Koranexegese (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 5 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Stralende gezichten

Na de mensen van het Vuur beschrijft de soera de mensen van goedheid (88:8–11).

Stralende, tevreden gezichten. 'Gezichten zullen op die dag stralend zijn': de gezichten van de rechtschapenen zijn op de Dag van de Opstanding vol welvaart en glans, door de vreugde en de grote beloning die Allah hun gaf. 'Tevreden met hun streven': met wat zij in de wereld vooruitzonden aan goede daden en goed doen aan Allahs dienaren. Zij vonden de beloning bewaard, prezen de afloop en waren er tevreden mee.

Een hooggelegen tuin. 'In een hooggelegen tuin': in de hoogste ʿIlliyyūn, met hoge woningen. Het midden ervan is al-Firdaws, waarboven de Troon van de Barmhartige is. Er zijn kamers met kamers erboven, waaronder rivieren stromen.

Geen loze praat. 'Waarin zij geen loze praat horen': geen woord van onzin of valsheid, geen laag praten, schelden of vloeken. Hun spraak is lofprijzing, dankzegging, lā ilāha illā llāh en Allāhu akbar. Zij krijgen de lofprijzing ingegeven zoals de adem, dus zonder moeite of inspanning.

Kernpunten

  • De gezichten van de rechtschapenen stralen door vreugde en beloning.
  • Zij zijn tevreden met wat zij in de wereld aan goede daden vooruitzonden.
  • Het Paradijs is hooggelegen; al-Firdaws is het midden, met de Troon erboven.
  • In het Paradijs is geen loze, valse of grove praat.
  • De lofprijzing komt bij hen vanzelf, zoals de adem.

Bron: التفسير (٣), les 13, vanaf p. 50.

Begrippen

ناعمة nāʿima · stralend
vol welvaart en glans door de beloning (les 13, p. 50)
لسعيها راضية li-saʿyihā rāḍiya · tevreden met hun streven
tevreden met de goede daden die zij vooruitzonden (les 13, p. 50)
الفردوس al-Firdaws · al-Firdaws
het midden en de hoogste plaats van het Paradijs, met de Troon erboven (les 13, p. 50)
لاغية lāghiya · loze praat
een woord van onzin, valsheid, schelden of vloeken (les 13, p. 50)