Hoeveel zakāt over vee?#
Kamelen.
- 5–24: één schaap per vijf kamelen;
- 25–35: een bint makhāḍ, of anders een mannelijke ibn labūn;
- 36–45: een bint labūn;
- 46–60: een ḥiqqa;
- 61–75: een jadhaʿa;
- 76–90: twee bint labūn;
- 91–120: twee ḥiqqa.
Boven 120 geeft men per veertig een bint labūn en per vijftig een ḥiqqa.
Schapen en geiten.
- 40–120: één schaap;
- 121–200: twee;
- 201 tot 399: drie;
- daarna één per honderd: vier bij 400, enzovoort.
Dit staat in de brief over de zakāt die Anas overleverde (al-Bukhārī).
Runderen. Per dertig runderen een tabīʿ, per veertig een musinna, en daarboven zo verder (Muʿādh, Abū Dāwūd en at-Tirmidhī, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
Leeftijden (ter kennisname, p. 103).
- Jadhaʿ van schapen: zes maanden.
- Thanī van geiten: één jaar, in het tweede.
- Bint makhāḍ: een kameel van één jaar, in het tweede.
- Ibn labūn: twee jaar, in het derde.
- Ḥiqqa: drie jaar, in het vierde.
- Jadhaʿa van kamelen: vier jaar, in het vijfde.
- Tabīʿ: rund van één jaar; het volgt zijn moeder nog.
- Musinna: rund van twee jaar; het heeft tanden.
Regels.
- Over andere dieren, zoals paarden, ezels, vogels en konijnen, is geen zakāt, hoeveel ook, behalve als handelswaar.
- De inzamelaar komt naar het vee toe; de eigenaar hoeft het niet te brengen. Geen halen en geen wegdrijven; hun liefdadigheid wordt alleen bij hun huizen genomen (Abū Dāwūd, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Volgens de oefenvragen van het boek komt de zakāt uit het midden van de kudde, niet uit het beste of het slechtste.
Kernpunten
- Bij kamelen stijgt de zakāt van schapen naar steeds oudere kamelen.
- Schapen en geiten: één bij 40, twee bij 121, drie bij 201, daarna één per honderd.
- Runderen: een tabīʿ per dertig en een musinna per veertig.
- Over paarden, ezels en ander vee is geen zakāt, behalve als handelswaar.
Bron: الفقه (٢), les 32, vanaf p. 102.
Begrippen
- بنت مخاض bint makhāḍ · kameel van één jaar
- vrouwelijke kameel die een jaar oud is en in haar tweede jaar (les 32, p. 103)
- بنت لبون bint labūn · kameel van twee jaar
- vrouwelijke kameel die twee jaar oud is en in haar derde jaar (les 32, p. 103)
- الحقة al-ḥiqqa · kameel van drie jaar
- vrouwelijke kameel die drie jaar oud is en in haar vierde jaar (les 32, p. 103)
- الجذعة al-jadhaʿa · kameel van vier jaar
- vrouwelijke kameel die vier jaar oud is en in haar vijfde jaar (les 32, p. 103)
- التبيع at-tabīʿ · rund van één jaar
- jong rund dat zijn moeder nog volgt (les 32, p. 103)
- المسنة al-musinna · rund van twee jaar
- rund dat twee jaar oud is en tanden heeft (les 32, p. 103)