kennis wordt weggenomen, aardbevingen toenemen, de tijd korter lijkt, beproevingen verschijnen en het doden toeneemt, en tot het bezit onder jullie zo groot is dat het overloopt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De beproevingen begonnen al aan het eind van de tijd van de metgezellen.

  4. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تقوم الساعة حتى تأخذ أمتي بأخذ القرون قبلها، شبرا بشبر، وذراعا بذراع. فقيل: يا رسول الله، كفارس والروم؟ فقال: ومن الناس إلا أولئك»

    Het Uur breekt niet aan voordat mijn gemeenschap de wegen van de generaties vóór haar volgt, span na span en el na el. Gevraagd werd: zoals de Perzen en de Romeinen? Hij zei: wie anders dan zij?

    Bron: al-Bukhārī

    Het navolgen van eerdere volken.

  5. «بين يدي الساعة يظهر الربا»

    vóór het Uur zal woeker zich verspreiden

    Bron: aṭ-Ṭabarānī; authentiek volgens al-Albānī

  6. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «بين يدي الساعة تسليم الخاصة...»

    vóór het Uur groet men alleen wie men kent …

    Bron: Aḥmad; authentiek volgens al-Albānī

    Dat men alleen bekenden groet.

  7. Overgeleverd door Ibn ʿUmar

    «سيكون في آخر أمتي نساء كاسيات عاريات، على رؤوسهن كأسنمة البخت، العنوهن فإنهن ملعونات»

    aan het eind van mijn gemeenschap zullen er vrouwen zijn die gekleed en toch naakt zijn, met op hun hoofd iets als de bulten van Bactrische kamelen; vervloek hen, want zij zijn vervloekt

    Bron: aṭ-Ṭabarānī; al-Albānī: de keten is goed (ḥasan)

    an-Nawawī: deze hadith is een van de wonderen van het profeetschap.

  8. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تقوم الساعة حتى يمر الرجل بقبر الرجل فيقول: يا ليتني مكانه»

    het Uur breekt niet aan voordat iemand langs het graf van een ander loopt en zegt: was ik maar in zijn plaats

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De dood wensen door zware beproeving.

  9. «لا تقوم الساعة حتى يبعث دجالون كذابون، قريبا من ثلاثين، كلهم يزعم أنه رسول الله»

    het Uur breekt niet aan voordat er bedriegers en leugenaars opstaan, bijna dertig, die allemaal beweren dat ze de boodschapper van Allah zijn

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Ibn Ḥajar: bedoeld zijn zij die macht kregen en een schijnargument hadden.

  10. «إذا ضيعت الأمانة فانتظر الساعة. قال: كيف إضاعتها؟ قال: إذا وسد الأمر إلى غير أهله فانتظر الساعة»

    Als het vertrouwen verloren gaat, verwacht dan het Uur. Gevraagd werd: hoe gaat het verloren? Hij zei: als de zaak wordt toevertrouwd aan wie er niet geschikt voor is, verwacht dan het Uur

    Bron: al-Bukhārī

  11. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «إن من أشراط الساعة أن يرفع العلم، ويثبت الجهل...»

    tot de tekenen van het Uur behoort dat de kennis wordt opgeheven en de onwetendheid vaste voet krijgt …

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  12. «لا تقوم الساعة حتى تعود أرض العرب مروجا وأنهارا»

    het Uur breekt niet aan voordat het land van de Arabieren weer weiden en rivieren wordt

    Bron: Muslim

  13. «لا تقوم الساعة حتى تكثر الزلازل»

    het Uur breekt niet aan voordat aardbevingen veel voorkomen

    Bron: al-Bukhārī

    Ibn Ḥajar: bedoeld is dat ze overal en voortdurend zijn.

  14. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAmr

    «لا تقوم الساعة حتى يأخذ الله شريطته من أهل الأرض، فيبقى فيها عجاجة لا يعرفون معروفا ولا ينكرون منكرا»

    het Uur breekt niet aan voordat Allah de besten van de aarde wegneemt; dan blijft er uitschot over dat het goede niet kent en het kwade niet afwijst

    Bron: Aḥmad, met een authentieke keten

    De besten zijn de mensen van godsdienst en goedheid; het uitschot zijn de laagsten, in wie geen goed is.

  15. «إذا اقترب الزمان لم تكد رؤيا المسلم تكذب، وأصدقكم رؤيا أصدقكم حديثا»

    als de tijd nadert, is de droom van een moslim bijna nooit onwaar; en wie van jullie het meest oprecht spreekt, heeft de meest ware dromen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  16. «يوشك الفرات أن يحسر عن كنز من ذهب -وفي رواية: عن جبل من ذهب- فمن حضره فلا يأخذ منه شيئا»

    binnenkort zal de Eufraat een schat van goud blootleggen – in een overlevering: een berg van goud; wie erbij is, neme er niets van

    Bron: al-Bukhārī

    Bij Muslim: "dan vechten de mensen erom, en van elke honderd worden er negenennegentig gedood".

