Eenheid 8: Wie zakaat ontvangt, en zakāt al-fiṭr#
Overzicht
Eenheid 8 · 4 lessen
Wie zakaat ontvangt, en zakāt al-fiṭr
Vier lessen samen op één pagina
De acht groepen die recht hebben op zakaat, dat niet elke groep iets hoeft te krijgen, zakaat naar een ander land sturen en vragen over het geven; en daarna zakāt al-fiṭr: het oordeel, voor wie, de wijsheid, hoeveel, geld in plaats van voedsel, wanneer en aan wie.
Bron: Kitāb al-Fiqh (2), Zad-reeks · p. 105–112
Eenheid 8 in één kaart
Aan wie zakaat gaat, daarna zakāt al-fiṭr.
- de acht groepen
- niet allen nodig
- naar een ander land
- vervroegen en uitstellen
- man en vrouw
- waaraan niet
- verplicht
- een ṣāʿ basisvoedsel
- geld in plaats van voedsel
- verschuldigd
- beste en toegestane tijd
- na het gebed
Het hoofdstuk in één oogopslag
Lessen in dit hoofdstuk
Oefeningen van het boek op p. 108 en 112. Delen die het boek alleen ter kennisname geeft: vragen over het geven (p. 107), vragen over zakāt al-fiṭr (p. 112). De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.
Schema’s
De acht groepen
Zoals in at-Tawba 9:60 en les 33.
| Vergelijking | Wie |
|---|---|
| De armen | niets, of minder dan de helft van wat nodig is |
| De behoeftigen | de helft of meer, maar niet genoeg |
| De inners | wie de zakaat inzamelt, ook als hij rijk is |
| Wier harten gewonnen worden | om voor de islam te winnen of het geloof te versterken |
| Vrijkopen | slaven en gevangenen |
| Schuldenaars | schulden die niet voor een zonde zijn |
| Op de weg van Allah | strijders |
| De reiziger | gestrand en zonder middelen |
De tijden van zakāt al-fiṭr
Zoals in les 36.
- Mag aleen of twee dagen vóór de ʿīd
- Verschuldigdzonsondergang op de avond vóór de ʿīd
- Beste tijdvan fajr op de ʿīd tot vlak vóór het gebed
- Na het gebedeen gewone gift, en zonde tenzij er een reden is
Uitleg
Op de weg van Allah
Strijders krijgen ervan, rijk of arm. In les 33 zegt het boek dat ook studenten van kennis en predikers eronder vallen; in les 34 zegt het dat deze groep volgens de meeste uitleggers en fiqh-geleerden alleen de strijd betreft en wat daarbij helpt, zodat zakaat niet gaat naar het bouwen van moskeeën, scholen, ziekenhuizen of wegen.
Zakaat naar een ander land
Mag als er behoefte is, bijvoorbeeld als het andere land armer is, of als de gever daar arme familie heeft, zodat gift en familieband samengaan.
Vragen over het geven (alleen ter kennisname)
Uitstellen mag alleen als er een reden is; vervroegen mag; zakaat van een overledene gaat vóór de verdeling van de erfenis; heffingen en belastingen tellen niet als zakaat; over het bezit van een kind of iemand zonder verstand is volgens de juiste mening zakaat; over geld in hulpfondsen en van liefdadigheidsinstellingen niet.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
Voor wie zakāt al-fiṭr gegeven wordt
De moslim geeft haar voor zichzelf en voor wie hij onderhoudt: zijn vrouw, kinderen en verwanten; voor de ongeboren vrucht na de inblazing van de ziel is het aanbevolen.
Geld in plaats van voedsel
Volstaat volgens de meeste geleerden niet: aanbidding volgt wat is overgeleverd, de metgezellen gaven voedsel terwijl er geld was, en voedsel past bij het vasten.
