PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 5: De begrafenis

Overzicht

Eenheid 5 · 5 lessen

De begrafenis

Vijf lessen samen op één pagina

Aan de dood denken en je erop voorbereiden; wat je doet bij een overlijden; de wassing en het lijkkleed; het gebed over de dode en hoe het gaat; de baar dragen, begraven en wat bij graven sunna en verboden is; en troosten, rouwen, grafbezoek en huilen.

Bron: Kitāb al-Fiqh (2), Zad-reeks · p. 68–79

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 5 in één kaart

Van het overlijden tot de begrafenis, en daarna het troosten.

De begrafenisEenheid 5
  • Bij het overlijdenles 18
    • aan de dood denken
    • het bekendmaken
    • ogen sluiten en bedekken
  • Wassen en lijkkleedles 19
    • haast en schulden
    • de wassing
    • het lijkkleed
  • Het gebed over de dodeles 20
    • vier takbīrs
    • de afwezige
    • de miskraam
  • Dragen en begravenles 21
    • de baar volgen
    • het graf
    • eerbied voor graven
  • Troosten en grafbezoekles 22
    • rouwen
    • graven bezoeken
    • huilen en weeklagen

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Het is sunna veel aan de dood te denken en je erop voor te bereiden met berouw en het teruggeven van onrecht.
  2. Een overlijden bekendmaken voor de begrafenis, het gebed en de smeekbede mag; het bekendmaken met jammeren en het opsommen van roem is een gebruik van vóór de islam.
  3. De schulden van de dode moeten snel worden betaald en zijn testament snel uitgevoerd.
  4. De dode wassen, in doeken wikkelen, over hem bidden en hem begraven zijn gemeenschapsplichten.
  5. De martelaar op het slagveld wordt niet gewassen en er wordt niet over hem gebeden; hij wordt in zijn kleren begraven.
  6. Het gebed over de dode heeft vier takbīrs en één groet naar rechts.
  7. De dode wordt in het graf verplicht op zijn rechterzij naar de qibla gelegd.
  8. Op graven zitten, erop bouwen en ze pleisteren is verboden.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 18 · p. 68 De begrafenis: aan het sterfbed
  2. Les 19 · p. 69 Haast, de wassing en de lijkwade
  3. Les 20 · p. 72 Het dodengebed
  4. Les 21 · p. 74 Begeleiden en begraven
  5. Les 22 · p. 77 Condoleren, rouwen en graven bezoeken

Oefening van het boek op p. 79. Delen die het boek alleen ter kennisname geeft: wassing door de echtgenoot, de vorm van de wassing en het lijkkleed (p. 70–71), vernieuwingen bij begrafenissen (p. 76), troosten en grafbezoek (p. 77–78). De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Hoe het gebed over de dode gaat

Zoals in les 20.

  1. Eerste takbīropeningsgebed en al-Fātiḥa
  2. Tweede takbīrzegenbede over de Profeet (aṣ-ṣalāt al-ibrāhīmiyya)
  3. Derde takbīrsmeekbede voor de dode
  4. Vierde takbīreven blijven staan, en een smeekbede als je wilt
  5. De groetéén groet naar rechts

Les 20p. 72

Man en vrouw bij de begrafenis

Zoals in het boek.

VergelijkingManVrouw
Wie wastmannen; zijn vrouw mag hem wassenvrouwen; haar man mag haar wassen
Lijkkleeddrie witte doekenvijf stukken: lendendoek, hoofddoek, hemd en twee doeken
Plaats van de imambij zijn hoofdbij haar midden

Les 20p. 73

Uitleg

  1. Wat je doet bij een overlijden

    Het is aanbevolen de ogen te sluiten en de dode te bedekken; je haast je met de voorbereiding en de begrafenis, met het betalen van zijn schulden aan Allah of aan mensen, of hij het nu vroeg of niet, en met het uitvoeren van zijn testament.

