Hadith 1: 'Wie een vriend van Mij vijandig behandelt'#
Abū Hurayra overlevert dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: Allah de Verhevene zei: Wie een vriend (walī) van Mij vijandig behandelt, aan hem heb Ik de oorlog verklaard. Mijn dienaar nadert Mij met niets wat Mij liever is dan wat Ik hem verplicht heb, en Mijn dienaar blijft Mij naderen met vrijwillige daden totdat Ik hem liefheb. Als Ik hem liefheb, ben Ik zijn gehoor waarmee hij hoort, zijn zicht waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij grijpt en zijn voet waarmee hij loopt. Als hij Mij vraagt, geef Ik hem zeker, en als hij Mij om bescherming vraagt, bescherm Ik hem zeker… (al-Bukhārī).
De overleveraar. Abū Hurayra (ʿAbd ar-Raḥmān ibn Ṣakhr ad-Dawsī) bleef dicht bij de Profeet ﷺ en overleverde meer dan vijfduizend hadith. ʿUmar stelde hem aan over Baḥrayn; later bestuurde hij Medina. Hij stierf in 59 AH.
Woorden. 'Ik heb hem de oorlog verklaard' betekent: Ik heb hem ondergang en straf aangekondigd. De verplichte daden (individueel en collectief) zijn als soort Allah liever dan vrijwillige. Over 'Ik ben zijn gehoor' noemt het boek twee uitleggen, en het noemt de tweede het meest waarschijnlijk: Allah leidt hem in zijn horen, zien, handelen en lopen, zodat die bij wat Allah behaagt blijven. Over het 'aarzelen' in de rest van de hadith citeert het boek Ibn ʿUthaymīn: je mag aarzeling niet in het algemeen aan Allah toeschrijven; hier komt die niet voort uit twijfel of onmacht, maar uit barmhartigheid met de gelovige die de dood niet wil.
Lessen. Er bestaan vrienden van Allah (Yūnus 10:62–63), maar het gaat erom wie dat zijn. Ibn Taymiyya: «wie gelovig en godvrezend is, is een vriend van Allah». Een walī hoeft niet over water te lopen; hij houdt zich aan Allahs wet, en wat iemand die voor walī doorgaat doet, wordt aan Koran en Sunna getoetst. Allahs vriendschap (wilāya) is tweeërlei: algemeen, over alle schepselen (al-Anʿām 6:61–62), en bijzonder, voor de godvrezenden (al-Baqara 2:257). Een walī is volgens het boek geen tussenpersoon tussen jou en Allah bij smeekbeden. Vijandigheid tegen de vrienden van Allah is een grote zonde. Allahs liefde bestaat en verschilt in graad. Daden verschillen in waarde: verplichte boven vrijwillige, het gebed boven andere plichten; Ibn Masʿūd vroeg welke daad Allah het liefst is, en het antwoord was het gebed op zijn tijd (al-Bukhārī en Muslim). Veel vrijwillige daden leiden tot Allahs liefde, mits ze volgens de sharīʿa zijn. Smeekbeden om zonde, het verbreken van familiebanden of onrecht worden niet verhoord, ook niet bij wie veel vrijwillige daden doet.
Kernpunten
- Vijandigheid tegen Allahs vrienden: Allah verklaart de oorlog; volgens het boek een grote zonde.
- Een walī is een godvrezende gelovige; wonderen zijn geen voorwaarde en hij is geen tussenpersoon.
- Allahs vriendschap: algemeen (over alle schepselen) en bijzonder (voor de godvrezenden).
- Verplichte daden zijn Allah liever; veel vrijwillige daden leiden tot Zijn liefde.
- Wie Allah liefheeft, leidt Hij in horen, zien, handelen en lopen.
Bron: الحديث (٢), les 1, vanaf p. 9.
Begrippen
- الولي al-walī · vriend van Allah
- volgens Ibn Taymiyya: elke gelovige die godvrezend is (les 1, p. 11)
- الولاية العامة al-wilāya al-ʿāmma · algemene vriendschap/zorg
- Allahs beheer over alle schepselen, gelovig en ongelovig (les 1, p. 11)
- الولاية الخاصة al-wilāya al-khāṣṣa · bijzondere vriendschap
- Allahs hulp en leiding voor de godvrezenden (les 1, p. 11)
- النوافل an-nawāfil · vrijwillige daden
- aanbidding bovenop de plichten; veel ervan leidt tot Allahs liefde (les 1, p. 10)
- آذنته بالحرب ādhantuhu bi-l-ḥarb · Ik verklaar hem de oorlog
- Ik kondig hem ondergang en straf aan (les 1, p. 9)