Hadith (1)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Hadith 6: Muʿādh wordt naar Jemen gestuurd

Ibn ʿAbbās overlevert dat de Profeet ﷺ tegen Muʿādh zei: Je komt bij een volk van de mensen van het Boek. Roep hen op tot de getuigenis dat er geen god is dan Allah en dat ik de Boodschapper van Allah ben. Als zij daarin gehoorzamen, leer hun dat Allah hun vijf gebeden per dag en nacht heeft opgelegd. Als zij daarin gehoorzamen, leer hun dat Allah hun een liefdadigheid heeft opgelegd die van hun rijken wordt genomen en aan hun armen wordt teruggegeven. Als zij daarin gehoorzamen, blijf dan af van hun kostbaarste bezit, en vrees het smeekgebed van de onderdrukte, want daartussen en Allah is geen sluier (Muslim; ook bij al-Bukhārī).

De overleveraar. ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās, 'de geleerde van de umma en de tolk van de Koran', werd jong moslim en bleef dicht bij de Profeet ﷺ. Hij gaf les in vaste dagen over fiqh, uitleg, veldtochten, poëzie en geschiedenis van de Arabieren, werd op latere leeftijd blind en stierf in at-Ṭāʾif (68 AH).

Uitleg. Muʿādh werd in het jaar 10 AH naar Jemen gestuurd. De Profeet ﷺ vertelde hem eerst wie hij zou ontmoeten, zodat hij zich kon voorbereiden en op de beste manier met hen kon praten. Dan begint hij met tawḥīd en de boodschap, daarna het gebed, daarna de zakāt. De ontvanger mag niet het beste nemen maar het middelmatige.

Lessen.

  • De leider moet predikers sturen naar waar dat nodig is.
  • Een prediker moet weten wie hij aanspreekt, zodat hij niet sprakeloos staat bij tegenwerpingen.
  • Na de getuigenissen komt het gebed, dan de zakāt. Ook Yūsuf begon in de gevangenis met tawḥīd (Yūsuf 12:39–40), net als alle profeten (al-Aʿrāf 7:59).
  • Volgens het boek is de zakāt verplicht in het bezit zelf, maar ook een schuld voor de persoon: wie haar uitstelt, blijft aansprakelijk.
  • Een arme hoeft geen zakāt te geven en een rijke mag haar niet ontvangen.
  • Volgens het boek mag je de zakāt aan één van de acht groepen geven.
  • Zakāt heet ook ṣadaqa, omdat geven bewijst dat je oprecht bent.
  • Onrecht is verboden, de inner mag niet meer dan het verplichte nemen, en het gebed van de onderdrukte wordt verhoord.

Kernpunten

  • De volgorde van daʿwa: tawḥīd, dan gebed, dan zakāt.
  • Een prediker bereidt zich voor op wie hij aanspreekt.
  • Zakāt wordt van rijken genomen en aan armen gegeven.
  • De inner neemt geen kostbaarste bezit, maar het middelmatige.
  • Het smeekgebed van de onderdrukte wordt verhoord.

Bron: الحديث (١), les 8, vanaf p. 33.

Begrippen

أهل الكتاب ahl al-kitāb · mensen van het Boek
joden en christenen (les 8, p. 33)
كرائم الأموال karāʾim al-amwāl · kostbaarste bezit
de beste dieren, met veel melk, vlees of wol (les 8, p. 33)
دعوة المظلوم daʿwat al-maẓlūm · gebed van de onderdrukte
een smeekbede die zonder sluier tot Allah komt en verhoord wordt (les 8, p. 33)
الساعي as-sāʿī · zakāt-inner
wie namens de leider de zakāt ophaalt (les 8, p. 36)
الأصناف الثمانية al-aṣnāf ath-thamāniya · de acht groepen
de groepen die zakāt mogen ontvangen (les 8, p. 36)