Koranexegese (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 8 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Thamūd en de kameelmerrie

Thamūd loochent (91:11–12). Thamūd is een stam; hun profeet was Ṣāliḥ en hun woongebied al-Ḥijr. Zij logenden Ṣāliḥ, die hen riep tot de aanbidding van Allah alleen, zonder deelgenoot: de oproep tot tawḥīd van alle profeten. 'Door hun overmoed': hun tirannie en hoogmoed. 'Toen de ellendigste van hen opsprong': de ellendigste van de stam rende om de kameelmerrie te doden, die Allah als teken van Ṣāliḥs profeetschap had gegeven. Volgens het boek heette hij Qudār ibn Sālif. In de beide Ṣaḥīḥs staat dat de Profeet ﷺ over dit vers zei: voor haar sprong een machtige man op, sterk beschermd door zijn familie, zoals Abū Zamʿa. Het boek legt uit dat Abū Zamʿa een oom van az-Zubayr ibn al-ʿAwwām was, een van de spotters met de islam, die als ongelovige in Mekka stierf.

De straf (91:13–15). 'De boodschapper van Allah zei tegen hen: de kameelmerrie van Allah en haar drinken!' Pas op dat jullie haar niet doden, want zij is een groot teken; raak haar niet met kwaad en ontzeg haar niet het drinken op haar dag; zij had een dag en zij hadden een dag (ash-Shuʿarāʾ 26:155). Maar het resultaat was omgekeerd: zij logenden hem en doodden haar. 'Toen vernietigde hun Heer hen geheel' (damdama: vernietigen met uitroeiing): met de schreeuw van boven en de beving van onderen, 'om hun zonde', want Allah doet de mensen geen onrecht, maar de mensen zichzelf. De vernietiging trof hen allen. 'En Hij vreest de gevolgen niet': Allah vreest niets van de afloop van hun bestraffing, want Hem behoort de heerschappij.

Lessen (p. 84).

  1. Zonden zijn een oorzaak van vernietiging en verderf: 'Verderf verscheen op land en zee door wat de handen van de mensen verdienden' (ar-Rūm 30:41); 'zeg: het komt van jullie zelf' (Āl ʿImrān 3:165).
  2. Toeschrijven aan Allah is tweeledig: (a) een eigenschap, zoals de hand, het gezicht en het oog van Allah: een eigenschap toegeschreven aan wie ermee beschreven is; (b) bezit en eer, zoals het huis van Allah, de kameel van Allah en de geest van Allah.
  3. Allahs macht over Zijn schepping is groot en Zijn straf pijnlijk; Hij geeft de onderdrukker uitstel en grijpt hem dan zonder hem te laten gaan.

Kernpunten

  • Thamūd logende Ṣāliḥ uit overmoed; de ellendigste doodde de kameelmerrie.
  • De dader heette volgens het boek Qudār ibn Sālif.
  • Allah vernietigde hen allen om hun zonde, zonder iemand onrecht te doen.
  • Zonden zijn een oorzaak van vernietiging en verderf.
  • Toeschrijven aan Allah is óf een eigenschap óf bezit en eer.

Bron: التفسير (٣), les 21, vanaf p. 82.

Begrippen

بطغواها bi-ṭaghwāhā · door hun overmoed
door hun tirannie en hoogmoed (les 21, p. 82)
أشقاها ashqāhā · de ellendigste
de ellendigste van de stam, die de kameel doodde (les 21, p. 82)
الدمدمة ad-damdama · totale vernietiging
vernietigen met uitroeiing (les 21, p. 83)
إضافة صفة iḍāfat ṣifa · toeschrijving van een eigenschap
zoals de hand en het gezicht van Allah (les 21, p. 84)
إضافة ملك وتشريف iḍāfat milk wa-tashrīf · toeschrijving van bezit en eer
zoals het huis van Allah en de kameel van Allah (les 21, p. 84)