Goede en passende woorden kiezen#
Deze les zet de adab van het spreken voort.
- Goede woorden kiezen: ﴿Zeg tegen Mijn dienaren dat zij zeggen wat het beste is﴾ (al-Isrāʾ 17:53). In het Paradijs is een kamer waarvan buiten en binnen door elkaar heen te zien zijn, voor wie zacht spreekt en voedsel geeft (Aḥmad; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Geen vuile en grove taal: de Profeet ﷺ was niet grof en zocht geen grofheid (al-Bukhārī en Muslim). Het geloof van een dienaar wordt niet recht totdat zijn hart recht is, en zijn hart wordt niet recht totdat zijn tong recht is (Aḥmad; ḥasan volgens al-Albānī).
- Spreken naar het begrip van de luisteraar: Ibn Masʿūd zei: je vertelt mensen niets wat hun verstand niet bereikt, of het wordt voor sommigen een beproeving (Muslim).
- Rekening houden met de positie van de aangesprokene: Mūsā sprak zijn knecht aan met een gebiedende wijs, ﴿breng ons﴾ (al-Kahf 18:62), maar al-Khaḍir met een verzoek, ﴿mag ik je volgen?﴾ (al-Kahf 18:66).
- Zich afwenden van gesprekken met iets verkeerds (al-Anʿām 6:68).
- Niet spreken over wat men niet weet (al-Isrāʾ 17:36); een van de ergste vormen is fatwa geven zonder kennis (al-Aʿrāf 7:33).
- Geen leugen, spot of belachelijk maken (al-Ḥujurāt 49:11). Schelden en vervloeken passen niet bij een moslim: Een moslim uitschelden is zondigheid en hem bestrijden is ongeloof (al-Bukhārī en Muslim, Ibn Masʿūd); een gelovige vervloeken is als hem doden (al-Bukhārī en Muslim, Thābit ibn aḍ-Ḍaḥḥāk); wie veel vervloeken zijn op de Dag der Opstanding geen voorsprekers en geen getuigen (Muslim, Abū d-Dardāʾ).
- De oudste laten voorgaan: toen ʿAbd ar-Raḥmān, de jongste, als eerste begon te spreken, zei hij: de oudste, de oudste (al-Bukhārī en Muslim, Sahl ibn Abī Ḥathma).
- De spreker niet onderbreken: hij liet ʿUtba ibn Rabīʿa uitpraten, vroeg Ben je klaar, Abū l-Walīd? en las daarna het begin van Fuṣṣilat (as-Sīra van Ibn Isḥāq).
- Toestemming vragen om te spreken, vooral bij vooraanstaanden: de verstandigste van twee twistende partijen vroeg toestemming en hij zei: Spreek (al-Bukhārī en Muslim, Abū Hurayra en Zayd ibn Khālid al-Juhanī).
- Niet met z'n tweeën fluisteren zonder de derde, want dat maakt hem verdrietig (al-Bukhārī en Muslim). Volgens het boek valt daaronder ook spreken in een taal die de derde niet beheerst.
- Geheimen bewaren: Als iemand iets vertelt en dan om zich heen kijkt, is het een toevertrouwd goed (Abū Dāwūd; ḥasan volgens al-Albānī). Ibn Raslān legt uit dat het omkijken betekent: houd dit voor jezelf.
Kernpunten
- Goede, zachte woorden kiezen; grofheid en vuile taal vermijden.
- Spreken naar het begrip en de positie van de luisteraar.
- Niet spreken zonder kennis; fatwa zonder kennis is een van de ergste vormen.
- Schelden en vervloeken passen niet bij een moslim.
- De oudste laten voorgaan, niet onderbreken, toestemming vragen, niet fluisteren buiten de derde om en geheimen bewaren.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 12, vanaf p. 42.
Begrippen
- الفحش al-fuḥsh · vuile taal
- grove en schandelijke woorden (les 12, p. 42)
- التناجي at-tanājī · fluisteren
- met z'n tweeën in vertrouwen spreken buiten een derde om (les 12, p. 44)
- السباب as-sibāb · schelden
- een moslim uitschelden, wat zondigheid is (les 12, p. 43)
- أمانة amāna · toevertrouwd goed
- wat iemand vertelt en daarbij omkijkt, moet bewaard worden (les 12, p. 44)