  17. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «لا تذهب، أو لا تنقضي الدنيا حتى يملك العرب رجل من أهل بيتي، يواطئ اسمه اسمي»

    de wereld gaat niet voorbij voordat een man uit mijn huisgezin over de Arabieren regeert, wiens naam gelijk is aan mijn naam

    Bron: Abū Dāwūd; al-Arnaʾūṭ: authentiek door ondersteunende overleveringen

    De komst van de Mahdī. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  18. Overgeleverd door ʿImrān ibn Ḥuṣayn

    «ما بين خلق آدم إلى قيام الساعة أمر أكبر من الدجال»

    tussen de schepping van Adam en het aanbreken van het Uur is er niets groters dan de Dajjāl

    Bron: Muslim

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  19. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «والذي نفسي بيده ليوشكن أن ينزل فيكم ابن مريم حكما مقسطا، فيكسر الصليب، ويقتل الخنزير، ويضع الجزية...»

    Bij Hem in Wiens hand mijn ziel is: binnenkort daalt de zoon van Maryam onder jullie neer als rechtvaardig rechter; hij breekt het kruis, doodt het varken en schaft de jizya af …

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De neerdaling van ʿĪsā (vrede zij met hem).

  20. Overgeleverd door Zaynab bint Jaḥsh

    «لا إله إلا الله، ويل للعرب من شر قد اقترب، فتح اليوم من ردم يأجوج ومأجوج مثل هذه، وحلق بإصبعه الإبهام والتي تليها»

    Er is geen god dan Allah! Wee de Arabieren vanwege een kwaad dat nabij is gekomen: vandaag is er zoveel van de dam van Yaʾjūj en Maʾjūj geopend – en hij maakte een kring met duim en wijsvinger

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Overgeleverd door Umm Ḥabība van Zaynab.

  21. Overgeleverd door Umm Salama

    «سيكون بعدي خسف بالمشرق، وخسف بالمغرب، وخسف في جزيرة العرب. قيل: يخسف بالأرض وفيهم الصالحون؟ قال: نعم، إذا أكثر أهلها الخبث»

    Na mij zal er een wegzinking in het oosten zijn, een in het westen en een op het Arabisch schiereiland. Gevraagd werd: zakt de aarde weg terwijl er vromen onder hen zijn? Hij zei: ja, als het kwaad onder de bewoners toeneemt

    Bron: aṭ-Ṭabarānī

    Ibn Ḥajar: mogelijk is iets bedoeld wat groter is dan wat al gebeurd is.

  22. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تقوم الساعة حتى تطلع الشمس من مغربها، فإذا طلعت فرآها الناس آمنوا أجمعون، فذلك حين: ﴿لا ينفع نفسا إيمانها لم تكن آمنت من قبل﴾»

    het Uur breekt niet aan voordat de zon in het westen opkomt; als ze opkomt en de mensen het zien, gaan ze allemaal geloven, en dat is de tijd dat "het geloof van een ziel haar niet baat als ze niet eerder geloofde"

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    al-Anʿām 6:158.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De tekenen van het Uur gaan eraan vooraf en laten zien dat het nabij is.
  • Kleine tekenen: al gebeurd, begonnen, nog niet gebeurd.
  • Kleine tekenen lang vóór het Uur, grote tekenen vlak ervoor.
  • Groot: de Mahdī, de rook, de Dajjāl, ʿĪsā, Yaʾjūj en Maʾjūj, de wegzinkingen, het dier, de zon, het vuur.
  • De neerdaling van ʿĪsā staat vast door Koran, Sunna en consensus.
  • Vruchten: sterker geloof, bewijs van profeetschap, hoop, voorbereiding.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat betekent sharṭ in de taal?

  2. Alles wat een teken van het Uur is, is verboden.

  3. Wat voor teken is de zending van de Profeet ﷺ?

  4. Wat voor teken is de Eufraat die een berg goud blootlegt?

  5. Hoe gaat het vertrouwen verloren?

  6. Wat is het laatste grote teken?

  7. De neerdaling van ʿĪsā staat vast door Koran, Sunna en consensus.

  8. Wanneer baat het geloof een ziel niet meer als ze niet eerder geloofde?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 10 De tekenen van het Uur

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 31–33

  2. Les 11 Verspreiding van woeker en tekenen die begonnen zijn

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 34–35

  3. Les 12 Kleine tekenen die nog niet gebeurd zijn

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 36

  4. Les 13 De grote tekenen: al-Mahdī, de rook, de Dajjāl en ʿĪsā

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 37–38

  5. Les 14 Yaʾjūj en Maʾjūj en de laatste tekenen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 39

  6. Les 15 De vruchten van het geloof in de tekenen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 40

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb al-ʿAqīda (4), Zad-reeks · p. 31–41 p. 31

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.