De Koran is het woord van een edele boodschapper#
De eed (at-Takwīr 81:15–18). 'Nee, Ik zweer': het lā is volgens het boek een versterking. Allah zweert bij de khunnas, de sterren die overdag hun licht verbergen, de jawārī kunnas, de sterren die lopen en zich in hun posities verbergen; bij de nacht wanneer hij komt en gaat (ʿasʿasa); en bij de ochtend wanneer zijn licht 'ademt'.
Het antwoord (81:19–21). De Koran is de overbrenging door een edele boodschapper: Jibrīl, die hem van de Heer van de Macht naar Muḥammad ﷺ bracht. Hij is sterk in het uitvoeren van Allahs bevelen; het boek noemt als voorbeeld dat hij de woonplaatsen van het volk van Lūṭ omkeerde. Hij heeft een hoge positie bij de Heer van de Troon, wordt daar in de hemel door de engelen gehoorzaamd en is betrouwbaar met de openbaring.
De Profeet ﷺ (81:22–24). 'Jullie metgezel is niet bezeten', en de Koran is geen geraaskal. Hij zag Jibrīl in zijn ware gestalte met zeshonderd vleugels, die de hele horizon vulde, aan de oostelijke horizon. Het boek noemt de overlevering bij Muslim, waarin ʿĀʾisha zegt dat zij de eerste was die hiernaar vroeg, en hij ﷺ zei: dat is Jibrīl; ik heb hem alleen deze twee keer gezien in de gestalte waarin hij geschapen is; ik zag hem afdalen uit de hemel, terwijl zijn enorme gestalte de ruimte tussen hemel en aarde vulde. De Profeet ﷺ is niet gierig (ḍanīn) met het overbrengen van de openbaring.
Geen woord van een duivel (81:25–29). De Koran is niet het woord van een vervloekte duivel die de hemel afluistert, maar het woord van de Heer van de werelden. 'Waar gaan jullie dan heen?' Hij is een vermaning voor alle mensen, maar alleen wie recht wil gaan heeft er werkelijk baat bij. 'En jullie willen niet, tenzij Allah wil.'
Lessen. Er staat 'bij de Heer van de Troon' en niet 'bij Allah': dat beeldt Jibrīl uit als een gezant die het bevel van de koning uitvoert en bij hem in aanzien staat. De engelboodschapper en de menselijke boodschapper krijgen de mooiste eigenschappen, wat de waarde van de boodschap toont: koningen sturen belangrijke brieven alleen met hun beste gezanten. 'Jullie metgezel' berispt Quraysh: zij kenden hem meer dan veertig jaar en zagen nooit waanzin of tovenarij.
Kernpunten
- Allah zweert bij sterren, nacht en ochtend dat de Koran waar is.
- De Koran werd gebracht door Jibrīl: sterk, geëerd, gehoorzaamd en betrouwbaar.
- De Profeet ﷺ is niet bezeten en niet gierig met de openbaring.
- De Koran is geen woord van een duivel, maar van de Heer van de werelden.
- Alleen wie recht wil gaan heeft echt baat bij de vermaning.
Bron: التفسير (٢), les 19, vanaf p. 71.
Begrippen
- الخنس al-khunnas · de verbergende sterren
- de sterren die overdag hun licht verbergen (les 19, p. 71)
- عسعس ʿasʿasa · komen en gaan
- de nacht die met zijn duisternis komt en verdwijnt (les 19, p. 71)
- رسول كريم rasūl karīm · edele boodschapper
- Jibrīl, die de Koran overbracht (les 19, p. 72)
- ضنين ḍanīn · gierig
- wie iets achterhoudt; de Profeet ﷺ hield niets van de openbaring achter (les 19, p. 73)
- الرجيم ar-rajīm · de vervloekte
- de duivel, verdreven uit Allahs barmhartigheid (les 19, p. 73)