'Leid ons op het rechte pad'#
Na de lofprijzing past het om te vragen, zoals in de hadith: de helft is voor Mijn dienaar, en Mijn dienaar krijgt wat hij vraagt (Muslim). De dienaar vraagt voor zichzelf en voor zijn broeders.
Ihdinā ṣ-ṣirāṭ al-mustaqīm: de leiding omvat volgens het boek de leiding van steun (tawfīq) en de leiding tot het handelen. Daarom staat er geen voorzetsel ('naar het pad'), zodat beide soorten bedoeld zijn. Ibn Jarīr: de uitleggers zijn het erover eens dat het rechte pad de duidelijke weg zonder kronkel is. De uitleggers noemen het Boek van Allah, de islam, de Profeet ﷺ, de waarheid of de Koran; volgens het boek komt dat allemaal neer op het volgen van Allah en Zijn Boodschapper. Ibn Jarīr legt het verzoek uit als: 'help ons standvastig te blijven op wat U goedkeurt'.
Ṣirāṭ alladhīna anʿamta ʿalayhim verklaart het rechte pad; dit zijn de begunstigden uit an-Nisāʾ 4:69. Ghayri l-maghḍūbi ʿalayhim: volgens het boek de joden en ieder die de waarheid kent en er niet naar handelt. Wa-lā ḍ-ḍāllīn: de christenen vóór de zending van de Profeet ﷺ, en ieder die zonder kennis handelt. Volgens het boek zijn beide groepen dwalend en zijn beide de toorn waard, maar is toorn het meest kenmerkend voor de joden (al-Māʾida 5:60) en dwaling voor de christenen (al-Māʾida 5:77).
Kernpunten
- Na de lof volgt het vragen; de dienaar vraagt ook voor zijn broeders.
- 'Ihdinā' omvat leiding tot kennis en steun tot handelen.
- Het rechte pad: de duidelijke weg zonder kronkel, het volgen van Allah en Zijn Boodschapper.
- Toorn: wie de waarheid kent en niet volgt; dwaling: wie zonder kennis handelt.
Bron: التفسير (١), les 15, vanaf p. 45.
Begrippen
- الصراط المستقيم aṣ-ṣirāṭ al-mustaqīm · het rechte pad
- de duidelijke weg zonder kronkel: het volgen van Allah en Zijn Boodschapper (les 15, p. 45)
- هداية التوفيق hidāyat at-tawfīq · leiding van steun
- dat Allah iemand helpt de waarheid te aanvaarden en te volgen (les 15, p. 45)
- المغضوب عليهم al-maghḍūb ʿalayhim · wie de toorn treft
- wie de waarheid kent en er niet naar handelt; volgens het boek vooral de joden (les 15, p. 46)
- الضالون aḍ-ḍāllūn · de dwalenden
- wie zonder kennis handelt; volgens het boek vooral de christenen (les 15, p. 46)