Drie keer bidden en andere adab van de smeekbede#
Deze les zet de adab van de smeekbede voort.
- Drie keer bidden: Als hij bad, bad hij drie keer, en als hij vroeg, vroeg hij drie keer (Muslim, Ibn Masʿūd). De soenna is drie keer; wie soms meer doet of het bij één keer laat, heeft volgens het boek geen bezwaar.
- Smeken, nederigheid, verlangen en vrees: ﴿Roep jullie Heer aan, nederig en in het verborgene﴾ (al-Aʿrāf 7:55); ﴿zij haastten zich naar het goede en riepen Ons aan in verlangen en vrees, en waren nederig tegenover Ons﴾ (al-Anbiyāʾ 21:90). Smeken (taḍarruʿ) is armoede, zwakte en nederigheid tonen bij de smeekbede; dat is een van de stations van aanbidding die Allah liefheeft.
- Bij zichzelf beginnen als men voor een ander bidt: dat deed de Profeet ﷺ (at-Tirmidhī, Ubayy ibn Kaʿb; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī). Voorbeelden: de groet aan de graven, moge Allah ons en jullie vergeven (at-Tirmidhī, ḥasan), de taḥiyyāt, vrede zij met ons en met de vrome dienaren van Allah (al-Bukhārī en Muslim), en de smeekbeden van Ibrāhīm (Ibrāhīm 14:40 en 35). Maar met een ander beginnen is geen bezwaar: voor Anas zei hij O Allah, vermeerder zijn bezit en kinderen … (al-Bukhārī en Muslim), en voor Ibn ʿAbbās O Allah, geef hem begrip van de godsdienst (al-Bukhārī). Dat wordt gesteund door: Geen moslim bidt voor zijn broeder in diens afwezigheid of de engel zegt: en voor jou hetzelfde (Muslim).
- Halal eten, drinken en kleding: de man op een lange reis, met verward haar en bestoven, strekt zijn handen naar de hemel: O Heer, o Heer, terwijl zijn eten, drinken en kleding haram zijn: hoe zou hij dan verhoord worden? (Muslim).
- De alomvattende smeekbeden zoeken: hij hield van de alomvattende smeekbeden en liet de rest (Aḥmad en Abū Dāwūd, ʿĀʾisha; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Zich naar de qibla richten: op de dag van Badr keek hij naar de polytheïsten, duizend man, terwijl zijn metgezellen driehonderdnegentien waren; hij richtte zich naar de qibla, strekte zijn handen uit en riep: O Allah, vervul wat U mij beloofd hebt … (Muslim).
- Niet bidden om zonde of verbreken van verwantschap, en niet ongeduldig zijn: De dienaar wordt verhoord zolang hij niet om een zonde of verbreken van verwantschap bidt, en zolang hij niet ongeduldig is; ongeduldig betekent: hij zegt ik heb gebeden en gebeden en zie geen verhoring, en geeft het dan op (al-Bukhārī en Muslim). Om een zonde bidden is bijvoorbeeld vragen om iets verbodens; verbreken van verwantschap is bijvoorbeeld: o Allah, houd mij ver van mijn ouders of familie. Ibn Ḥajar zegt dat de hadith leert om te blijven vragen en niet te wanhopen, want daarin ligt overgave en het tonen van behoefte. Een van de vroege generaties zei: ik vrees meer dat mij de smeekbede ontzegd wordt dan dat mij de verhoring ontzegd wordt.
- Allah vragen met Zijn grootste naam: een man zei O Allah, ik vraag U, omdat ik getuig dat U Allah bent, er is geen god dan U, de Ene, de Zelfstandige, die niet verwekt en niet verwekt is en aan wie niemand gelijk is; hij zei dat de man Allah gevraagd had met Zijn grootste naam, waarmee Hij geeft als Hij gevraagd wordt en verhoort als Hij aangeroepen wordt (Aḥmad en Abū Dāwūd; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī). Houd vast aan "Yā Dhā l-Jalāli wa-l-Ikrām" (Aḥmad en at-Tirmidhī; ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Aandringen bij Allah: Ibn al-Qayyim noemt aandringen in de smeekbede een van de nuttigste geneesmiddelen.
Kernpunten
- Drie keer bidden is soenna; meer of minder is geen bezwaar.
- Bidden met nederigheid, verlangen en vrees.
- Meestal bij zichzelf beginnen; met een ander beginnen mag ook, en de engel bidt mee voor wie in het verborgene voor zijn broeder bidt.
- Haram eten, drinken en kleding staan verhoring in de weg.
- Niet om zonde of verbreken van verwantschap bidden, niet ongeduldig worden, en blijven aandringen.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 23, vanaf p. 81.
Begrippen
- التضرع at-taḍarruʿ · smeken
- armoede, zwakte en nederigheid tonen bij de smeekbede (les 23, p. 81)
- جوامع الدعاء jawāmiʿ ad-duʿāʾ · alomvattende smeekbeden
- korte smeekbeden met een brede betekenis (les 23, p. 82)
- الاستعجال al-istiʿjāl · ongeduld
- zeggen: ik bad en zag geen verhoring, en het dan opgeven (les 23, p. 83)
- الإلحاح al-ilḥāḥ · aandringen
- blijven vragen in de smeekbede (les 23, p. 83)