Koranexegese (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Straf en beloning; de namen van Allah

De daders (85:10). 'Zij die de gelovige mannen en vrouwen beproefden' (fatanū): zij verbrandden hen. Fatantu sh-shayʾ betekent: ik verbrandde het, zoals in 'de dag waarop zij op het Vuur beproefd worden' (adh-Dhāriyāt 51:13). Ook gezegd: zij hielden hen af van hun godsdienst. 'En daarna geen berouw toonden' van hun ongeloof en hun daad. Volharden in ongeloof is erger dan het beproeven van de gelovigen, en het vers bevat een toespeling voor de afgodendienaars: als zij berouw tonen en geloven, worden zij gered van de straf van de Hel. Het boek citeert al-Ḥasan al-Baṣrī: 'Kijk naar deze vrijgevigheid: zij doodden Zijn vrienden, en Hij roept hen op tot berouw en vergeving!'

Voor hen is de straf van de Hel vanwege hun ongeloof, en daarbovenop de straf van het branden omdat zij de gelovigen verbrandden (vgl. an-Naḥl 16:88). Al-ḥarīq is een naam van de Hel, zoals as-saʿīr.

De gelovigen (85:11). Zij die tawḥīd erkenden en goede daden deden, de verbrande gelovigen en anderen, hebben tuinen met rivieren van water, wijn, melk en honing. Dat is 'het grote succes': de overwinning voor wie zijn geloof vasthield.

Allahs grijpen en Zijn namen (85:12–16). Al-baṭsh is hard grijpen; 'hevig' verdubbelt het. Het is Allahs vaste handelwijze met onderdrukkers en tirannen (vgl. al-Māʾida 5:98). 'Hij begint en herhaalt': Hij schept de eerste keer en brengt terug bij de opwekking (ar-Rūm 30:27). Al-Ghafūr: vergeving (maghfira) is bedekken van de zonde én vrijspreken ervan, niet alleen bedekken. Al-Wadūd komt van wudd, zuivere liefde: Allah is geliefd en Hij bemint. 'Bezitter van de Troon', waarop Hij Zich verhief. Al-Majīd: de ruimte van Zijn eigenschappen en Zijn grootheid. 'Hij doet wat Hij wil': niemand houdt Hem tegen of verwerpt Zijn oordeel.

Lessen (p. 26). (1) Allah kan Zijn vijanden laten heersen over Zijn vrienden, met een wijsheid: de getroffen gelovigen hebben een grote beloning, en de onderdrukkers krijgen uitstel en worden geleidelijk gegrepen van waar zij het niet weten. (2) 'Brand' wordt apart genoemd, hoewel het in de Hel al begrepen is, als tegenhanger van het vuur van de greppel, met hetzelfde woord maar een enorm verschil. (3) Allahs genade is een open deur die nooit sluit voor wie berouw toont, hoe groot de zonde ook is.

Kernpunten

  • Fatanū betekent hier: zij verbrandden de gelovigen; volharden in ongeloof is erger.
  • Zelfs voor de daders blijft de deur van berouw open.
  • De gelovigen krijgen tuinen met rivieren: het grote succes.
  • Maghfira is bedekken én vrijspreken; al-Wadūd bemint en wordt bemind.
  • Allah laat vijanden soms heersen over Zijn vrienden, met wijsheid.

Bron: التفسير (٣), les 5, vanaf p. 24.

Begrippen

فتنوا fatanū · zij beproefden
zij verbrandden de gelovigen; ook gezegd: zij hielden hen af van hun godsdienst (les 5, p. 24)
الحريق al-ḥarīq · de brand
een naam van de Hel, zoals as-saʿīr (les 5, p. 25)
البطش al-baṭsh · het grijpen
hard en gewelddadig grijpen (les 5, p. 25)
المغفرة al-maghfira · vergeving
de zonde bedekken en er vrijspraak voor geven (les 5, p. 25)
الودود al-Wadūd · de Liefdevolle
van wudd, zuivere liefde: Allah wordt bemind en bemint (les 5, p. 26)
المجيد al-Majīd · de Glorierijke
de ruimte van Allahs eigenschappen en Zijn grootheid (les 5, p. 26)