Inleiding tot de islamitische omgangsvormen#
Kennis en adab horen samen. Islamitische kennis en adab (goede omgangsvormen) zijn allebei verbonden met het handelen. Kennis is het begin en het fundament van het handelen; adab is de sier ervan. Van ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb wordt overgeleverd: "Leer eerst adab, en leer dan kennis" (het boek geeft geen bron). ʿAbd Allāh ibn al-Mubārak zei: "Een man wordt niet edel door een soort kennis zolang hij zijn handelen niet met adab siert." Een dichter zegt dat alles een sier heeft en dat de sier van de mens volmaakte adab is; door zijn adab wordt iemand geëerd, ook als zijn afkomst eenvoudig is. Adab samen met kennis is volgens het boek de weg van de profeten en het kenmerk van de godvrezenden: wie adab gebruikt stijgt, wie het laat daalt.
Wat is adab? In de taal komt het van adaba; addabahu betekent: hij onderwees hem, en die nam het aan (taʾaddaba). Als term is adab: de goede karaktertrekken en lofwaardige eigenschappen die de ziel zich eigen maakt. Ibn al-Qayyim zei: "De werkelijkheid van adab is het gebruiken van goed karakter." Al-Jurjānī omschreef adab als: kennis van datgene waarmee men zich behoedt voor alle soorten fouten. Kort gezegd is adab volgens het boek de inspanning om zich te ontdoen van slechte eigenschappen en fouten en zich te sieren met deugden, in alle relaties en in elke omgang.
Kernpunten
- Kennis is het fundament van het handelen; adab is de sier ervan.
- Ibn al-Mubārak: kennis maakt niemand edel zolang adab zijn handelen niet siert.
- Adab is het geheel van goede karaktertrekken en lofwaardige eigenschappen.
- Ibn al-Qayyim: adab is het gebruiken van goed karakter; al-Jurjānī: kennis waarmee men fouten vermijdt.
- Adab vraagt inspanning: slechte eigenschappen afleggen en deugden aannemen.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 1, vanaf p. 9.
Begrippen
- الأدب al-adab · goede omgangsvormen
- de goede karaktertrekken en lofwaardige eigenschappen die de ziel zich eigen maakt (les 1, p. 9)
- تأدب taʾaddaba · adab aannemen
- onderwezen worden en het aannemen (les 1, p. 9)
- التخلي والتحلي at-takhallī wa-t-taḥallī · afleggen en aannemen
- zich ontdoen van slechte eigenschappen en zich sieren met deugden (les 1, p. 9)