'Alle lof is voor Allah, de Heer der werelden'#
Al-ḥamd is Allah prijzen om Zijn volmaakte eigenschappen en om Zijn daden, die tussen gunst en rechtvaardigheid liggen. Ook: het beschrijven van de geprezene als volmaakt, met liefde en eerbied. Zonder liefde en eerbied heet het volgens het boek geen ḥamd maar madḥ (lof). Het lidwoord al- omvat alle lof.
Allāh wordt voor niemand anders gebruikt en betekent 'de Aanbedene' (al-maʾlūh): Hij die uit liefde en eerbied aanbeden wordt. Het voorzetsel li- duidt op uitsluitend bezit en recht.
Rabb al-ʿālamīn: de Heer is Hij in wie drie eigenschappen samenkomen: scheppen, bezitten en besturen. In de taal betekent rabb ook meester en wie iets verbetert. As-Saʿdī: Allahs zorg (tarbiya) voor de schepping is tweeledig. De algemene: scheppen, voorzien en leiden naar wat in deze wereld nodig is. De bijzondere: voor Zijn vrienden, door hen geloof te geven en hindernissen weg te nemen. Daarom bidden profeten meestal met 'Rabb'. Al-ʿālamīn is alles behalve Allah.
Ar-Raḥmān ar-Raḥīm: ar-Raḥmān is de Bezitter van alomvattende barmhartigheid (een eigenschap), ar-Raḥīm de Bezitter van barmhartigheid die de schepselen bereikt (een daad). Samen genoemd heeft elk die betekenis; apart genoemd omvat elk beide.
Lessen: Allahs heerschappij berust op Zijn barmhartigheid; na 'Heer der werelden' (ontzag) volgt 'de Erbarmer' (hoop), wat helpt bij gehoorzaamheid.
Kernpunten
- Ḥamd is lof met liefde en eerbied; zonder die twee is het madḥ.
- Rabb: schepper, bezitter en bestuurder.
- Allahs zorg is algemeen voor alle schepselen en bijzonder voor Zijn vrienden.
- Ar-Raḥmān: eigenschap van barmhartigheid; ar-Raḥīm: barmhartigheid die bereikt.
Bron: التفسير (١), les 12, vanaf p. 37.
Begrippen
- الحمد al-ḥamd · lof
- Allah beschrijven als volmaakt, met liefde en eerbied (les 12, p. 37)
- المدح al-madḥ · loftuiting
- beschrijven als volmaakt zonder liefde en eerbied (les 12, p. 37)
- الرب ar-rabb · de Heer
- Hij die schept, bezit en bestuurt (les 12, p. 37)
- العالمين al-ʿālamīn · de werelden
- alles wat bestaat behalve Allah (les 12, p. 38)
- الرحمن الرحيم ar-raḥmān ar-raḥīm · de Erbarmer, de Barmhartige
- barmhartigheid als eigenschap en als daad jegens de schepping (les 12, p. 38)