  2. Wie de dode wast

    Iemand die betrouwbaar is en de regels van de wassing kent; eerst wie in het testament genoemd is, dan de naaste verwanten als zij het weten. Volgens de sterkste mening wast een moslim geen ongelovige en bidt hij niet over hem, ook niet over een verwant.

  3. Hoe de wassing gaat (alleen ter kennisname)

    De schaamstreek bedekken, zacht op de buik drukken, met een doek reinigen, dan de kleine wassing, dan hoofd en baard met lotusblad, dan de rechterkant en daarna de linker; één reinigende wassing is verplicht en drie aanbevolen, met kamfer in de laatste; lukt wassen niet, dan tayammum.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Het lijkkleed

    Verplicht is het hele lichaam bedekken met stof die de huid niet laat zien; is het te kort, dan bedek je het hoofd en leg je idhkhir op de voeten; het hoofd van een man in iḥrām wordt niet bedekt.

  5. De smeekbede voor een kind

    Met woorden als "O Allah, maak hem een schat voor zijn ouders, een voorloper, een beloning en een voorspraak die verhoord wordt…" of wat makkelijk is; hiervoor is niets vastgesteld van de Profeet ﷺ.

  6. Wie het gebed miste, en de afwezige

    Wie het gebed miste, bidt bij het graf; over een afwezige wordt gebeden als er ter plaatse niet over hem gebeden is. Het boek noemt een tweede geval, iemand die van nut was voor de moslims, maar daarover verschillen de geleerden.

  7. De baar dragen

    Dragen en meelopen is voor mannen; rustig en zonder stemverheffing, ook niet met recitatie; het beste is vóór de baar te lopen; afgeraden is gaan zitten voordat de baar is neergezet.

  8. Begraven

    Het graf wordt diep en ruim gemaakt; de dode ligt op zijn rechterzij naar de qibla; de nis wordt met tichels gesloten; het graf wordt een span hoog; daarna is het aanbevolen te blijven staan voor een smeekbede.

  9. Vernieuwingen bij begrafenissen volgens het boek (alleen ter kennisname)

    Al-Fātiḥa reciteren voor de dode, samenkomen voor rouwbeklag, reciteerders betalen, graven verhogen en pleisteren, grafbezoek op vaste dagen, en zwart dragen.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  10. Grafbezoek en huilen (alleen ter kennisname)

    Graven bezoeken is voor mannen aanbevolen, om lering te trekken en voor de dode te bidden; de dode om je noden vragen is grote shirk. Huilen en verdriet zonder verzet tegen de beschikking is geen probleem; opsommen, weeklagen en kleding scheuren is verboden.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Gemeenschapsplichten bij een dode

  1. wassen
  2. in doeken wikkelen
  3. over hem bidden
  4. dragen en begraven
UitzonderingUit het boek

De martelaar op het slagveld

  • wordt niet gewassen
  • krijgt geen lijkkleed maar wordt in zijn kleren begraven
  • er wordt niet over hem gebeden
OpsommingUit het boek

Wat bij graven verboden is

  1. erop zitten
  2. erop lopen met schoenen
  3. erop bouwen en pleisteren
  4. erop schrijven

Begrippen

هاذم اللذات

hādhim al-ladhdhāt

De dood; hādhim is wat afsnijdt.

الجنازة

al-janāza

Met a of i, dezelfde betekenis; ook gezegd: met a de dode, met i de baar.

النعي

an-naʿy

Een overlijden bekendmaken.

الإذخر

al-idhkhir

Een welriekende plant.

القيراط

al-qīrāṭ

Een beloning zo groot als een enorme berg.

السقط

as-siqṭ

Een vrucht die vóór voldragenheid geboren wordt.

Vanaf vier maanden wordt hij gewassen, in doeken gewikkeld en wordt er over hem gebeden.

اللحد

al-laḥd

De nis in de zijwand van het graf waarin de dode wordt gelegd.

الإحداد

al-iḥdād

Uit rouw sommige wereldse genoegens laten.

Hoogstens drie dagen, behalve de weduwe: vier maanden en tien dagen.

