Het feestgebed: tijd, vorm en Sunna's#
Tijd. Het feestgebed valt op dezelfde tijd als ḍuḥā: van een lanslengte zon tot het zenit. Daarvóór is het een verboden tijd. Het aḍḥā-gebed vroeg bidden en het fiṭr-gebed later is Sunna. Bij het aḍḥā moeten de mensen offeren, en bij het fiṭr hebben ze tijd om de zakāt al-fiṭr te geven.
Vorm. Twee rakʿa's, en daarna de preek. De Profeet ﷺ bad twee rakʿa's, zonder iets ervoor of erna (Ibn ʿAbbās, al-Bukhārī en Muslim). De Profeet ﷺ, Abū Bakr en ʿUmar baden de feesten vóór de preek (Ibn ʿUmar, al-Bukhārī en Muslim).
Takbīrs. In de eerste rakʿa zegt men na de openingstakbīr en de openingssmeekbede zes takbīrs, vóór de taʿawwudh. In de tweede vijf, behalve de takbīr van het opstaan. De takbīr op fiṭr is zeven in de eerste en vijf in de laatste, en de recitatie na beide (ʿAbdallāh ibn ʿAmr, Abū Dāwūd, ḥasan volgens al-Albānī). Bij elke takbīr de handen heffen is aanbevolen.
Recitatie. Men reciteert al-Aʿlā en al-Ghāshiya. Het boek schrijft dit toe aan Samura, bij Muslim. Ook Qāf en al-Qamar komen voor (Muslim). Hardop reciteren is volgens consensus Sunna.
Een waarschuwing van het boek. Het boek waarschuwt voor wat volgens het boek verboden is op feestdagen: kleding laten slepen, de baard scheren, muziek, naar het verbodene kijken, opsmuk van vrouwen en mengen met mannen.
Sunna's van de feesten.
- Een oneven aantal dadels eten vóór het fiṭr-gebed (Anas, al-Bukhārī).
- Te voet gaan: het is Sunna te voet naar het feest te gaan (ʿAlī, at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemt).
- Hardop takbīr zeggen van thuis tot de gebedsplaats; vrouwen zeggen het zacht.
- Langs een andere weg terugkeren (Jābir, al-Bukhārī).
Ter kennisname (p. 66).
- Elkaar feliciteren met "taqabbala llāhu minnā wa-minkum" is goed. Metgezellen zeiden het tegen elkaar (Muḥammad ibn Ziyād over Abū Umāma; Aḥmad noemt de keten goed).
- Gezamenlijk in koor takbīr zeggen is volgens het boek een vernieuwing; ieder zegt het voor zichzelf.
- Hoort men pas na het zenit dat het feest is, dan bidt men het de volgende dag (Abū ʿUmayr ibn Anas, "de vijf behalve at-Tirmidhī", ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Er is geen adhān en geen iqāma (Jābir, Muslim).
- Wie het feestgebed mist, haalt het volgens het boek niet in; dat is het standpunt van het boek.
- Vergeet de imam de extra takbīrs tot hij reciteert, dan vervallen ze. Een laatkomer zegt alleen de openingstakbīr en sluit aan.
- Valt het feest op een vrijdag, dan is de jumuʿa niet verplicht voor wie het feestgebed bad, maar wel aanbevolen: wie wil, voor hem volstaat het voor de jumuʿa, en wij houden de jumuʿa (Abū Hurayra, Abū Dāwūd, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
Kernpunten
- Het feestgebed valt in de tijd van ḍuḥā; aḍḥā vroeg, fiṭr later.
- Twee rakʿa's vóór de preek, met zes en vijf extra takbīrs.
- Sunna's: dadels vóór het fiṭr-gebed, te voet gaan, hardop takbīr, een andere weg terug.
- Er is geen adhān en geen iqāma; wie het feestgebed bad, hoeft volgens het boek de jumuʿa op dezelfde dag niet te bidden.
Bron: الفقه (٢), les 17, vanaf p. 64.
Begrippen
- التكبيرات الزوائد at-takbīrāt az-zawāʾid · extra takbīrs
- zes in de eerste en vijf in de tweede rakʿa van het feestgebed (les 17, p. 65)
- مخالفة الطريق mukhālafat aṭ-ṭarīq · een andere weg nemen
- langs een andere weg terugkeren van het feestgebed (les 17, p. 65)
- التكبير الجماعي at-takbīr al-jamāʿī · takbīr in koor
- volgens het boek een vernieuwing (les 17, p. 66)
- المعايدة al-muʿāyada · feestgroet
- elkaar feliciteren met "taqabbala llāhu minnā wa-minkum" (les 17, p. 66)