De Dag van de Scheiding en de straf van de overtreders#
De Dag van de Scheiding (an-Nabaʾ 78:17–20). De Opstanding heeft een vastgestelde tijd (vgl. Hūd 11:104), waarop deze wereld eindigt. Hij heet 'de Dag van de Scheiding' omdat Allah dan tussen de dienaren oordeelt. Er wordt op de hoorn (aṣ-ṣūr) geblazen: bij de eerste stoot schrikken de mensen en sterven; bij de tweede staan zij op uit hun graven en komen in groepen. De hemel wordt geopend tot poorten voor de afdalende engelen, en de bergen worden weggevoerd tot ze een luchtspiegeling zijn.
De Hel als hinderlaag (78:21–26). De Hel is een mirṣād: volgens al-Azharī de plek waar men de vijand opwacht. Zij is de bestemming van de ṭāghūn, de opstandige zondaars die de boodschappers tegenwerken. Zij verblijven er aḥqāb, lange tijdperken. Zij proeven er geen koelte en geen drank, behalve ḥamīm (kokend water) en ghassāq: volgens de een ijzige kou die brandt, volgens de ander de etter en stank van de bewoners van het Vuur. Zo krijgen zij extreme hitte en extreme kou. Het is 'een passende vergelding'; Muqātil zei: er is geen zonde groter dan shirk en geen straf groter dan het Vuur.
De oorzaak (78:27–30). Zij verwachtten geen afrekening en loochenden Allahs tekenen volledig; al-Farrāʾ noemt kidhdhāb een welsprekend Jemenitisch woord. Alles is opgeschreven in de Bewaarde Tafel (vgl. Yā Sīn 36:12). 'Proef dan; Wij zullen jullie alleen straf toevoegen': volgens as-Saʿdī het zwaarste vers over de straf van de Hel.
Kernpunten
- De Opstanding heeft een vaste tijd en heet 'Dag van de Scheiding'.
- Twee stoten op de hoorn: dood en opwekking.
- De Hel is een hinderlaag voor de opstandigen, met kokend water en ijzige kou.
- De straf past bij de zonde; shirk is de grootste zonde.
- Loochening van de afrekening is de wortel van hun ongeloof.
Bron: التفسير (٢), les 4, vanaf p. 20.
Begrippen
- يوم الفصل yawm al-faṣl · Dag van de Scheiding
- de Opstanding, waarop Allah tussen de dienaren oordeelt (les 4, p. 20)
- الصور aṣ-ṣūr · de hoorn
- waarop de engel blaast; twee stoten: dood en opwekking (les 4, p. 20)
- مرصاد mirṣād · hinderlaag
- de plek waar men de vijand opwacht (al-Azharī) (les 4, p. 21)
- أحقاب aḥqāb · tijdperken
- meervoud van ḥuqb, een lange periode (les 4, p. 21)
- حميم وغساق ḥamīm wa-ghassāq · kokend water en ijzige kou of etter
- de drank van de Hel: uiterste hitte en uiterste kou of vuil (les 4, p. 21)
- جزاء وفاقا jazāʾ wifāqan · passende vergelding
- de straf die precies bij de daden past (les 4, p. 21)