De edele schrijvers en het begin van al-Muṭaffifīn#
De bewakers (al-Infiṭār 82:9–12). Kallā: het is niet zoals jullie ongelovigen zeggen, dat jullie in de waarheid zijn; jullie loochenen de Dag van de vergelding. Over jullie staan bewakers, edele engelen die opschrijven en vastleggen wat jullie doen; niets ontgaat hen.
Twee bestemmingen (82:13–19). De rechtschapenen, die Allahs plichten doen en Zijn verboden mijden, zijn in gelukzaligheid: in deze wereld (hun hart geniet van het gedenken van Allah), in het barzakh en in het Paradijs. De zondaars zijn in een hel: in deze wereld (hun hart lijdt door hun afstand tot Allah), in het barzakh en in het Hiernamaals. Zij branden erin op de Dag van de vergelding en kunnen er op geen enkele manier uit: zij sterven niet, komen er niet uit en krijgen geen rust. 'Wat doet jou weten wat de Dag van de vergelding is?' wordt herhaald om de grootheid ervan te benadrukken. Op die Dag kan niemand een ander helpen; alles is aan Allah alleen.
Lessen. Ieder mens heeft bewakers die alles opschrijven; zij zijn edel en doen niemand onrecht door iets op te schrijven wat hij niet deed of iets weg te laten. Wie taken voor de gemeenschap heeft, zoals bestuurders, hoort dezelfde eigenschappen te hebben: betrouwbaarheid, goed karakter, kunnen schrijven en kennis van zijn taak. De zaak is ook nu aan Allah, maar op de Opstanding is dat het duidelijkst, omdat er dan niemand is die Hem tegenspreekt.
Al-Muṭaffifīn (83:1–6). Het boek noemt Ibn ʿAbbās (zonder bron): de soera is Medinensisch, behalve de laatste acht verzen vanaf 'inna lladhīna ajramū'. Als aanleiding noemt het een overlevering van Ibn ʿAbbās (Ibn Māja, goed volgens al-Albānī): toen de Profeet ﷺ in Medina kwam, waren de mensen daar zeer oneerlijk met maten; toen dit vers kwam, maten zij voortaan eerlijk. Taṭfīf is bedrog met maat en gewicht: meer nemen dan je toekomt, minder geven dan je verschuldigd bent. Het heet zo omdat men er meestal maar een beetje (ṭafīf) mee steelt. Wayl is een woord van dreiging; volgens een andere uitleg een dal in de Hel. 'Denken zij niet dat zij opgewekt worden, voor een geweldige Dag?' Als zij het werkelijk geloofden, zouden zij ophouden. Die Dag is zwaar voor de ongelovigen (vgl. al-Muddaththir 74:10) en licht voor de gelovigen. Het boek citeert Nāfiʿ, die vertelde dat Ibn ʿUmar verkopers aansprak: vrees Allah en meet eerlijk, want de bedriegers staan op die Dag tot het zweet hun tot halverwege de oren komt. En de hadith van Ibn ʿUmar in al-Bukhārī en Muslim over 'de Dag waarop de mensen voor de Heer van de werelden staan': tot ieder van hen in zijn zweet verdwijnt tot halverwege zijn oren.
Kernpunten
- Edele engelen schrijven alle daden op, zonder onrecht.
- Gelukzaligheid en hel beginnen al in het hart in deze wereld.
- Wie taken voor de gemeenschap heeft, hoort betrouwbaar en deskundig te zijn.
- Taṭfīf: meer nemen en minder geven in maat en gewicht.
- Wie werkelijk in de opwekking gelooft, bedriegt niet.
Bron: التفسير (٢), les 21, vanaf p. 81.
Begrippen
- الحافظون al-ḥāfiẓūn · de bewakers
- de engelen die de daden vastleggen (les 21, p. 81)
- الأبرار al-abrār · de rechtschapenen
- wie Allahs plichten doen en Zijn verboden mijden (les 21, p. 81)
- البرزخ al-barzakh · het tussenrijk
- de periode tussen dood en opstanding (les 21, p. 81)
- التطفيف at-taṭfīf · oneerlijk meten
- bedrog met maat en gewicht; van ṭafīf, 'weinig' (les 21, p. 87)
- ويل wayl · wee
- een woord van dreiging; volgens een andere uitleg een dal in de Hel (les 21, p. 87)