Wie krijgt zakāt?#
Allah noemt acht groepen: ﴿De liefdadigheden zijn alleen voor de armen, de behoeftigen, wie ze innen, wier harten gewonnen worden, voor het vrijkopen van slaven, voor schuldenaren, op de weg van Allah en voor de reiziger: een verplichting van Allah﴾ (at-Tawba 9:60).
- De armen (fuqarāʾ): wie niet heeft wat hij en zijn gezin nodig hebben aan eten, drinken, kleding en woning, of minder dan de helft. Hij krijgt genoeg voor een heel jaar.
- De behoeftigen (masākīn): wie de helft of meer heeft, maar niet alles. Bijvoorbeeld iemand met honderd die tweehonderd nodig heeft. Hij krijgt genoeg voor een jaar.
- Wie de zakāt innen: wie de imam stuurt om ze in te zamelen. Hij krijgt loon voor zijn werk, ook als hij rijk is.
- Wier harten gewonnen worden: ongelovigen die zo tot de islam worden gebracht, mensen wier familie daardoor geïnteresseerd raakt, mensen van wie men hulp verwacht of schade wil afweren, of zwakke moslims die zo worden versterkt.
- Vrijkopen: een moslimslaaf of -slavin vrijkopen, en ook een gevangen moslim vrijkopen.
- Schuldenaren: wie schulden heeft zonder zonde, of na berouw over die zonde. Dat kan voor zichzelf zijn, of om twee partijen te verzoenen. Wie schulden maakte om te verzoenen, krijgt ook als hij rijk is.
- Op de weg van Allah: strijders, arm of rijk. Volgens het boek horen ook studenten en predikers erbij, omdat jihād met het zwaard is en met de pen en het verspreiden van kennis. Op p. 107 beperkt het boek deze groep tot de jihād; zie de opmerking bij les 34.
- De reiziger: wie op reis zonder geld komt te zitten en niemand vindt die hem leent. Hij krijgt genoeg om thuis te komen, ook als hij thuis rijk is.
Alle acht groepen? Volgens de juiste mening hoeft men niet aan alle acht te geven; één groep is genoeg. ﴿Als jullie liefdadigheden openlijk geven, is dat goed; maar als jullie ze verbergen en aan de armen geven, is dat beter voor jullie﴾ (al-Baqara 2:271). De Profeet ﷺ zei: genomen van hun rijken en teruggegeven aan hun armen (al-Bukhārī en Muslim).
Naar een ander land. Zakāt naar een ander land sturen mag als daar behoefte aan is. Bijvoorbeeld als men daar armer is, of als de gever er arme familie heeft; dan is het liefdadigheid en familieband tegelijk.
Kernpunten
- Alleen acht groepen mogen zakāt krijgen, genoemd in at-Tawba 9:60.
- Armen en behoeftigen krijgen genoeg voor een jaar.
- Inzamelaars, verzoeners met schulden en gestrande reizigers krijgen ook als ze rijk zijn.
- Men hoeft niet aan alle acht groepen te geven; naar een ander land sturen mag bij behoefte.
Bron: الفقه (٢), les 33, vanaf p. 105.
Begrippen
- الفقير al-faqīr · arme
- wie minder dan de helft heeft van wat hij nodig heeft (les 33, p. 105)
- المسكين al-miskīn · behoeftige
- wie de helft of meer heeft, maar niet alles (les 33, p. 105)
- المؤلفة قلوبهم al-muʾallafa qulūbuhum · wier harten gewonnen worden
- wie zakāt krijgt om tot de islam te komen of erin te blijven (les 33, p. 105)
- الغارم al-ghārim · schuldenaar
- wie schulden heeft zonder zonde, of om te verzoenen (les 33, p. 105)
- ابن السبيل ibn as-sabīl · reiziger
- wie op reis zonder geld zit en niets kan lenen (les 33, p. 106)