Regen, gewassen en lessen voor de Opstanding#
De verzen (an-Nabaʾ 78:14–16). Allah zendt uit de muʿṣirāt overvloedig water. Voor muʿṣirāt noemt het boek drie uitleggen: de wolken, de winden of de hemelen; de eerste ligt het meest voor de hand. Ibn ʿUthaymīn verklaart: de wolken heten zo omdat het water eruit komt zoals uit een uitgewrongen kleed. Thajjāj is overvloedig en aanhoudend stromend. Ter illustratie noemt het boek de beste ḥajj is al-ʿajj en ath-thajj (at-Tirmidhī, authentiek volgens al-Albānī): het luid roepen van de talbiya en het rijkelijk vloeien van het offerbloed. Met dat water brengt Allah graan voort (tarwe, gerst, maïs, rijst) als voedsel voor de mens, planten als voer voor de dieren, en dichte tuinen vol bomen (vgl. ar-Raʿd 13:4).
Lessen. Het boek trekt vijf lessen:
- Omdat de loochenaars de Opstanding ontkenden, toont Allah eerst dat Hij alles kan en alles weet; wie die twee grondslagen aanvaardt, aanvaardt de Opstanding.
- Het bewijs begint met de aarde, omdat de opwekking een uittreden uit de aarde is.
- Slapen en ontwaken behoren tot de duidelijkste bewijzen voor de Opstanding.
- Er staat 'om voort te brengen' (li-nukhrija) en niet 'om te laten groeien', omdat 'uitbrengen' beter past bij het thema van de opwekking.
- Eerst graan (basisvoedsel van de mens), dan planten (voer voor dieren), dan tuinen met fruit, dat de mens het minst als voedsel gebruikt.
Kernpunten
- Al-muʿṣirāt zijn volgens de sterkste mening de wolken.
- Thajjāj: overvloedig, aanhoudend stromend water.
- Wie Allahs macht en kennis erkent, moet ook de Opstanding erkennen.
- Slaap en ontwaken zijn een dagelijks beeld van dood en opwekking.
- De volgorde graan, planten, tuinen volgt de behoefte van de mens.
Bron: التفسير (٢), les 3, vanaf p. 17.
Begrippen
- المعصرات al-muʿṣirāt · de wolken (volgens de sterkste mening)
- waaruit het water komt zoals uit een uitgewrongen kleed (les 3, p. 17)
- ثجاج thajjāj · overvloedig stromend
- veel en aanhoudend uitgegoten (les 3, p. 17)
- العج والثج al-ʿajj wa-th-thajj · luid roepen en laten vloeien
- het luid roepen van de talbiya en het rijkelijk slachten van offerdieren (les 3, p. 17)
- ألفاف alfāf · dichtbegroeid
- tuinen waarvan de bomen in elkaar grijpen (les 3, p. 17)