Haast, de wassing en de lijkwade#
Haast maken.
- Met de verzorging en begrafenis: haast je met de baar: is hij goed, dan is het goed waar jullie hem heen brengen; is hij anders, dan is het kwaad dat jullie van je schouders leggen (Abū Hurayra, al-Bukhārī en Muslim).
- Met het betalen van zijn schulden, aan Allah (zakāt, gelofte, boete) en aan mensen (toevertrouwd goed, geroofd goed, leningen), of hij het nu vastlegde of niet. De ziel van de gelovige hangt aan zijn schuld tot die is betaald (Aḥmad en at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemt).
- Met het uitvoeren van zijn testament. Allah noemt het testament in de Koran vóór de schuld, om het belang ervan te tonen.
De wassing. Het wassen van een overledene is volgens consensus een gemeenschapsplicht. Over een man in iḥrām die van zijn kameel viel, zei de Profeet ﷺ: was hem met water en sidr. Over zijn dochter Zaynab zei hij: was haar drie, vijf of zeven keer (beide al-Bukhārī en Muslim).
Wie wast? Iemand die betrouwbaar is en de regels kent. Eerst wie in het testament is aangewezen, dan de naaste familie, zoals vader, grootvader en zoon, als zij de regels kennen. Anders iemand die ze wel kent.
Ter kennisname (p. 70–71).
- Mannen wassen mannen en vrouwen wassen vrouwen, maar man en vrouw mogen elkaar wassen. Tegen ʿĀʾisha zei de Profeet ﷺ: wat zou het je schaden als je vóór mij stierf en ik jou waste en in de lijkwade wikkelde (Ibn Mājah, ḥasan volgens al-Albānī). Asmāʾ bint ʿUmays waste Abū Bakr, en ʿAlī waste Fāṭima.
- Een moslim wast volgens de dichtstbijzijnde mening geen ongelovige. Hij draagt hem niet, wikkelt hem niet en bidt niet over hem, ook niet over een naaste (al-Mumtaḥana 60:13, at-Tawba 9:84). Ibn ʿUthaymīn: als al het gebed over hem verboden is, het grootste wat een dode baat, dan zeker het mindere.
- Het water moet reinigend zijn, de plaats afgeschermd, en wie niets met de wassing te maken heeft blijft weg.
Hoe gaat de wassing? Men legt de overledene op een wastafel, bedekt verplicht de schaamstreek en ontkleedt hem. Men tilt het hoofd iets op, drukt zacht op de buik en reinigt de beide uitgangen met een doek. Dan volgen de intentie en de basmala, en een wassing zoals de woeḍoe, zonder water in mond en neus. Daarna wast men hoofd en baard met sidr of zeep, dan de rechterkant, dan de linkerkant en de rest van het lichaam. Eén wassing die reinigt is verplicht, drie zijn aanbevolen. In de laatste doet men kamfer. Daarna droogt men af, verzorgt nagels en haar, en vlecht het haar van een vrouw naar achteren. Is wassen niet mogelijk, zoals bij geen water of bij brandwonden, dan doet men tayammum. Wie een overledene waste, doet bij voorkeur een ghusl: wie een dode wast, laat hij zich wassen (Abū Hurayra, Ibn Mājah, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
De martelaar. Wie in de strijd sneuvelt, wordt niet gewassen, niet in een lijkwade gewikkeld en niet over gebeden. De Profeet ﷺ liet de doden van Uḥud in hun bloed en kleren begraven (al-Bukhārī).
De lijkwade. In een lijkwade wikkelen is verplicht: wikkel hem in twee kleden (al-Bukhārī en Muslim). Verplicht is dat het hele lichaam bedekt is. Is het kleed te kort, dan bedekt men het hoofd en legt men idhkhir, een geurig gras, op de voeten. Zo ging het bij Muṣʿab ibn ʿUmayr (Khabbāb, al-Bukhārī en Muslim). Het hoofd van een man in iḥrām wordt niet bedekt (al-Bukhārī en Muslim). Volgens de Sunna krijgt een man drie witte katoenen doeken. Een vrouw krijgt er vijf: een onderkleed, een hoofddoek, een hemd en twee doeken.
Kernpunten
- Haast maken met begrafenis, schulden en testament.
- De wassing van een overledene is een gemeenschapsplicht; één reinigende wassing is verplicht, drie aanbevolen.
- Man en vrouw mogen elkaar wassen; de martelaar wordt niet gewassen.
- De lijkwade moet het hele lichaam bedekken: drie doeken voor een man, vijf voor een vrouw.
Bron: الفقه (٢), les 19, vanaf p. 69.
Begrippen
- غسل الميت ghusl al-mayyit · wassing van de overledene
- gemeenschapsplicht vóór de begrafenis (les 19, p. 69)
- السدر as-sidr · sidr
- bladeren van de lotusboom, gebruikt bij de wassing (les 19, p. 69)
- الكافور al-kāfūr · kamfer
- geurige stof in de laatste wassing (les 19, p. 71)
- الكفن al-kafan · lijkwade
- de doeken waarin de overledene wordt gewikkeld (les 19, p. 71)
- الإذخر al-idhkhir · idhkhir
- geurig gras, gebruikt als de lijkwade te kort is (les 19, p. 71)
- الشهيد ash-shahīd · martelaar
- wie in de strijd sneuvelt; wordt niet gewassen (les 19, p. 71)