الندب

an-nadb

De goede eigenschappen van de dode opsommen, zoals "o, mijn voeder!"

النياحة

an-niyāḥa

Huilen en opsommen met luide stem.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «أكثروا من ذكر هاذم اللذات»

    Denk veel aan wat de genoegens afsnijdt

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

    Hādhim: wat afsnijdt, de dood.

  2. «خرج النبي ﷺ يوم مات النجاشي ملك الحبشة فنعاه، وصفهم وصلى عليه»

    Op de dag dat de Negus, koning van Abessinië, stierf, ging de Profeet ﷺ naar buiten, maakte zijn dood bekend, zette de mensen in rijen en bad over hem

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Bewijs dat je een overlijden mag bekendmaken voor de begrafenis en het gebed, en voor het gebed over een afwezige.

  3. «إن الروح إذا قبض تبعه البصر، فلا تقولوا إلا خيرا، فإن الملائكة يؤمنون على ما تقولون»

    Als de ziel wordt weggenomen, volgt de blik haar. Zeg dus alleen goeds, want de engelen zeggen āmīn op wat jullie zeggen

    Bron: Muslim

    Gezegd toen hij de ogen van Abū Salama sloot.

  4. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «أن النبي ﷺ حين توفي سجي ببرد حبرة»

    Toen de Profeet ﷺ overleed, werd hij bedekt met een gestreepte Jemenitische mantel

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Burd ḥibara: een gestreepte mantel uit Jemen.

  5. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «أسرعوا بالجنازة، فإن تك صالحة فخير تقدمونها إليه، وإن يك سوى ذلك فشر تضعونه عن رقابكم»

    Haast je met de baar: is het een goed mens, dan is het goeds waar je hem naartoe brengt; is het anders, dan is het kwaad dat je van je schouders legt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  6. «نفس المؤمن معلقة بدينه حتى يقضى عنه»

    De ziel van de gelovige hangt aan zijn schuld tot die voor hem is afbetaald

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

    Zijn schulden moeten snel worden betaald.

  7. «اغسلوه بماء وسدر»

    Was hem met water en lotusblad

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over de pelgrim die door zijn kameel werd afgeworpen; daarin ook "wikkel hem in twee doeken" en "bedek zijn hoofd niet" (p. 71).

  8. «اغسلنها ثلاثا أو خمسا أو سبعا»

    Was haar drie, vijf of zeven keer

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over zijn dochter Zaynab.

  9. «ما ضرك لو مت قبلي فقمت عليك فغسلتك وكفنتك»

    Wat zou het jou schaden als je vóór mij stierf en ik voor je zorgde, je waste en in doeken wikkelde?

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ḥasan

    Gezegd tegen ʿĀʾisha. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  10. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «لو استقبلت من أمري ما استدبرت ما غسل النبي ﷺ غير نسائه»

    Als ik vooraf had geweten wat ik achteraf wist, dan hadden alleen zijn vrouwen de Profeet ﷺ gewassen

    Bron: Abū Dāwūd en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  11. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «من غسل ميتا فليغتسل»

    Wie een dode wast, laat hij zich wassen

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Als aanbeveling. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  12. «أمر بقتلى أحد أن يدفنوا بدمائهم، ولم يغسلوا، ولم يصل عليهم»

    Hij gaf opdracht de gesneuvelden van Uḥud met hun bloed te begraven; zij werden niet gewassen en er werd niet over hen gebeden

    Bron: al-Bukhārī

    De martelaar op het slagveld. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  13. Overgeleverd door Khabbāb ibn al-Aratt

    «فأمرنا النبي ﷺ أن نغطي رأسه، وأن نجعل على رجليه من الإذخر»

    De Profeet ﷺ droeg ons op zijn hoofd te bedekken en op zijn voeten wat idhkhir te leggen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Over het lijkkleed van Muṣʿab ibn ʿUmayr; idhkhir is een welriekende plant. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  14. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «من شهد الجنازة حتى يصلى عليها فله قيراط، ومن شهدها حتى تدفن فله قيراطان. قيل: وما القيراطان؟ قال: مثل الجبلين العظيمين»

