Islamitische opvoeding (3) – Islamitische etiquette

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 4 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Adab voor de verkoper

  1. Geen eden bij de verkoop; een valse eed is verboden. Drie met wie Allah op de Dag der Opstanding niet spreekt, naar wie Hij niet kijkt, die Hij niet zuivert en voor wie een pijnlijke straf is: wie zijn kleed laat slepen, wie zijn gunsten verwijt, en wie zijn waar verkoopt met een valse eed (Muslim). De eed bevordert de verkoop van de waar, maar wist de zegen uit (al-Bukhārī en Muslim, Abū Hurayra). Er is ook een dreiging voor wie na de ʿaṣr bij Allah zweert dat hem zoveel voor een waar geboden is, terwijl dat niet zo is (al-Bukhārī).
  2. Bedrog en het verbergen van gebreken zijn verboden. Hij stak zijn hand in een hoop voedsel en zijn vingers werden nat; de verkoper zei: de regen trof het. Hij zei: Waarom heb je het niet bovenop gelegd zodat de mensen het zien? Wie bedriegt, hoort niet bij mij (Muslim, Abū Hurayra). Wie een waar koopt en ontdekt dat zij gebreken heeft en dat de verkoper hem bedroog, heeft het recht de koop te ontbinden en zijn geld terug te nemen.
  3. Eerlijk wegen en ernstig oppassen voor bedrog met de weegschaal (al-Muṭaffifīn 83:1–6).
  4. Gematigde winst; geen opkopen (iḥtikār) en geen misbruik van de nood van de koper: Wie opkoopt is een zondaar (Muslim). Iḥtikār is voedsel kopen in tijden van duurte om het vast te houden tot de prijs stijgt. Tot bedrog behoort ook het land van herkomst veranderen of een logo maken dat lijkt op een bekend merk; volgens het boek komt dat veel voor bij auto-onderdelen en heeft het in sommige landen bijgedragen aan meer ongelukken en doden.

Prijsvaststelling (at-tasʿīr, p. 65). Dat is dat de overheid een prijs vastlegt en de handelaars daaraan bindt. Dat is verboden als de handelaars normaal verkopen zonder de mensen te schaden; het mag bij behoefte, vooral bij basisproducten zoals rijst, suiker en olie waarmee handelaars spelen.

  1. Geen handel in verboden zaken, ook niet met niet-moslims: Allah vervloekte de joden: het vet werd hun verboden, maar zij verkochten het en aten de opbrengst; als Allah het eten van iets verbiedt, verbiedt Hij ook de prijs ervan (Aḥmad; ṣaḥīḥ volgens al-Arnaʾūṭ, de kern staat in de twee ṣaḥīḥs). Al-Lajna ad-Dāʾima: handel in wat Allah verbood, zoals wijn en varkensvlees, mag niet, ook niet met ongelovigen. Ook ribā, gokken en gharar zijn verboden, met moslims en niet-moslims.
  2. Niet verkopen over de verkoop van zijn broeder heen, tenzij hij toestemming geeft of afziet (al-Bukhārī en Muslim); evenzo niet kopen over de koop van zijn broeder heen. Het gaat om de situatie na het sluiten van de koop, zoals een winkelier die tegen een koper zegt: ik heb het goedkoper. De reden is dat dit aanzet tot het ontbinden van de koop en leidt tot wrok en ruzie. Bij een veiling voordat de koop gesloten is, en bij prijsverschillen tussen winkels, is er volgens het boek geen bezwaar.

Kernpunten

  • Geen eden bij de verkoop; een valse eed is een grote zonde en wist de zegen uit.
  • Bedrog en het verbergen van gebreken zijn verboden; de bedrogen koper mag de koop ontbinden.
  • Eerlijk wegen, gematigde winst, geen opkopen.
  • Prijsvaststelling door de overheid mag alleen bij behoefte.
  • Geen handel in verboden zaken, ook niet met niet-moslims; niet verkopen over de koop van een ander heen.

Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 17, vanaf p. 64.

Begrippen

الاحتكار al-iḥtikār · opkopen
voedsel kopen bij duurte en vasthouden tot de prijs stijgt (les 17, p. 65)
التسعير at-tasʿīr · prijsvaststelling
de overheid legt een prijs vast en bindt de handelaars eraan (les 17, p. 65)
الغش al-ghishsh · bedrog
gebreken verbergen of de koper misleiden (les 17, p. 64)
ممحقة للبركة mamḥaqa li-l-baraka · wist de zegen uit
het gevolg van zweren bij de verkoop (les 17, p. 64)