Sūrat aḍ-Ḍuḥā: je Heer heeft je niet verlaten#
Sūrat aḍ-Ḍuḥā is Mekkaans.
Aanleiding (p. 92). Al-Bukhārī en Muslim overleveren van Jundub ibn ʿAbd Allāh al-Bajalī: Jibrīl bleef een tijd weg bij de Boodschapper ﷺ, en de afgodendienaars zeiden: 'Muḥammad is verlaten.' Toen openbaarde Allah 'Bij de voormiddag, en bij de nacht wanneer hij stil wordt: je Heer heeft je niet verlaten en Hij haat je niet.'
De eden en de troost (93:1–5). Aḍ-ḍuḥā is de voormiddag, de eerste uren van de dag; ook gezegd: de hele dag (al-Aʿrāf 7:98). De nacht 'wanneer hij stil wordt': wanneer hij bedekt en met duisternis komt. 'Je Heer heeft je niet verlaten en Hij haat je niet': al-qālī is wie haat (ash-Shuʿarāʾ 26:168). 'Het hiernamaals is beter voor je dan de eerste wereld': wat Allah daar voor je bereidde is beter dan de wereld; treur dus niet over wat je ontging. 'Je Heer zal je geven, en je zult tevreden zijn': in het hiernamaals, tot je tevreden bent, ook over je umma.
De gunsten (93:6–8). 'Vond Hij je niet als wees, en gaf Hij je onderdak?' 'Vond Hij je niet zonder weet, en leidde Hij je?': tot tawḥīd en profeetschap ('je wist niet wat het Boek was, noch het geloof', ash-Shūrā 42:52). 'Vond Hij je niet arm (ʿāʾil), en maakte Hij je rijk?' Al-ʿayla is armoede (at-Tawba 9:28).
De opdrachten (93:9–11). 'Wat de wees betreft, onderdruk hem niet': kleineer hem niet en doe hem geen onrecht, als tegenhanger van 'vond Hij je niet als wees': Allah gaf jou onderdak, dus onderdruk de wees niet en wees goed voor hem. 'Wat de vrager betreft, stoot hem niet af': spreek niet hard, maar geef hem of voorzie in zijn behoefte. 'En vertel over de gunst van je Heer': de grote gunsten in deze wereld en het hiernamaals, zoals onderdak na wezenschap, leiding na onwetendheid en rijkdom na armoede; de grootste is het profeetschap, de boodschap en de leiding door de Koran.
Lessen (p. 94). (1) 'De vrager' omvat wie om geld vraagt en wie om kennis vraagt. Daarom moet de leraar goed karakter tonen tegen de leerling, hem eren en zacht voor hem zijn; dat helpt de leerling en eert wie zich inzet voor het nut van mensen en landen. (2) In 'en gaf Hij je onderdak' staat in het Arabisch fa-āwā zonder 'je' (fa-āwāka). Het boek geeft, met 'Allah weet het best', twee redenen: taalkundig, het rijm van de versuitgangen; inhoudelijk, omdat het onderdak ruimer is dan de Profeet ﷺ alleen: Allah gaf hem onderdak en gaf door hem de gelovigen onderdak, hielp en steunde hen.
Kernpunten
- Aḍ-Ḍuḥā werd geopenbaard toen de afgodendienaars zeiden dat Muḥammad ﷺ verlaten was.
- Allah verliet Zijn Profeet ﷺ niet; het hiernamaals is beter voor hem.
- Allah gaf hem onderdak als wees, leiding en rijkdom.
- De opdrachten: de wees niet onderdrukken, de vrager niet afstoten, over Allahs gunst vertellen.
- 'De vrager' omvat ook de vrager naar kennis: de leraar moet zacht zijn voor de leerling.
Bron: التفسير (٣), les 24, vanaf p. 92.
Begrippen
- الضحى aḍ-ḍuḥā · de voormiddag
- de eerste uren van de dag; ook gezegd: de hele dag (les 24, p. 93)
- سجى sajā · stil worden
- de nacht wordt stil, bedekt en komt met duisternis (les 24, p. 93)
- قلى qalā · haten
- al-qālī is wie haat (les 24, p. 93)
- عائلا ʿāʾilan · arm
- al-ʿayla is armoede (les 24, p. 93)
- تقهر taqhar · onderdrukken
- kleineren, vernederen en onrecht doen (les 24, p. 94)
- تنهر tanhar · afstoten
- hard afwijzen en ruw toespreken (les 24, p. 94)