Sūrat al-Aʿlā: prijs de naam van je Heer#
Sūrat al-Aʿlā is Mekkaans. Het boek noemt over haar deugd en gebruik:
- ʿUqba ibn ʿĀmir al-Juhanī: toen 'Sabbiḥi sma rabbika l-aʿlā' neerdaalde, zei de Boodschapper ﷺ: Maak het tot jullie neerbuiging (Abū Dāwūd en al-Ḥākim, die hem authentiek noemde).
- An-Nuʿmān ibn Bashīr: de Boodschapper ﷺ reciteerde bij de twee feesten en bij het vrijdaggebed 'Sabbiḥi sma rabbika l-aʿlā' en 'Hal atāka ḥadīthu l-ghāshiya' (Muslim).
- Ubayy ibn Kaʿb: de Boodschapper ﷺ las in de witr 'Sabbiḥi sma rabbika l-aʿlā', 'Qul yā ayyuhā l-kāfirūn' en 'Qul huwa llāhu aḥad' (an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem authentiek).
- Ibn ʿAbbās zei, toen de soera neerdaalde, dat zij in haar geheel in de bladen van Ibrāhīm en Mūsā staat, dat wil zeggen haar inhoud (zonder bron in het boek).
Tasbīḥ (87:1). Tasbīḥ is tanzīh: Allah vrijspreken van elk gebrek dat niet past bij Zijn majesteit. Allah beveelt Zijn lof, wat gedenken, aanbidding, nederigheid voor Zijn majesteit en ontzag voor Zijn grootheid omvat. 'De naam' wordt genoemd: prijs je Heer terwijl je Zijn naam vrijhoudt van wat de afgodendienaars deden toen zij Hem namen gaven die niet bij Hem passen. Ook gezegd: de naam prijzen is Hemzelf prijzen; daarom maakte de Profeet ﷺ het tot zijn neerbuiging met subḥāna rabbiya l-aʿlā. Al-Aʿlā komt van al-ʿuluww, verhevenheid, en die is tweeledig: verhevenheid van eigenschappen (Allah heeft de volmaaktste eigenschappen, an-Naḥl 16:60) en verhevenheid van het wezen (Allah is boven Zijn dienaren, verheven op Zijn Troon).
Schepping en leiding (87:2–5). Hij schiep en gaf elk schepsel de beste vorm (al-Infiṭār 82:7). Hij gaf alles zijn vaste maat en leidde elk schepsel naar wat bij hem past (Ṭā Hā 20:50). Hij liet het groene weiland groeien en maakte het tot ghuthāʾ, verdord plantmateriaal, aḥwā: donker, bijna zwart.
De belofte aan de Profeet ﷺ (87:6–8). 'Wij zullen je laten reciteren, zodat je niet vergeet': Jibrīl leest hem de openbaring voor zodat hij niets vergeet. Dit is Allahs garantie voor het bewaren van de Koran (vgl. al-Qiyāma 75:17). 'Behalve wat Allah wil': wat Allah wil dat hij vergeet. Dat is volgens het boek tweeledig: (1) wat Allah in recitatie afschafte, zoals ʿUmar zei dat er een vers over het stenigen van de oude man en vrouw werd geopenbaard en daarna werd afgeschaft (het boek geeft hier geen bron); (2) tijdelijk vergeten zoals ieder mens, zoals hij soms iets in zijn gebed vergat. Allah kent het openlijke en het verborgene, en maakt het hem gemakkelijk tot het gemakkelijke: goede daden en een ruime sharīʿa.
Les (p. 41). De aanspraak aan de Profeet ﷺ in de Koran is drieledig: specifiek voor hem ('Hebben Wij je borst niet geopend?'), algemeen voor hem en zijn umma ('O jullie die geloven, wanneer jullie opstaan voor het gebed…', al-Māʾida 5:6), of in woorden voor hem maar in oordeel voor allen ('Prijs de naam van je Heer, de Allerhoogste').
Kernpunten
- Al-Aʿlā is Mekkaans en werd door de Profeet ﷺ in feest-, vrijdag- en witrgebed gereciteerd.
- Tasbīḥ is Allah vrijspreken van elk gebrek; al-ʿuluww is van eigenschappen en van wezen.
- Allah schiep, gaf maat, leidde en liet het weiland groeien en verdorren.
- Allah garandeerde dat de Profeet ﷺ de Koran niet zou vergeten, behalve wat Hij wilde.
- De aanspraak aan de Profeet ﷺ in de Koran kent drie soorten.
Bron: التفسير (٣), les 9, vanaf p. 38.
Begrippen
- التسبيح at-tasbīḥ · lofprijzing
- at-tanzīh: Allah vrijspreken van elk gebrek (les 9, p. 39)
- علو الصفة ʿuluww aṣ-ṣifa · verhevenheid van eigenschappen
- Allah heeft de volmaaktste eigenschappen (les 9, p. 39)
- علو الذات ʿuluww adh-dhāt · verhevenheid van het wezen
- Allah is boven Zijn dienaren, verheven op Zijn Troon (les 9, p. 39)
- غثاء ghuthāʾ · verdord gewas
- droog plantmateriaal (les 9, p. 40)
- أحوى aḥwā · donker
- met een donkere kleur, bijna zwart (les 9, p. 40)
- اليسرى al-yusrā · het gemakkelijke
- goede daden en een ruime, gemakkelijke sharīʿa (les 9, p. 41)