PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 5: De vrienden van Allah en hun ereblijken

Overzicht

Eenheid 5 · 5 lessen

De vrienden van Allah en hun ereblijken

Vijf lessen samen op één pagina

Wie een walī (vriend van Allah) is en wat een karāma (ereblijk) is, het verschil tussen de vrienden van de Barmhartige en die van de duivel, het bevestigen van ereblijken en hun voorwaarden, het verschil met duivelse verschijnselen, de waarschuwing tegen overdrijving met vromen en hun graven, en het religieuze grafbezoek.

Bron: Kitāb al-ʿAqīda (4), Zad-reeks · p. 53–69

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 5 in één kaart

De onderwerpen zoals in het boek.

De vrienden van AllahEenheid 5
  • Walī en karāmales 19
    • elke godvrezende gelovige
    • iets bovennatuurlijks
  • Vrienden van de Barmhartige of van de duivelles 19–20
    • geloof
    • godsvrees
    • navolging
    • liefde voor Allahs vrienden
  • Ereblijkenles 20–21
    • bevestiging
    • voorwaarden
    • duivelse verschijnselen
  • Overdrijvingles 22
    • buiten de islam
    • een weg naar shirk
  • Grafbezoekles 23
    • religieus
    • shirk of vernieuwing
    • vormen van overdrijving

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Een walī is elke godvrezende gelovige; walāya is geloof en godsvrees.
  2. Een karāma is iets bovennatuurlijks dat Allah door een walī laat gebeuren; het is geen voorwaarde om walī te zijn.
  3. Een wonder (muʿjiza) hoort bij een profeet en zijn aanspraak op profeetschap; een karāma bij een walī die de Profeet ﷺ volgt.
  4. Kenmerken van de vrienden van de Barmhartige: geloof, godsvrees, navolging en liefde voor Allahs vrienden.
  5. Laat je niet misleiden door wie over water loopt of vliegt, tot je hem aan Koran en Sunna hebt getoetst.
  6. Ahl as-sunna zijn het eens dat ereblijken bestaan; ze blijven tot de Dag der Opstanding.
  7. Overdrijving met vromen was de eerste en grootste oorzaak van shirk onder de mensen.
  8. Religieus grafbezoek: groeten, voor de doden smeken en aan de dood denken, zonder er speciaal heen te reizen.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 19 · p. 53 De walī's en hun karāmāt
  2. Les 20 · p. 58 Liefde voor de walī's en het bestaan van karāmāt
  3. Les 21 · p. 60 De voorwaarden van een karāma
  4. Les 22 · p. 62 Waarschuwing tegen overdrijving over walī's en vromen
  5. Les 23 · p. 64 Het doel van het bezoeken van graven

Oefening van het boek op p. 69. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Wonder en ereblijk

Beide zijn bovennatuurlijk.

VergelijkingWonder (muʿjiza)Ereblijk (karāma)
Voor wiede profeetde walī
Profeetschapgaat samen met de aanspraak eropde walī maakt geen aanspraak
Oorzaaksteun voor het profeetschapde Profeet ﷺ volgen en zijn sharīʿa vasthouden

Les 19p. 54

Kenmerken van de vrienden van de Barmhartige

Wat hen onderscheidt van de vrienden van de duivel.

  1. Geloofin de zes zuilen; een ongelovige is geen walī
  2. Godsvreesde godvrezende is niet onfeilbaar, maar keert steeds terug
  3. NavolgingĀl ʿImrān 3:31
  4. Liefde voor Allahs vriendenwie de metgezellen haat, is geen walī van Allah

Voorwaarden voor een ereblijk (alleen ter kennisname)

Zoals in les 21.

  1. Er is iets bovennatuurlijks
  2. Het gebeurt bij een godvrezende gelovige die Koran en Sunna volgt
  3. Er zit geen zonde of onwaarheid in

Ereblijk of duivels verschijnsel (alleen ter kennisname)

De belangrijkste verschillen volgens het boek.

VergelijkingEreblijkDuivels verschijnsel
Oorzaakgeloof en godsvreesgeen walāya, dus van de duivel
Basiswaarheidleugen
Hoe verkregeneen gave van Allahdoor leren en djinns oproepen
Tonende walī verbergt hetwordt voor publiek vertoond, als uitdaging
Gedenken en Koranheft het niet opheft het op of verzwakt het

Les 21p. 61

Twee soorten overdrijving met heiligen

Zoals in het boek.

