Islamitische jurisprudentie (2)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 6 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Voorwaarden van de zakāt

Mijnbouw en schatten. Maʿādin zijn delfstoffen die van nature in de aarde zitten en waarde hebben, zoals goud, zilver en koper. Rikāz is een schat die uit de jāhiliyya begraven ligt. Bewijs: al-Baqara 2:267 en over een schat: een vijfde (al-Bukhārī en Muslim).

Vier voorwaarden voor wie zakāt betaalt.

  1. Islam. Van een ongelovige wordt het niet aanvaard (at-Tawba 9:54), dus heeft het geen zin het hem op te leggen.
  2. Vrijheid. Een slaaf bezit niets; wat hij heeft, is van zijn meester.
  3. Volledig en vast bezit van het minimum (niṣāb). Het bezit moet volledig van hem zijn en niemand anders mag er recht op hebben. Allah schrijft het bezit aan de eigenaars toe (at-Tawba 9:103). Volgens het boek zijn de geleerden het erover eens dat vast bezit een voorwaarde is.
  4. Het verstrijken van een maanjaar (ḥawl): geen zakāt over bezit tot er een jaar over is verstreken (Ibn Mājah, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).

Ter kennisname (p. 86–88).

Vier dingen hoeven geen vol jaar te wachten:

  • de opbrengst van akkers en bomen (al-Anʿām 6:141, "op de dag van de oogst");
  • mijnbouw en schatten, direct bij het vinden;
  • winst uit handel, die het jaar van het kapitaal volgt;
  • jongen van grazend vee, die het jaar van de moederdieren volgen. Volgens het boek namen de inzamelaars van de Profeet ﷺ wat ze vonden en vroegen ze niet wat in de loop van het jaar geboren was.

De wijsheid van de zakāt volgens het boek:

  • het bezit zuiveren en laten groeien;
  • de gever zuiveren van gierigheid en zonden;
  • leren geven;
  • de armen helpen;
  • onderlinge zorg;
  • dank voor het bezit.

Regels (ter kennisname).

  • Wie schulden heeft en zakāt-plichtig bezit, betaalt volgens het boek over wat hij heeft; de schuld telt niet mee.
  • Wie spaart voor een huis, de ḥajj of een huwelijk, betaalt zakāt als het jaar om is.
  • Zakt het bezit onder het minimum vóór het jaar om is, dan is er geen zakāt. Komt het er later weer boven, dan begint een nieuw jaar.
  • Over diamant, parels, robijnen, koraal en dergelijke is geen zakāt, hoe waardevol ook, tenzij ze voor de handel zijn.

Zakāt over vorderingen. Staat de schuldenaar zijn schuld toe en kan hij betalen, dan betaalt de schuldeiser er elk jaar zakāt over, ook al heeft hij het geld nog niet terug. Hij mag dat uitstellen tot hij het ontvangt en dan alle jaren betalen. Is de schuldenaar arm, traag of ontkent hij, dan is er geen zakāt. Krijgt de schuldeiser het toch terug, dan is het voorzichtiger om over één jaar te betalen.

Kernpunten

  • Er zijn vier voorwaarden: islam, vrijheid, volledig en vast bezit van het minimum, en een vol maanjaar.
  • Gewassen, mijnbouw, schatten, handelswinst en jongen van vee hoeven geen eigen jaar te wachten.
  • Volgens het boek verhindert een schuld de zakāt niet; spaargeld is ook zakāt-plichtig.
  • Over een vordering op iemand die kan betalen, wordt elk jaar zakāt betaald; over een vordering op iemand die niet kan of wil betalen niet.

Bron: الفقه (٢), les 25, vanaf p. 85.

Begrippen

المعادن al-maʿādin · delfstoffen
waardevolle stoffen die van nature in de aarde zitten (les 25, p. 85)
الركاز ar-rikāz · schat
begraven schat uit de jāhiliyya; een vijfde gaat af (les 25, p. 85)
النصاب an-niṣāb · minimum
de hoeveelheid bezit vanaf waar zakāt verplicht is (les 25, p. 85)
الحول al-ḥawl · jaar
een vol maanjaar van twaalf maanden waarin het bezit boven het minimum blijft (les 25, p. 85)
نتاج السائمة nitāj as-sāʾima · jongen van grazend vee
volgen het jaar van de moederdieren (les 25, p. 86)