Hadith 18: 'Wie iets nieuws invoert in onze zaak'#
ʿĀʾisha overlevert: Wie in deze zaak van ons iets nieuws invoert wat er niet bij hoort, dat wordt afgewezen (al-Bukhārī en Muslim). In een overlevering van Muslim: Wie een daad verricht die niet volgens onze zaak is, die wordt afgewezen.
De overleveraar. ʿĀʾisha bint Abī Bakr, Moeder der gelovigen, was de vrouw die de Profeet ﷺ het meest liefhad en de meest kundige vrouw in fiqh. Ze had veel kennis van literatuur en poëzie, en grote metgezellen raadpleegden haar. Masrūq zei als hij van haar overleverde: 'de waarachtige, dochter van de waarachtige vertelde mij'. Ze ging uit bij de Slag van de Kameel, kwam daarvan terug, en ʿAlī bracht haar eervol naar huis terug. Ze stierf in 58 AH.
Woorden. 'Invoeren' is verzinnen en vernieuwen. 'Onze zaak' is de islam. 'Wat er niet bij hoort' is wat niet in Koran of Sunna staat en niet onder een regel daarvan valt. 'Afgewezen' is ongeldig.
Uitleg en lessen. Volgens het boek is dit een grote regel van de islam die elke bidʿa afwijst en geen ruimte laat voor het verstand om iets aan de religie toe te voegen. Het is een grondslag (al-Anʿām 6:153). Iets nieuws invoeren is verboden, ook met een goede bedoeling en ook als het hart erdoor geraakt wordt. Ook een daad die in de basis wel in de sharia bestaat, wordt afgewezen als zij een vorm krijgt die de religie niet bracht, zoals verzonnen vormen van aanbidding en dhikr.
Zes voorwaarden van navolging (alleen ter kennisname). Een daad volgt de sharia pas als zij overeenkomt in oorzaak, soort, hoeveelheid, wijze, tijd en plaats. Voorbeelden uit het boek: een feest voor de overwinning bij Badr (oorzaak), een paard offeren (soort), vier keer wassen bij de woeḍūʾ (hoeveelheid), sujūd vóór rukūʿ (wijze), bidden vóór de gebedstijd (tijd), iʿtikāf thuis (plaats). De geleerden zijn het erover eens dat aanbidding pas geldig is met oprechtheid voor Allah én navolging van de Boodschapper ﷺ.
Kernpunten
- Elke toevoeging aan de religie wordt afgewezen.
- Een goede bedoeling maakt een bidʿa niet goed.
- Ook een toegestane daad wordt afgewezen in een niet-overgeleverde vorm.
- Navolging vraagt overeenstemming in oorzaak, soort, hoeveelheid, wijze, tijd en plaats.
- Aanbidding is geldig met oprechtheid en navolging.
Bron: الحديث (١), les 21, vanaf p. 86.
Begrippen
- الإحداث في الدين al-iḥdāth fī d-dīn · iets nieuws invoeren in de religie
- iets aan de religie toevoegen wat niet in Koran of Sunna staat (les 21, p. 86)
- البدعة al-bidʿa · bidʿa, vernieuwing
- een nieuwe vorm van aanbidding zonder basis in de sharia (les 21, p. 87)
- رد radd · afgewezen
- ongeldig, niet meegeteld (les 21, p. 86)
- المتابعة al-mutābaʿa · navolging
- aanbidding verrichten zoals de Profeet ﷺ het bracht (les 21, p. 88)
- شروط صحة العبادة shurūṭ ṣiḥḥat al-ʿibāda · voorwaarden voor geldige aanbidding
- oprechtheid voor Allah en navolging van de Profeet ﷺ (les 21, p. 88)