Gesluierd voor hun Heer; het boek van de rechtschapenen#
De zondaars (al-Muṭaffifīn 83:15–17). Kallā: een tweede afwering. Op de Dag van de Opstanding zijn zij gesluierd voor het zien van Allah, zoals zij in deze wereld gesluierd waren voor Zijn wet en tekenen en die fabels noemden. Daarna gaan zij de Hel in: ṣālū is meervoud van ṣāl, wie door de hitte van het Vuur geroosterd wordt. Daarna wordt hun berispend gezegd: 'Dit is wat jullie loochenden.' Zo komt lichamelijke pijn samen met de pijn van het hart: verwijt en spijt.
Lessen. Het boek waarschuwt voor zonden: ze bedekken het hart beetje bij beetje tot het licht dooft en het inzicht sterft. Dan ziet men onwaarheid als waarheid en waarheid als onwaarheid; dat is een van de straffen van zonde. Ahl as-Sunna wa-l-Jamāʿa leidden uit 'zij zijn op die Dag gesluierd voor hun Heer' af dat de gelovigen Allah zullen zien: dat deze mensen in toorn gesluierd zijn, betekent dat de rechtschapenen in welbehagen Hem zullen zien. Als iedereen gesluierd was, had het geen zin dit alleen van de zondaars te zeggen.
Het boek van de rechtschapenen (83:18–21). Na het boek van de zondaars op de laagste, nauwste plek noemt Allah het boek van de abrār (meervoud van barr): in ʿIlliyyūn, het hoogste en ruimste van het Paradijs, in de zevende hemel, waar de zielen van de gelovigen zijn. 'Wat doet jou weten wat ʿIlliyyūn is?' een vraag om de grootheid te tonen: hoogte na hoogte. Het is een opgeschreven boek, waarbij de nabijgebrachte engelen aanwezig zijn; volgens een andere uitleg de nabijgebrachten van elke hemel, wanneer het naar ʿIlliyyūn wordt gebracht.
Hun gelukzaligheid (83:22–25). De rechtschapenen zijn in blijvende gelukzaligheid van lichaam en hart. Op de arāʾik (rijk versierde bedden met baldakijn, de mooiste soort bedden) kijken zij naar wat Allah hun gaf (vgl. as-Sajda 32:17). Het boek noemt dat sommige geleerden zeggen dat dit kijken ook het kijken naar Allahs Aangezicht omvat, en het vers zo tot de bewijzen voor het zien van Allah in het Paradijs rekenen. Op hun gezichten zie je de glans van de gelukzaligheid. Zij krijgen te drinken, volgens het boek van Allah door de hand van dienaren (vgl. al-Wāqiʿa 56:17–18), van raḥīq: zuivere drank, zonder bijmenging, die het verstand niet schaadt en geen hoofdpijn geeft. Raḥīq is een van de namen van de wijn: de zuiverste, beste en oudste.
Kernpunten
- De zondaars zijn gesluierd voor Allah, zoals zij hier gesluierd waren voor Zijn wet.
- Zonden doven het licht van het hart en keren waarheid en onwaarheid om.
- Ahl as-Sunna leiden uit 83:15 af dat de gelovigen Allah zullen zien.
- Het boek van de rechtschapenen is in ʿIlliyyūn, het hoogste van het Paradijs.
- Hun gelukzaligheid is van lichaam en hart, met zuivere drank zonder schade.
Bron: التفسير (٢), les 23, vanaf p. 93.
Begrippen
- محجوبون maḥjūbūn · gesluierd
- afgesloten van het zien van Allah (les 23, p. 93)
- صالو الجحيم ṣālū l-jaḥīm · brandend in de Hel
- ṣāl: wie door de hitte van het Vuur geroosterd wordt (les 23, p. 93)
- عليون ʿIlliyyūn · ʿIlliyyūn
- het hoogste en ruimste van het Paradijs, in de zevende hemel (les 23, p. 95)
- الأرائك al-arāʾik · versierde bedden
- bedden met baldakijn, de mooiste soort bedden (les 23, p. 96)
- الرحيق ar-raḥīq · zuivere drank
- een naam van de wijn: de zuiverste en beste, zonder schade (les 23, p. 96)
- رؤية الله ruʾyat Allāh · het zien van Allah
- het zien van Allah door de gelovigen in het Paradijs (les 23, p. 93)