Hadith 2: Jibrīl vraagt naar islam, imān en iḥsān#
ʿUmar vertelt dat er een man bij de Profeet ﷺ kwam met heel witte kleren en heel zwart haar, zonder sporen van reizen, die niemand kende. Hij ging dicht bij hem zitten en vroeg naar de islam, het geloof (īmān), het weldoen (iḥsān), het Uur en de tekenen ervan. De Profeet ﷺ antwoordde: de islam is dat je getuigt dat er geen god is dan Allah en dat Muḥammad de Boodschapper van Allah is, het gebed verricht, de zakāt geeft, Ramadan vast en de bedevaart naar het Huis doet als je daartoe in staat bent; het geloof is dat je gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, Zijn boodschappers en de Laatste Dag, en dat je gelooft in de voorbeschikking, het goede en het slechte ervan; het iḥsān is dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet ziet, Hij ziet jou. Over het Uur: de ondervraagde weet er niet meer van dan de vrager. Na zijn vertrek zei de Profeet ﷺ: Dat was Jibrīl, hij kwam jullie je religie leren (Muslim).
De overleveraar. ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb, al-Fārūq, werd vijf jaar voor de hijra moslim en volgde Abū Bakr op als kalief. Onder hem werden veel gebieden geopend, voerde hij de hijri-jaartelling in en richtte hij de registers op. Hij werd in 23 AH tijdens het ochtendgebed gedood door Abū Luʾluʾa.
Woorden. Jibrīl legde zijn handen op zijn eigen dijen, zoals een leerling uit respect zit. De metgezellen verbaasden zich dat hij vroeg en dan bevestigde, zoals een kenner doet. 'Dat de slavin haar meesteres baart' werd uitgelegd als de verspreiding van de islam, waardoor er veel slavinnen kwamen en het kind van een slavin bij haar meester als meester gold. De blootsvoetse, arme herders die wedijveren in hoge gebouwen zijn mensen uit de woestijn voor wie de wereld zich opent.
Uitleg en lessen. Volgens het boek omvat deze hadith alle uiterlijke en innerlijke aanbidding, zodat alle religieuze kennis erop teruggaat. De religie heeft drie niveaus: islam, īmān en iḥsān, het hoogste. Lessen: goede omgang met de leraar, zoals Jibrīl liet zien; de islam komt eerst, en de Profeet ﷺ liet zijn gezanten met de getuigenissen beginnen. De getuigenis over Muḥammad ﷺ houdt in: hij is gezonden naar alle schepselen en is de laatste profeet, je gelooft wat hij meldt, volgt zijn geboden, mijdt zijn verboden en voegt niets toe aan de religie. Hij heeft geen deel aan de heerschappij van Allah; je roept hem niet aan naast Allah. Īmān is volgens het boek: overtuiging in het hart, uitspraak met de tong en daden met de ledematen. Geloof in Allah omvat vier zaken: Zijn bestaan, Zijn enige heerschappij, Zijn enige godheid, en Zijn namen en eigenschappen zonder verdraaiing, ontkenning, vragen naar het hoe of vergelijking. Wie één boodschapper loochent, loochent ze allemaal: het volk van Nūḥ 'loochende de boodschappers' (ash-Shuʿarāʾ 26:105), terwijl er vóór Nūḥ geen boodschapper was. De eerdere boeken worden in hun oorspronkelijke vorm geloofd, maar zijn door de Koran opgeheven. Het geloof in de Laatste Dag omvat het graf. In de voorbeschikking zelf zit volgens het boek geen kwaad, het kwaad zit in wat voorbeschikt is: en het kwade wordt niet aan U toegeschreven (Muslim). Een geleerde die iets niet weet, zegt dat gewoon.
Kernpunten
- Drie niveaus van de religie: islam, īmān en iḥsān (het hoogste).
- Iḥsān: Allah aanbidden alsof je Hem ziet; en als dat niet lukt: weten dat Hij jou ziet.
- Geloof in Allah omvat Zijn bestaan, heerschappij, godheid en namen en eigenschappen.
- Wie één boodschapper loochent, loochent ze allemaal.
- Een geleerde zegt eerlijk 'ik weet het niet' als hij het niet weet.
Bron: الحديث (١), les 2, vanaf p. 13.
Begrippen
- الإحسان al-iḥsān · weldoen, volmaaktheid
- Allah aanbidden alsof je Hem ziet, en anders weten dat Hij jou ziet (les 2, p. 13)
- مراتب الدين marātib ad-dīn · niveaus van de religie
- islam, īmān en iḥsān (les 2, p. 15)
- أمارات الساعة amārāt as-sāʿa · tekenen van het Uur
- aanwijzingen dat het Uur nadert, zoals het wedijveren in hoge gebouwen (les 2, p. 14)
- الإيمان al-īmān · geloof
- volgens het boek: overtuiging in het hart, uitspraak met de tong en daden met de ledematen (les 2, p. 16)
- القدر al-qadar · voorbeschikking
- Allahs voorafgaande bepaling van alles; het kwaad zit volgens het boek in het voorbeschikte, niet in de bepaling (les 2, p. 17)