Adab van het lopen#
- Rustig en waardig lopen: ﴿De dienaren van de Erbarmer zijn zij die nederig over de aarde lopen﴾ (al-Furqān 25:63).
- Geen hoogmoed en pronken (Luqmān 31:18). Een man liep pronkend in zijn twee mantels, ingenomen met zichzelf; Allah liet de aarde hem verzwelgen en hij zakt erin weg tot de Dag der Opstanding (Muslim).
- Gematigd tempo, tussen haast en traagheid: ﴿En wees gematigd in je gang﴾ (Luqmān 31:19).
- Geen nabootsing van de gang van het andere geslacht: de Profeet ﷺ vervloekte mannen die vrouwen nabootsen en vrouwen die mannen nabootsen (al-Bukhārī, Ibn ʿAbbās).
- Salām verspreiden onder elke moslim: Jullie gaan het Paradijs niet binnen totdat jullie geloven, en jullie geloven niet totdat jullie elkaar liefhebben … verspreid de salām onder elkaar (Muslim).
- De blik neerslaan (an-Nūr 24:30–31).
- Anderen niet schaden: De moslim is degene voor wiens tong en hand de moslims veilig zijn (al-Bukhārī en Muslim).
- Schadelijke dingen van de weg halen: een man haalde een tak van de weg zodat hij de moslims niet zou hinderen, en kwam daardoor in het Paradijs (Muslim).
- Niet op één sandaal lopen: draag ze allebei of doe ze allebei uit (al-Bukhārī en Muslim).
Soms blootsvoets lopen is soenna (p. 31). Een metgezel bezocht Faḍāla ibn ʿUbayd in Egypte, de emir van het land, en zag hem met verward haar en blootsvoets. Faḍāla legde uit dat de Profeet ﷺ hun veel luxe verbood en hun beval soms blootsvoets te lopen (Aḥmad en Abū Dāwūd, overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Burayda; het boek noemt de keten ṣaḥīḥ).
Adab voor vrouwen (p. 32). De islamitische ḥijāb (al-Aḥzāb 33:59). Aan de kant van de weg lopen om gedrang met mannen te vermijden: de Profeet ﷺ zei tegen de vrouwen: Blijf achter; het is niet aan jullie om het midden van de weg te nemen; houd je aan de randen van de weg (Abū Dāwūd, Abū Usayd al-Anṣārī; ḥasan volgens al-Albānī). Een vrouw die zich parfumeert en langs mensen loopt zodat zij haar geur ruiken, wordt in de hadith een zānia genoemd (Aḥmad en an-Nasāʾī; ḥasan volgens al-Albānī).
Kernpunten
- Rustig, nederig en in gematigd tempo lopen, zonder pronken.
- Mannen en vrouwen bootsen elkaars gang niet na.
- Salām verspreiden, de blik neerslaan, niemand hinderen en schade van de weg halen.
- Niet op één sandaal lopen; soms blootsvoets lopen is soenna.
- Vrouwen dragen de ḥijāb, lopen aan de kant van de weg en gaan niet geparfumeerd naar buiten.
Bron: التربية الإسلامية (٣) الآداب الشرعية, les 8, vanaf p. 30.
Begrippen
- هونا hawnan · nederig, rustig
- de gang van de dienaren van de Erbarmer (al-Furqān 25:63) (les 8, p. 30)
- يتبختر yatabakhtar · pronkend lopen
- lopen met hoogmoed en zelfingenomenheid (les 8, p. 30)
- الاحتفاء al-iḥtifāʾ · blootsvoets lopen
- soms zonder schoeisel lopen, wat soenna is (les 8, p. 31)
- الإرفاه al-irfāh · overdreven luxe
- wat de Profeet ﷺ verbood volgens de overlevering van Faḍāla (les 8, p. 31)