De plaats van de imam en het volgen van de imam#
Waar staat iedereen? (ter kennisname, p. 51)
- Twee of meer volgers: de imam staat vooraan. Jābir en Jabbār stonden aan weerszijden en werden door de Profeet ﷺ achter hem gezet (Muslim).
- Eén volger: hij staat rechts van de imam. De Profeet ﷺ draaide Ibn ʿAbbās en Jābir van links naar rechts (Muslim). Hij staat er volgens het boek op gelijke hoogte, niet een stukje achter.
- Vrouwen: zij staan achter de rijen van de mannen. Ik en de wees stonden achter hem en de oude vrouw achter ons (Anas, al-Bukhārī en Muslim).
Achter een zondaar. Achter iemand die rookt, zijn kleding laat slepen of een andere zonde doet, is het gebed volgens de meerderheid geldig. Metgezellen baden achter bekende zondaars, zonder dat iemand bezwaar maakte. Ibn ʿUmar bad achter al-Ḥajjāj en al-Mukhtār, en Ibn Masʿūd achter al-Walīd ibn ʿUqba. De overlevering "bid achter iedere vrome en zondaar" is volgens het boek niet authentiek.
Vier manieren waarop de volger zich tot de imam verhoudt.
- Volgen (mutābaʿa). Dit is wat gevraagd wordt: de imam is er om gevolgd te worden: zegt hij takbīr, zeg dan takbīr; buigt hij, buig dan… (al-Bukhārī en Muslim). Men beweegt pas als de imam zijn beweging heeft afgemaakt.
- Vóór de imam gaan (musābaqa). Dit is verboden en maakt het gebed ongeldig. Vreest wie zijn hoofd vóór de imam heft niet dat Allah zijn hoofd in dat van een ezel verandert? (al-Bukhārī en Muslim). Wie de openingstakbīr vóór de imam zegt, heeft geen gebed.
- Gelijk met de imam bewegen (muwāfaqa). Dat is afgeraden.
- Ver achterblijven (taʾkhīr). Ook afgeraden, en het kan verboden worden of het gebed ongeldig maken.
Ibn ʿUthaymīn zegt: als een imam zo snel bidt dat hij zelf niet tot rust komt en de volgers ook niet, mag men niet achter hem bidden. De volgers verlaten hem dan en maken hun gebed alleen af.
De rukūʿ halen. De rukūʿ is gehaald als de handen op de knieën liggen vóór de imam zich opricht. Ibn ʿAbd al-Barr noemt dit de mening van de meerderheid.
Overige regels.
- Volgens Ibn Bāz bidt men niet achter een tovenaar of iemand die beweert het verborgene te kennen; zo'n bewering is ongeloof.
- Een verplicht gebed achter een ander verplicht gebed is geldig, zoals ḍuhr achter ʿaṣr.
- Wie onwetend achter een imam zonder woeḍoe of met najāsa bad, hoeft niet te herhalen. Wie het tijdens het gebed merkt, verlaat hem.
- De imam houdt het kort: wie de mensen voorgaat, laat hij het kort houden, want onder hen zijn zwakken, zieken en ouderen (al-Bukhārī en Muslim). De maat voor "kort" is volgens het boek de Sunna, niet de wens van de mensen.
- De eerste rakʿa langer maken is aanbevolen.
Kernpunten
- Bij twee of meer volgers staat de imam vooraan; één volger staat naast hem aan de rechterkant.
- Achter een zondaar is het gebed volgens de meerderheid geldig.
- Volgen is gevraagd, vóór de imam gaan maakt ongeldig, gelijk bewegen en ver achterblijven zijn afgeraden.
- De imam houdt het kort volgens de maat van de Sunna.
Bron: الفقه (٢), les 13, vanaf p. 51.
Begrippen
- المتابعة al-mutābaʿa · volgen
- direct na de imam bewegen (les 13, p. 52)
- المسابقة al-musābaqa · vóór de imam gaan
- eerder bewegen dan de imam; verboden en ongeldig makend (les 13, p. 52)
- الموافقة al-muwāfaqa · gelijk bewegen
- tegelijk met de imam bewegen; afgeraden (les 13, p. 52)
- التخفيف at-takhfīf · kort houden
- het gebed voor de mensen niet onnodig lang maken (les 13, p. 53)