    Wie bij de baar is tot erover gebeden wordt, krijgt een qīrāṭ; wie erbij is tot hij begraven is, krijgt twee. Gevraagd werd: wat zijn twee qīrāṭ? Hij zei: als twee enorme bergen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  15. «اللهم اغفر له وارحمه، وعافه واعف عنه، وأكرم نزله، ووسع مدخله، واغسله بالماء والثلج والبرد، ونقه من الخطايا كما نقيت الثوب الأبيض من الدنس، وأبدله دارا خيرا من داره، وأهلا خيرا من أهله، وزوجا خيرا من زوجه، وأدخله الجنة، وأعذه من عذاب القبر، أو من عذاب النار»

    O Allah, vergeef hem en ontferm U over hem, bescherm hem en scheld hem kwijt, maak zijn ontvangst eervol en zijn ingang ruim, was hem met water, sneeuw en hagel, reinig hem van zonden zoals U een wit kleed van vuil reinigt, geef hem een beter huis dan zijn huis, een betere familie dan zijn familie en een betere echtgenote dan zijn echtgenote, laat hem het Paradijs binnengaan en bescherm hem tegen de straf van het graf, of de straf van het Vuur

    Bron: Muslim

    Een smeekbede voor de dode na de derde takbīr; voor een vrouw in de vrouwelijke vorm.

  16. «اللهم اغفر لحينا وميتنا، وصغيرنا وكبيرنا، وذكرنا وأنثانا، وشاهدنا وغائبنا، اللهم من أحييته منا فأحيه على الإيمان، ومن توفيته منا فتوفه على الإسلام، اللهم لا تحرمنا أجره ولا تضلنا بعده»

    O Allah, vergeef onze levenden en onze doden, onze jongeren en ouderen, onze mannen en vrouwen, wie aanwezig is en wie afwezig. O Allah, wie van ons U laat leven, laat hem leven met geloof, en wie van ons U laat sterven, laat hem sterven in de islam. O Allah, onthoud ons zijn beloning niet en laat ons na hem niet dwalen

    Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  17. «حق المسلم على المسلم خمس: رد السلام، وعيادة المريض، واتباع الجنائز…»

    De moslim heeft vijf rechten op de moslim: de groet beantwoorden, de zieke bezoeken, de baar volgen…

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Zoals het boek hem verkort aanhaalt.

  18. «كان النبي ﷺ وأبو بكر وعمر يمشون أمام الجنازة»

    De Profeet ﷺ, Abū Bakr en ʿUmar liepen vóór de baar

    Bron: Abū Dāwūd en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  19. «احفروا وأوسعوا وأحسنوا»

    Graaf, maak het ruim en doe het goed

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ṣaḥīḥ noemde

    Het graf diep en ruim maken.

  20. «قبلتكم أحياء وأمواتا»

    Jullie qibla, levend en dood

    Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ḥasan

    De dode wordt in het graf naar de qibla gelegd.

  21. «استغفروا لأخيكم، واسألوا له التثبيت، فإنه الآن يسأل»

    Vraag vergeving voor jullie broeder en vraag standvastigheid voor hem, want hij wordt nu ondervraagd

    Bron: Abū Dāwūd; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  22. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «لأن يجلس أحدكم على جمرة فتحرق ثيابه فتخلص إلى جلده خير له من أن يجلس على قبر»

    Dat een van jullie op een gloeiend kooltje gaat zitten dat door zijn kleren brandt tot op zijn huid, is beter voor hem dan dat hij op een graf gaat zitten

    Bron: Muslim

  23. Overgeleverd door Abū al-Hayyāj al-Asadī

    «قال لي علي: ألا أبعثك على ما بعثني عليه رسول الله ﷺ: ألا تدع تمثالا إلا طمسته، ولا قبرا مشرفا إلا سويته»

