Condoleren, rouwen en graven bezoeken#
Condoleren. Condoleren (taʿziya) is Sunna, net als aansporen tot geduld. Men zegt tegen de getroffenen: aan Allah behoort wat Hij nam en wat Hij gaf, alles heeft bij Hem een vastgestelde termijn; wees dus geduldig en reken op beloning (al-Bukhārī en Muslim).
Rouwen (iḥdād). Wie getroffen is, mag enkele genoegens nalaten uit verdriet, hoogstens drie dagen. Dat geldt ook voor vrouwen. Een weduwe rouwt verplicht vier maanden en tien dagen; dat is de ʿidda van de weduwe. Een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om haar man: vier maanden en tien dagen (al-Bukhārī en Muslim). Voor een zwangere weduwe eindigen ʿidda en rouw met de bevalling.
Huilen. Huilen en verdriet zonder overdrijving zijn toegestaan. De Profeet ﷺ huilde bij de dood van zijn zoon Ibrāhīm: het oog traant en het hart is bedroefd, en we zeggen alleen wat onze Heer behaagt (al-Bukhārī en Muslim). Het mag niet uit ontevredenheid met het lot zijn.
Verboden: weeklagen.
- Nadb is het opsommen van de deugden van de dode ("o mijn voeder, o mijn kleder").
- Niyāḥa is huilen en weeklagen met luide stem.
- Kleren scheuren, op de wangen slaan en haar uittrekken horen erbij.
Niet van ons is wie op de wangen slaat, de kleren scheurt en roept met de roep van de jāhiliyya (al-Bukhārī en Muslim). Volgens het boek toont het verzet tegen het lot. De weeklaagster die niet vóór haar dood berouw toont, staat op de Opstanding met een kleed van pek en een hemd van schurft (Muslim).
Ter kennisname (p. 77–78).
- Het boek noemt het een vernieuwing om een plaats in te richten, eten te maken en reciteerders in te huren. Jarīr ibn ʿAbdallāh zei: wij rekenden het samenkomen bij de familie van de dode en het maken van eten na de begrafenis tot het weeklagen (Aḥmad en Ibn Mājah, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Graven bezoeken is aanbevolen voor mannen, om lering te trekken en voor de doden te bidden: ik verbood jullie graven te bezoeken, bezoek ze nu (Muslim), en volgens at-Tirmidhī want het herinnert aan het Hiernamaals.
- Ibn Taymiyya onderscheidt twee soorten bezoek. Het voorgeschreven bezoek is groeten en bidden voor de dode. Een bezoek om de dode om hulp te vragen is grote shirk. Een bezoek om bij het graf of via de dode te bidden is een vernieuwing en een middel tot shirk.
- Aṭ-Ṭarṭūshī: rouwbijeenkomsten op de tweede, derde, zevende dag of na een maand of jaar zijn volgens consensus verboden. Komen ze uit de nalatenschap terwijl er minderjarige of niet-instemmende erfgenamen zijn, dan zijn ze en het eten ervan verboden.
Kernpunten
- Condoleren is Sunna; men spoort aan tot geduld.
- Rouwen is hoogstens drie dagen, behalve voor een weduwe: vier maanden en tien dagen, of tot de bevalling.
- Huilen mag; weeklagen, kleren scheuren en op de wangen slaan zijn verboden.
- Graven bezoeken is voor mannen aanbevolen, om te groeten en voor de doden te bidden; de doden om hulp vragen is shirk.
Bron: الفقه (٢), les 22, vanaf p. 77.
Begrippen
- التعزية at-taʿziya · condoleren
- troosten en aansporen tot geduld bij een sterfgeval (les 22, p. 77)
- الإحداد al-iḥdād · rouwen
- genoegens en opsmuk nalaten na een sterfgeval (les 22, p. 77)
- عدة المتوفى عنها ʿiddat al-mutawaffā ʿanhā · wachttijd van de weduwe
- vier maanden en tien dagen (les 22, p. 77)
- الندب an-nadb · opsommen van deugden
- jammerend de deugden van de dode opnoemen; verboden (les 22, p. 77)
- النياحة an-niyāḥa · weeklagen
- huilen en jammeren met luide stem; verboden (les 22, p. 77)