Hadith 11: 'Overdrijf niet over mij'#
Ibn ʿAbbās hoorde ʿUmar op de minbar zeggen dat de Profeet ﷺ zei: Overdrijf niet in het prijzen van mij zoals de christenen overdreven over de zoon van Maryam. Ik ben slechts Zijn dienaar, zeg dus: dienaar van Allah en Zijn Boodschapper (al-Bukhārī).
Woorden. Iṭrāʾ is overdreven lof die de grens overschrijdt, of lof met onwaarheid. De christenen overdreven door het goddelijke en het zoonschap aan ʿĪsā toe te schrijven.
Uitleg. Uit zorg voor tawḥīd waarschuwde hij zijn umma voor de overdrijving waarin eerdere volken vervielen: eigenschappen en daden die alleen bij Allah horen aan hem toeschrijven, zoals de christenen deden (al-Māʾida 5:72). Het recht van de profeten is dienaarschap en boodschapperschap; godheid hoort alleen bij Allah. Wat Allah hem aan voortreffelijkheid gaf mag wel genoemd worden, zoals hij zelf zei: ik ben de heer van de kinderen van Ādam op de Dag des Oordeels… (Muslim).
Lessen. Waarschuwing tegen overdreven lof en lof met onwaarheid. Volgens het boek werden de christenen ongelovig door hun overdrijving over ʿĪsā, wat hen tot het veranderen van de boeken bracht. Wie iemand boven zijn rang verheft, doet onrecht. Dat ʿĪsā 'zoon van Maryam' genoemd wordt, benadrukt dat hij mens is. Het dienaarschap is de edelste rang (al-Isrāʾ 17:1). 'Dienaar van Allah en Zijn Boodschapper' houdt het midden tussen overdrijving en tekortkoming; Muḥammad ibn ʿAbd al-Wahhāb zei: 'een dienaar die niet aanbeden wordt, en een boodschapper die niet geloochend wordt, maar gehoorzaamd en gevolgd'. Het boek noemt als voorbeeld van afkeurenswaardige lof een vers uit de Burda van al-Būṣīrī, waarin bescherming bij de Profeet ﷺ wordt gezocht; volgens het boek hoort dat alleen bij Allah.
Kernpunten
- Overdrijf niet in het prijzen van de Profeet ﷺ zoals de christenen over ʿĪsā.
- Het recht van de profeten is dienaarschap en boodschapperschap; godheid is voor Allah.
- Zijn echte voortreffelijkheid noemen is wel toegestaan.
- 'Dienaar van Allah en Zijn Boodschapper' houdt het midden.
- Dienaarschap is de edelste rang.
Bron: الحديث (١), les 14, vanaf p. 55.
Begrippen
- الإطراء al-iṭrāʾ · overdreven lof
- lof die de grens overschrijdt of onwaar is (les 14, p. 55)
- الغلو al-ghuluw · overdrijving
- iemand boven de rang verheffen die Allah hem gaf (les 14, p. 55)
- العبودية al-ʿubūdiyya · dienaarschap
- de rang van dienaar van Allah, de edelste rang (les 14, p. 58)
- سد الذرائع sadd adh-dharāʾiʿ · wegen afsluiten
- wat naar shirk kan leiden verbieden (les 14, p. 56)