Overdrijving met heiligen
  • Brengt buiten de islam
    • hun kennis van het verborgene of macht over het heelal toeschrijven
    • hen aanroepen, om hulp vragen, voor hen slachten of geloften doen
  • Een weg naar shirk
    • graven verhogen en er koepels en gebedsplaatsen op bouwen
    • naar hen afreizen, via hun aanzien bidden, bij hen zweren

Twee soorten grafbezoek

Zoals in les 23.

Grafbezoek
  • Religieus
    • de doden groeten en voor hen smeken
    • aan de dood denken
    • zonder er speciaal heen te reizen
  • Shirk of vernieuwing
    • de dode om iets vragen
    • Allah vragen via de dode
    • denken dat smeken bij het graf eerder verhoord wordt

Vormen van overdrijving met graven die de Profeet ﷺ verbood

Zoals in het boek.

  1. In de richting van graven bidden
  2. Lampen op gravenIbn Taymiyya: verboden, en ik ken daarover geen meningsverschil
  3. Van graven een feestplaats maken
  4. Graven verhogen
  5. Erop bouwen, pleisteren en schrijven
  6. Er gebedsplaatsen op bouwen en afbeeldingen maken
  7. Afreizen naar iets anders dan de drie moskeeën

Uitleg

  1. Twee kanten van walāya

    De kant van de dienaar: geboden uitvoeren, verboden vermijden en dan opklimmen in aanbidding met vrijwillige daden. De kant van de Heer: deze dienaar liefhebben, helpen en standvastig houden.

    Meer uitleg

    Ereblijken zijn iets extra’s; iemand kan walī zijn zonder ereblijken.

  2. Geen walāya zonder navolging

    Ibn Taymiyya: "Wie gelooft dat een van de heiligen een weg naar Allah heeft zonder Muḥammad ﷺ te volgen, is een ongelovige en een vriend van de duivel."

  3. De wonderen van tovenaars en waarzeggers

    Ibn Taymiyya: de vrienden van Allah zijn het eens dat iemand die door de lucht vliegt of over water loopt, niet meetelt tot je ziet of hij Allahs geboden en verboden volgt; anders zou je tovenaars en waarzeggers vrienden van Allah moeten noemen.

  4. Ereblijken uit Koran en Sunna

    De voorziening van Maryam in het gebedsvertrek, de man met kennis van het Boek bij Sulaymān, de redding van de mannen in de grot, het kind dat in de wieg sprak, en ereblijken van Usayd ibn Ḥuḍayr, ʿAbbād ibn Bishr, ʿĀṣim ibn Thābit en anderen.

    Meer uitleg

    Āl ʿImrān 3:37, an-Naml 27:40.

  5. Drie houdingen tegenover vromen (alleen ter kennisname)

    as-Saʿdī: wie hun rechten tekortdoet, wie hen boven hun plaats verheft, en wie de waarheid volgt: hen liefheeft en hun rechten geeft, maar zich verre houdt van overdrijving en het toeschrijven van onfeilbaarheid.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  6. Onze plicht tegenover graven

    Graven hebben een recht op twee manieren: we doen hun eerbied niet tekort – we beledigen ze niet en zitten er niet op – en we overdrijven er niet mee.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

Walī

  • Elke godvrezende gelovige.
DefinitieUit het boek

Karāma

  • Iets bovennatuurlijks dat Allah door een walī laat gebeuren.
DefinitieUit het boek

De maatstaf

  • Iets bovennatuurlijks telt pas als de persoon aan Koran en Sunna getoetst is.
OpsommingUit het boek

De drie moskeeën

  1. de Heilige Moskee
  2. de moskee van de Profeet ﷺ
  3. al-Aqṣā

Begrippen

الولي

al-walī

Vriend van Allah. Taal: wie liefheeft en helpt.

Vakterm: elke godvrezende gelovige.

  • Yūnus 10:62–63

الولاية

al-walāya

Vriendschap met Allah: geloof en godsvrees, met toenadering door verplichte en vrijwillige daden.

Het betekent liefhebben wat Hij liefheeft en haten wat Hij haat.

الكرامة

al-karāma

Ereblijk: iets bovennatuurlijks dat Allah door een walī laat gebeuren.

Als steun, hulp, versterking of om de godsdienst te laten zegevieren.

المعجزة

al-muʿjiza

Wonder: iets bovennatuurlijks dat samengaat met een aanspraak op profeetschap.

Het wonder is voor de profeet, het ereblijk voor de walī; beide zijn bovennatuurlijk.

التقوى

at-taqwā

Godsvrees: je door gehoorzaamheid aan Allah beschermen tegen Zijn straf.

En jezelf behoeden voor doen of laten waarvoor je straf verdient.

