Adab in huis: binnengaan en weggaan#
Een huis is een gunst van Allah: ﴿En Allah heeft jullie huizen tot rustplaats gemaakt﴾ (an-Naḥl 16:80). Als hij naar bed ging, zei de Profeet ﷺ: Lof zij Allah, die ons voedde, te drinken gaf, ons genoeg was en ons onderdak gaf; hoevelen hebben niemand die hun genoeg is en geen onderdak (Muslim, van Anas). Onderdak betekent een woning die beschermt tegen hitte en kou, de spullen bewaart en het gezin afschermt.
Adab bij binnengaan en weggaan.
- Salām geven bij het binnengaan (an-Nūr 24:61). Tegen Anas zei hij: Mijn zoon, als je bij je gezin binnenkomt, geef dan salām; dat is een zegen voor jou en je huisgenoten (at-Tirmidhī: ḥasan gharīb). Is er niemand thuis, dan zegt men: "Vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah." Over welke voet eerst: daar is volgens het boek geen specifiek bewijs voor, dus het is ruim.
- Allah gedenken bij binnenkomen en bij het eten; dan zegt de shayṭān: hier is geen slaapplaats en geen avondeten voor jullie (Muslim).
- De mond reinigen met siwāk: daarmee begon hij als hij thuiskwam (Muslim, ʿĀʾisha tegen Shurayḥ).
- Verkeerde dingen weghalen. Hij scheurde een gordijn met afbeeldingen en zei: De mensen met de zwaarste straf op de Dag der Opstanding zijn zij die nabootsen wat Allah schept; ʿĀʾisha maakte er kussens van (al-Bukhārī en Muslim).
- Kruisen verwijderen: hij liet niets met kruisen in zijn huis of hij verbrak het (al-Bukhārī). Volgens het boek gaat het om wat werkelijk de vorm van een kruis heeft, niet om elk kruisend patroon.
- Twee rakʿa's bij weggaan en thuiskomen, een verwaarloosde soenna: ze beschermen tegen een slechte uitgang en een slechte ingang (al-Bazzār en al-Bayhaqī; ḥasan volgens al-Albānī).
- De smeekbede bij weggaan: O Allah, ik zoek bescherming bij U dat ik dwaal of misleid word … (Aḥmad en Abū Dāwūd; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī) en In Allahs naam, ik vertrouw op Allah; er is geen macht en kracht dan bij Allah (Aḥmad en at-Tirmidhī).
Honden en afbeeldingen. Een hond in huis is verboden behalve bij noodzaak: De engelen gaan geen huis binnen waarin een hond of een afbeelding is (al-Bukhārī en Muslim). Uitgezonderd zijn jacht-, vee- en akkerhonden; wie anders een hond houdt, verliest elke dag twee qīrāṭ van zijn loon (Muslim). Afbeeldingen van zielloze dingen, zoals bomen en natuur, mogen (Muslim, Ibn ʿAbbās). Afbeeldingen van wezens met een ziel hangt men niet aan de muur; als ze op de grond liggen en vernederd worden, is dat volgens het boek geen bezwaar.
Kernpunten
- Een huis is een gunst die dank vraagt.
- Salām geven bij binnenkomen, ook als er niemand is; Allah gedenken; siwāk gebruiken.
- Verkeerde dingen in huis verwijderen, zoals afbeeldingen van bezielde wezens en kruisen.
- Honden alleen voor jacht, vee of akker.
- Twee rakʿa's en de smeekbeden bij weggaan en thuiskomen.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 7, vanaf p. 26.
Begrippen
- السلام علينا وعلى عباد الله الصالحين as-salāmu ʿalaynā wa-ʿalā ʿibād Allāh aṣ-ṣāliḥīn · vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah
- wat men zegt bij het binnengaan van een leeg huis (les 7, p. 26)
- يضاهون بخلق الله yuḍāhūna bi-khalq Allāh · nabootsen wat Allah schept
- afbeeldingen van wezens met een ziel maken (les 7, p. 28)
- قيراطان qīrāṭān · twee qīrāṭ
- het deel van het loon dat dagelijks verloren gaat bij het onnodig houden van een hond (les 7, p. 27)