Wat je geeft
Van het basisvoedsel van het land, zoals tarwe of rijst; Ibn ʿUthaymīn zei: al wat basisvoedsel is, van graan, vruchten, vlees en dergelijke, volstaat; het doel is de nood van de armen op de ʿīd-dag te lenigen.
Vragen over zakāt al-fiṭr (alleen ter kennisname)
Je mag iemand machtigen om voor jou voedsel te kopen en te geven; volgens de juiste mening gaat zij alleen naar de armen en behoeftigen; een arme die meer heeft dan nodig voor de ʿīd-dag en -nacht, geeft haar ook; aan een ongelovige wordt zij volgens consensus niet gegeven.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
Kernpunten
Wie zakaat ontvangt
- de armen
- de behoeftigen
- de inners
- wier harten gewonnen worden
- vrijkopen
- schuldenaars
- op de weg van Allah
- de reiziger
Voorwaarden van zakāt al-fiṭr
- islam
- meer hebben dan voedsel en eerste levensbehoeften voor jezelf en je gezin op de ʿīd-dag en -nacht
De wijsheid van zakāt al-fiṭr
- reiniging van de vastende van ijdel en onbetamelijk gepraat
- voedsel voor de armen
Begrippen
الفقير
al-faqīr
De arme: wie niets heeft of minder dan de helft van wat hij nodig heeft.
المسكين
al-miskīn
De behoeftige: wie de helft of meer heeft van wat hij nodig heeft, maar niet alles.
العاملون عليها
al-ʿāmilūn ʿalayhā
Wie de leider stuurt om de zakaat te innen.
المؤلفة قلوبهم
al-muʾallafa qulūbuhum
Wie iets krijgt om hem voor de islam te winnen, zijn geloof te versterken of schade af te wenden.
في الرقاب
fī ar-riqāb
Het vrijkopen van een moslimslaaf of -slavin, en ook het vrijkopen van een moslimgevangene.
الغارمون
al-ghārimūn
Wie schulden heeft, niet voor een zonde, voor zichzelf of om mensen te verzoenen.
ابن السبيل
ibn as-sabīl
De gestrande reiziger die geld nodig heeft om thuis te komen, ook als hij thuis rijk is.
زكاة الفطر
zakāt al-fiṭr
Zo genoemd omdat zij verschuldigd wordt bij het einde van het vasten van Ramaḍān.
الأقط
al-aqiṭ
Gedroogde, harde melk.
Hadith
De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.
-
«تؤخذ من أغنيائهم وترد على فقرائهم»
Zij wordt van hun rijken genomen en aan hun armen teruggegeven
Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)
Bewijs dat niet alle acht groepen iets hoeven te krijgen.
-
«تعجل من عمه العباس صدقة سنتين»
Hij nam van zijn oom al-ʿAbbās de zakaat van twee jaar vooruit
Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ḥasan
Zakaat mag vóór het eind van het jaar gegeven worden. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.
-
«زوجك وولدك أحق من تصدقت عليهم»
Je man en je kind hebben het meeste recht op wat je geeft
Bron: al-Bukhārī
Gezegd tegen de vrouw van Ibn Masʿūd; een rijke vrouw mag zakaat aan haar man geven. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿUmar
«فرض رسول الله ﷺ صدقة الفطر من رمضان صاعا من تمر أو صاعا من شعير، على العبد والحر، والذكر والأنثى، والصغير والكبير من المسلمين»
De Boodschapper van Allah ﷺ legde de gave bij het einde van Ramaḍān op: een ṣāʿ dadels of een ṣāʿ gerst, voor slaaf en vrije, man en vrouw, jong en oud onder de moslims
Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
«فرض رسول الله ﷺ زكاة الفطر طهرة للصائم من اللغو والرفث، وطعمة للمساكين، من أداها قبل الصلاة فهي زكاة مقبولة، ومن أداها بعد الصلاة فهي صدقة من الصدقات»
De Boodschapper van Allah ﷺ legde zakāt al-fiṭr op als reiniging voor de vastende van ijdel en onbetamelijk gepraat, en als voedsel voor de armen. Wie haar vóór het gebed geeft, voor hem is het een aanvaarde zakaat; wie haar na het gebed geeft, voor hem is het een gewone gift
Bron: Abū Dāwūd en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ḥasan
De wijsheid van zakāt al-fiṭr, en wanneer je haar geeft.