    ʿAlī zei tegen mij: zal ik je niet sturen met de opdracht waarmee de Boodschapper van Allah ﷺ mij stuurde? Laat geen beeld staan zonder het uit te wissen, en geen verhoogd graf zonder het gelijk te maken

    Bron: Muslim

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  24. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbd Allāh

    «نهى رسول الله ﷺ أن يجصص القبر، وأن يقعد عليه، وأن يبنى عليه»

    De Boodschapper van Allah ﷺ verbood het graf te pleisteren, erop te zitten en erop te bouwen

    Bron: Muslim

  25. Overgeleverd door Umm ʿAṭiyya

    «نهينا عن اتباع الجنائز»

    Ons werd verboden de baar te volgen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Het boek houdt het voor verboden dat vrouwen met de stoet meegaan.

  26. «لله ما أخذ، وله ما أعطى، وكل عنده بأجل مسمى، فلتصبر ولتحتسب»

    Aan Allah behoort wat Hij nam en wat Hij gaf, en alles heeft bij Hem een vastgestelde termijn; laat haar dus geduldig zijn en op beloning hopen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Woorden van troost. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  27. «لا تحد امرأة على ميت فوق ثلاث، إلا على زوج أربعة أشهر وعشرا»

    Een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De wachttijd van een zwangere eindigt met de bevalling. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  28. «ليس منا من لطم الخدود، وشق الجيوب، ودعا بدعوى الجاهلية»

    Wie op de wangen slaat, de kleding scheurt en roept zoals in de tijd van onwetendheid, hoort niet bij ons

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  29. Overgeleverd door Jarīr ibn ʿAbd Allāh al-Bajalī

    «كنا نعد الاجتماع إلى أهل الميت وصنعة الطعام بعد دفنه من النياحة»

    Wij beschouwden het samenkomen bij de familie van de dode en het bereiden van eten na de begrafenis als weeklagen

    Bron: Aḥmad en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  30. «كنت نهيتكم عن زيارة القبور فزوروها»

    Ik had jullie verboden de graven te bezoeken; bezoek ze nu

    Bron: Muslim

    At-Tirmidhī voegt toe: "want het herinnert aan het Hiernamaals"; al-Albānī noemde dat ṣaḥīḥ. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  31. «إن العين تدمع، والقلب يحزن، ولا نقول إلا ما يرضي ربنا…»

    Het oog traant en het hart is bedroefd, maar wij zeggen alleen wat onze Heer behaagt…

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Gezegd toen zijn zoon Ibrāhīm stierf. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  32. «النائحة إذا لم تتب قبل موتها تقام يوم القيامة وعليها سربال من قطران ودرع من جرب»

    De weeklaagster die zich vóór haar dood niet bekeert, wordt op de Dag van de Opstanding opgewekt met een gewaad van teer en een hemd van schurft

    Bron: Muslim

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De moslim bereidt zich op de dood voor; een overlijden bekendmaken mag, zonder jammeren.
  • Je haast je met de schulden, de wassing en het lijkkleed; dat zijn gemeenschapsplichten.
  • Het gebed over de dode heeft vier takbīrs en één groet.
  • De dode ligt naar de qibla; op graven zitten of erop bouwen is verboden.
  • Rouwen duurt drie dagen behalve voor de weduwe; weeklagen is verboden.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat is het oordeel over het wassen van de dode?

  2. De martelaar op het slagveld wordt gewassen en er wordt over hem gebeden.

  3. Wat zeg je na de tweede takbīr in het gebed over de dode?

  4. In het gebed over de dode groet je twee keer.

  5. Waar staat de imam bij de baar van een vrouw?

  6. Hoe lang rouwt een weduwe om haar man?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 18 De begrafenis: aan het sterfbed

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 68

  2. Les 19 Haast, de wassing en de lijkwade

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 69–71

  3. Les 20 Het dodengebed

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 72–73

  4. Les 21 Begeleiden en begraven

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 74–76

  5. Les 22 Condoleren, rouwen en graven bezoeken

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 77

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb al-Fiqh (2), Zad-reeks · p. 68–79 p. 68

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.