De Oorverdovende Schreeuw: vluchten voor je naasten#
De schreeuw (ʿAbasa 80:33–37). Aṣ-ṣākhkha is de schreeuw van de opwekking. Het boek geeft drie uitleggen: van ṣākha 'luisteren' (iedereen luistert ernaar); of omdat hij zo hard is dat hij de oren bijna doof maakt; of een naam van de Dag van de Opstanding. Op die Dag vlucht de mens van zijn broer, zijn moeder en vader (ook de grootouders), zijn ṣāḥiba (zijn echtgenote) en zijn kinderen. Hij is bang dat zij rechten en onrecht van hem opeisen. Het boek citeert Qatāda: er is op de Dag van de Opstanding niets zwaarder voor de mens dan iemand te zien die hij kent, uit angst dat die hem om aangedaan onrecht vraagt. Ieder heeft dan een zaak die hem volledig bezighoudt. Het boek noemt ook de hadith van ʿĀʾisha in al-Bukhārī en Muslim: jullie worden verzameld blootsvoets, naakt en onbesneden; zij vroeg of mannen en vrouwen dan naar elkaar kijken, en hij zei: de zaak is te zwaar om hen daarmee bezig te laten zijn.
Twee soorten gezichten (80:38–42). Gezichten van de mensen van het Paradijs zijn stralend, lachend en verheugd om wat Allah gaf en nog zal geven. Gezichten van de mensen van de Hel zijn bedekt met stof en duisternis, overmand door vernedering. Dat zijn de ongelovigen en de zondaars.
Lessen. Waarom niet kort 'hij vlucht voor zijn verwanten'? De uitgebreide opsomming is volgens het boek beangstigender en brengt de verschrikking voor ogen. De vrouw heet hier ṣāḥiba (gezellin) en niet alleen echtgenote: niet elke echtgenote is een gezellin. Als de man zelfs vlucht voor de gezellin die hem door alles heen steunde, hoe zit het dan met anderen? De volgorde loopt van minder naar meer genegenheid: van de broer tot de zoon, omdat de mens het meest met zijn kinderen begaan is.
Kernpunten
- Aṣ-ṣākhkha: de oorverdovende schreeuw van de opwekking.
- De mens vlucht voor zijn naasten, uit angst voor hun claims.
- Ieder is op die Dag volledig met zichzelf bezig.
- Twee soorten gezichten: stralend en verheugd, of stoffig en duister.
- De volgorde van de verwanten loopt op naar de grootste genegenheid: de kinderen.
Bron: التفسير (٢), les 17, vanaf p. 62.
Begrippen
- الصاخة aṣ-ṣākhkha · de oorverdovende schreeuw
- de schreeuw van de opwekking; ook een naam van de Opstanding (les 17, p. 62)
- صاحبته ṣāḥibatuhu · zijn gezellin
- de echtgenote die haar man in moeilijkheden bijstaat (les 17, p. 64)
- مسفرة musfira · stralend
- de gezichten van de mensen van het Paradijs (les 17, p. 63)
- غبرة ghabara · stof
- het stof op de gezichten van de mensen van de Hel (les 17, p. 63)
- قترة qatara · duisternis, vernedering
- wat de gezichten van de ongelovigen bedekt (les 17, p. 63)
- الإطناب al-iṭnāb · uitvoerigheid
- iets uitgebreid zeggen om het effect te vergroten (les 17, p. 63)