-
Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī
«كنا نخرج يوم الفطر في عهد رسول الله ﷺ صاعا من طعام، وكان طعامنا الشعير والزبيب والأقط والتمر»
In de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ gaven wij op de dag van het Suikerfeest een ṣāʿ voedsel, en ons voedsel was gerst, rozijnen, gedroogde melk en dadels
Bron: al-Bukhārī
Aqiṭ: gedroogde, harde melk.
-
«من أحدث في أمرنا هذا ما ليس منه فهو رد»
Wie in deze zaak van ons iets nieuws invoert wat er niet bij hoort, het wordt afgewezen
Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)
Een van de bewijzen dat geld in plaats van voedsel niet volstaat.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿUmar
«أن النبي ﷺ أمر بزكاة الفطر قبل خروج الناس إلى الصلاة»
De Profeet ﷺ droeg op zakāt al-fiṭr te geven voordat de mensen naar het gebed gingen
Bron: al-Bukhārī en Muslim
De beste tijd.
-
Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿUmar
«…وكانوا يعطون قبل الفطر بيوم أو يومين»
…en zij gaven haar een of twee dagen vóór het Suikerfeest
Bron: al-Bukhārī
De tijd waarin het mag.
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muṭṭalib
العباس بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 32 AH
Oom van de Profeet ﷺ; hij nam van hem de zakaat van twee jaar vooruit.
-
Zaynab, de vrouw van Ibn Masʿūd
زينب امرأة عبد الله بن مسعود
Metgezel
De Profeet ﷺ zei tegen haar: "Je man en je kind hebben het meeste recht op wat je geeft."
-
ʿAbd Allāh ibn Masʿūd
عبد الله بن مسعود
Metgezel · gest. 32 AH
Zijn vrouw gaf aan hem en zijn kind.
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
عبد الله بن عباس
Metgezel · gest. 68 AH
Overleverde dat zakāt al-fiṭr een reiniging voor de vastende en voedsel voor de armen is.
-
Abū Saʿīd al-Khudrī
أبو سعيد الخدري
Metgezel · gest. 74 AH
Overleverde dat zij een ṣāʿ voedsel gaven.
-
Muḥammad ibn Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn
محمد بن صالح العثيمين
Geleerde · gest. 1421 AH
Zei: al wat basisvoedsel is volstaat, en volgens de juiste mening gaat zij alleen naar de armen.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- Er zijn acht groepen ontvangers; niet alle groepen hoeven iets te krijgen.
- De arme en de behoeftige krijgen genoeg voor een jaar; de inner en de schuldenaar voor verzoening ook als zij rijk zijn.
- Zakāt al-fiṭr is een ṣāʿ basisvoedsel voor elke moslim.
- Volgens de meeste geleerden volstaat geld niet.
- Je geeft haar vóór het ʿīd-gebed; een of twee dagen eerder mag.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Test jezelf
Hoeveel groepen hebben recht op zakaat?
Bij het geven van zakaat moeten alle acht groepen iets krijgen.
Wie krijgt van de zakaat, ook als hij rijk is?
Een rijke vrouw mag haar zakaat aan haar arme man geven.
Hoeveel is zakāt al-fiṭr per persoon?
Wanneer wordt zakāt al-fiṭr verschuldigd?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:
- Les 33 Wie krijgt zakāt?
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 105–106
- Les 34 Regels bij het geven van zakāt
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 107–108
- Les 35 De zakāt al-fiṭr
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 109–110
- Les 36 Wanneer de zakāt al-fiṭr geven?
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 111
Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb al-Fiqh (2), Zad-reeks · p. 105–112 p. 105
Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.