الاستدراج

al-istidrāj

Iets bovennatuurlijks bij iemand die zondigt of vernieuwt: een geleidelijke misleiding.

Het is dan geen ereblijk.

  • alleen ter kennisname

الغلو في الصالحين

al-ghuluww fī aṣ-ṣāliḥīn

Overdrijving met vromen: hen te veel prijzen en vereren in woord, daad of geloof.

Een schepsel boven de plaats verheffen die Allah het gaf.

  • an-Nisāʾ 4:171

شد الرحال

shadd ar-riḥāl

Speciaal afreizen naar een plaats om Allah daar te aanbidden.

Alleen toegestaan naar de Heilige Moskee, de moskee van de Profeet ﷺ en al-Aqṣā.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «إن الله قال: من عادى لي وليا فقد آذنته بالحرب»

    Allah zei: wie een vriend (walī) van Mij vijandig behandelt, aan hem verklaar Ik de oorlog

    Bron: al-Bukhārī

    Over de hoge rang van de walī.

  2. «إياكم والغلو في الدين؛ فإنما أهلك من كان قبلكم الغلو في الدين»

    Pas op voor overdrijving in de godsdienst, want wat de mensen vóór jullie te gronde richtte, was overdrijving in de godsdienst

    Bron: an-Nasāʾī en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  3. Overgeleverd door ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    «لا تطروني كما أطرت النصارى ابن مريم، فإنما أنا عبده، فقولوا: عبد الله ورسوله»

    Prijs mij niet overdreven zoals de christenen de zoon van Maryam overdreven prezen; ik ben slechts Zijn dienaar, zeg dus: de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper

    Bron: al-Bukhārī

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Overgeleverd door Ibn ʿAbbās

    «أسماء رجال صالحين من قوم نوح، فلما هلكوا أوحى الشيطان إلى قومهم أن انصبوا إلى مجالسهم التي كانوا يجلسون أنصابا، وسموها بأسمائهم، ففعلوا، فلم تعبد، حتى إذا هلك أولئك وتنسخ العلم عبدت»

    Het waren namen van vrome mannen uit het volk van Nūḥ. Toen zij gestorven waren, fluisterde de duivel hun volk in om op hun vaste zitplaatsen beelden op te richten en die naar hen te noemen. Dat deden ze, maar ze werden niet aanbeden; toen die generatie stierf en de kennis verdween, werden ze aanbeden

    Bron: al-Bukhārī

    Over de afgoden van het volk van Nūḥ: overdrijving met vromen was de eerste oorzaak van shirk. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  5. «زوروا القبور؛ فإنها تذكر الموت»

    bezoek de graven, want zij herinneren aan de dood

    Bron: Muslim

    Het religieuze doel van grafbezoek.

  6. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «السلام على أهل الديار من المؤمنين والمسلمين، ويرحم الله المستقدمين منا والمستأخرين، وإنا إن شاء الله بكم للاحقون»

    Vrede over de bewoners van deze woningen, gelovigen en moslims; moge Allah genadig zijn voor wie ons voorgingen en wie na ons komen; en wij zullen, als Allah wil, jullie volgen

    Bron: Muslim

    De Profeet ﷺ leerde haar wat ze tegen de begravenen van al-Baqīʿ moest zeggen.

  7. Overgeleverd door Abū Marthad al-Ghanawī

    «لا تجلسوا على القبور، ولا تصلوا إليها»

    zit niet op de graven en bid niet in hun richting

    Bron: Muslim

    Het verbod om in de richting van graven te bidden.

  8. Overgeleverd door Ibn ʿAbbās

    «لا تصلوا إلى قبر، ولا تصلوا على قبر»

    bid niet in de richting van een graf en bid niet op een graf

    Bron: aṭ-Ṭabarānī; authentiek volgens al-Albānī

  9. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تجعلوا بيوتكم قبورا، ولا تجعلوا قبري عيدا، وصلوا علي؛ فإن صلاتكم تبلغني حيث كنتم»

    maak van jullie huizen geen graven en maak van mijn graf geen feestplaats; vraag zegen over mij, want jullie zegenbede bereikt mij waar jullie ook zijn

    Bron: Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

    Als hij dit verbood voor zijn eigen graf ﷺ, dan geldt het voor andere graven zeker.

  10. Overgeleverd door Abū al-Hayyāj al-Asadī

    «ألا أبعثك على ما بعثني عليه رسول الله ﷺ؟ أن لا تدع تمثالا إلا طمسته، ولا قبرا مشرفا إلا سويته»

    Zal ik je niet sturen met de opdracht waarmee de Boodschapper van Allah ﷺ mij stuurde? Laat geen beeld staan zonder het uit te wissen, en geen verhoogd graf zonder het gelijk te maken

    Bron: Muslim

    Gezegd door ʿAlī tegen Abū al-Hayyāj.

