Adab van het advies (an-naṣīḥa)#
Fouten maken is menselijk, en advies helpt de mens om terug te keren. De godsdienst is advies; zij vroegen: voor wie? Hij zei: voor Allah, Zijn Boek, Zijn Boodschapper, de leiders van de moslims en hun gewone mensen (Muslim).
Adab van de adviseur.
- Zich vergewissen dat de fout echt gebeurde. De Profeet ﷺ hoorde dat ʿAbd Allāh ibn ʿAmr gezegd had dat hij zolang hij leefde de nachten zou doorbidden en de dagen zou vasten. Hij vroeg eerst: Ben jij degene die dat zegt?, en hij zei: ja (Muslim).
- Zelf niet doen wat hij verbiedt: Shuʿayb zei: ﴿Ik wil niet zelf doen wat ik jullie verbied﴾ (Hūd 11:88). Een dichter spreekt van de ongodvrezende die anderen godsvrees beveelt, als een zieke arts die mensen geneest. Dat betekent volgens het boek niet dat een adviseur nooit zondigt.
- Oprechtheid: ﴿Ik wil slechts verbetering, zoveel als ik kan﴾ (Hūd 11:88). ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz zei: wie zijn broeder advies geeft in zijn godsdienst en let op het welzijn van zijn wereld, heeft de band goed onderhouden en zijn recht vervuld.
- Advies met kennis (al-Aʿrāf 7:62, Nūḥ).
- Betrouwbaar en eerlijk zijn: ﴿en ik ben voor jullie een betrouwbare adviseur﴾ (al-Aʿrāf 7:68, Hūd); wie om raad gevraagd wordt, is een vertrouwensman (Aḥmad en at-Tirmidhī, ḥasan).
- De waarheid zeggen, niet vleien: en als hij je om advies vraagt, adviseer hem dan (Muslim).
- In het geheim adviseren. Ash-Shāfiʿī zei: wie zijn broeder in het geheim vermaant, adviseert hem en siert hem; wie hem in het openbaar vermaant, stelt hem te schande. Hij dichtte: adviseer mij als ik alleen ben, niet in een groep, want advies voor de mensen is een soort berisping die ik niet wil horen. Al-Fuḍayl ibn ʿIyāḍ: de gelovige bedekt en adviseert, de zondaar ontmaskert en verwijt.
- Snel advies geven aan wie het nodig heeft (al-Qaṣaṣ 28:20).
- De positie van de geadviseerde respecteren: de brief aan Heraclius begon met Van Muḥammad, de Boodschapper van Allah, aan Heraclius, de grote van de Romeinen (al-Bukhārī en Muslim).
- Zachtheid (Ṭā-Hā 20:43–44): als Allah zachtheid beval tegenover Farao, die goddelijkheid claimde, dan geldt dat des te meer voor anderen.
- Kort, met goede woorden, zonder gekunsteldheid: Wat een goede man is ʿAbd Allāh, als hij maar 's nachts zou bidden; daarna bad Ibn ʿUmar 's nachts (al-Bukhārī en Muslim).
- Geduld met kwetsing (Luqmān 31:17).
- Zich niet boven de geadviseerde verheffen: Het is genoeg kwaad voor iemand om zijn moslimbroeder te minachten (Muslim).
- Bedekken en niet roddelen: Wie een moslim bedekt, die bedekt Allah op de Dag der Opstanding (al-Bukhārī en Muslim).
Adab van wie advies krijgt (p. 49).
- Advies vragen bij iemand die verstandig, betrouwbaar en ervaren is (Āl ʿImrān 3:159). De Koranlezers, oud en jong, waren de raadgevers van ʿUmar (al-Bukhārī). Men raadpleegt geen vijand, onwetende of iemand met een zwak oordeel.
- Het advies aannemen en er snel naar handelen (al-Qaṣaṣ 28:20–21).
- De adviseur liefhebben en respecteren: Allah keurde af dat het volk van Ṣāliḥ de adviseurs niet liefhad (al-Aʿrāf 7:79).
- De verdienste van de adviseur erkennen en voor hem bidden: Wie jullie iets goeds doet, beloon hem; vinden jullie niets om hem mee te belonen, bid dan voor hem tot jullie zien dat jullie hem beloond hebben (Abū Dāwūd; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
Kernpunten
- De godsdienst is advies, voor Allah, Zijn Boek, Zijn Boodschapper, de leiders en de gewone moslims.
- De adviseur vergewist zich eerst, is oprecht, heeft kennis en is betrouwbaar.
- Advies gebeurt bij voorkeur in het geheim, met zachtheid en goede woorden.
- De adviseur verheft zich niet, bedekt fouten en is geduldig met kwetsing.
- Wie advies krijgt, zoekt een goede raadgever, neemt het advies aan en bidt voor de adviseur.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 13, vanaf p. 46.
Begrippen
- النصيحة an-naṣīḥa · advies
- het goede willen voor de ander en hem dat oprecht zeggen (les 13, p. 46)
- الناصح an-nāṣiḥ · de adviseur
- wie het advies geeft (les 13, p. 46)
- المنصوح al-manṣūḥ · de geadviseerde
- wie het advies ontvangt (les 13, p. 49)
- المستشار مؤتمن al-mustashār muʾtaman · wie om raad gevraagd wordt is een vertrouwensman
- de raadgever moet eerlijk en betrouwbaar raad geven (les 13, p. 47)