  11. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbd Allāh

    «نهى رسول الله ﷺ أن يجصص القبر، وأن يقعد عليه، وأن يبنى عليه»

    De Boodschapper van Allah ﷺ verbood het graf te pleisteren, erop te zitten en erop te bouwen

    Bron: Muslim

    In de overlevering van at-Tirmidhī: "en erop te schrijven en erop te lopen".

  12. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «إن أولئك إذا كان فيهم الرجل الصالح فمات بنوا على قبره مسجدا، وصوروا فيه تلك الصور، أولئك شرار الخلق عند الله يوم القيامة»

    Als er onder hen een vrome man was die stierf, bouwden ze op zijn graf een gebedsplaats en maakten er die afbeeldingen in; zij zijn de slechtste schepselen bij Allah op de Dag der Opstanding

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Toen Umm Ḥabība en Umm Salama vertelden over een kerk met afbeeldingen in Abessinië.

  13. Overgeleverd door ʿĀʾisha en ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās

    «لعنة الله على اليهود والنصارى، اتخذوا قبور أنبيائهم مساجد»

    de vloek van Allah over de joden en de christenen: zij maakten de graven van hun profeten tot gebedsplaatsen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Gezegd in zijn laatste ziekte, als waarschuwing tegen wat zij deden.

  14. Overgeleverd door Jundub ibn ʿAbd Allāh

    «ألا وإن من كان قبلكم كانوا يتخذون قبور أنبيائهم وصالحيهم مساجد، ألا فلا تتخذوا القبور مساجد، إني أنهاكم عن ذلك»

    Zij die vóór jullie waren, maakten de graven van hun profeten en vromen tot gebedsplaatsen. Maak de graven dus niet tot gebedsplaatsen; dat verbied ik jullie

    Bron: Muslim

    Gezegd vijf dagen voor zijn dood.

  15. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لا تشد الرحال إلا إلى ثلاثة مساجد: المسجد الحرام، ومسجد الرسول ﷺ، ومسجد الأقصى»

    men reist niet speciaal af behalve naar drie moskeeën: de Heilige Moskee, de moskee van de Boodschapper ﷺ en de al-Aqṣā-moskee

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Daaronder valt ook afreizen om graven en heiligdommen te bezoeken.

  16. Overgeleverd door Baṣra ibn Abī Baṣra

    «لا تعمل المطي إلا إلى ثلاثة مساجد: المسجد الحرام، ومسجدي، ومسجد بيت المقدس»

    rijdieren worden alleen ingezet voor drie moskeeën: de Heilige Moskee, mijn moskee en de moskee van Jeruzalem

    Bron: Aḥmad en an-Nasāʾī; authentiek volgens al-Albānī

    Hij zei dit tegen Abū Hurayra toen die terugkwam van de berg aṭ-Ṭūr.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Walī: elke godvrezende gelovige; een karāma is geen voorwaarde.
  • Het wonder is voor de profeet, het ereblijk voor de walī.
  • Kenmerken: geloof, godsvrees, navolging en liefde voor Allahs vrienden.
  • Ereblijken bestaan; Koran en Sunna onderscheiden ze van duivelse verschijnselen.
  • Overdrijving met vromen: soms buiten de islam, soms een weg naar shirk.
  • Religieus grafbezoek: groeten, smeken, aan de dood denken; alleen afreizen naar de drie moskeeën.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wie is als vakterm een walī?

  2. Een karāma is een voorwaarde om walī te zijn.

  3. Wat is het verschil tussen een wonder en een ereblijk?

  4. Wat doe je als je iemand over water ziet lopen?

  5. Welke overdrijving brengt buiten de islam?

  6. Wat is het religieuze doel van grafbezoek?

  7. Het is toegestaan speciaal af te reizen om graven van vromen te bezoeken.

  8. Wat was de eerste oorzaak van grote shirk onder de mensen?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 19 De walī's en hun karāmāt

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 53–57

  2. Les 20 Liefde voor de walī's en het bestaan van karāmāt

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 58–59

  3. Les 21 De voorwaarden van een karāma

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 60–61

  4. Les 22 Waarschuwing tegen overdrijving over walī's en vromen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 62–63

  5. Les 23 Het doel van het bezoeken van graven

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 64

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb al-ʿAqīda (4), Zad-reeks · p. 53–69 p. 53

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.