De overige soorten munādā en het weglaten van het partikel#
Ontleding met de hamza. In ā-muslimī l-ḥayy is de hamza het vocatiefpartikel. Muslimī is munādā in de accusatief met de yāʾ in plaats van de fatḥa, omdat het een regelmatig mannelijk meervoud is.
Verbuigbaar en accusatief (alleen ter kennisname, p. 54–55).
- De munādā die op een geannexeerde lijkt (shabīh bi-l-muḍāf): hij is verbonden met iets dat zijn betekenis aanvult, zoals yā ṭāliban ʿilman nāfiʿan, ijtahid of yā wāʿiẓan ghayrak, ibdaʾ bi-nafsik. Meestal is het een actief deelwoord, passief deelwoord of intensiefvorm.
- Het niet-bedoelde onbepaalde woord (nakira ghayr maqṣūda): men bedoelt niemand in het bijzonder, maar iedereen op wie het past: yā musliman, yajibu an takūna mithālan ḥasanan.
Gebouwd, qua plaats accusatief (alleen ter kennisname, p. 55–56).
- De enkele munādā (mufrad): niet geannexeerd en niet shabīh bi-l-muḍāf. Yā ʿAlī is gebouwd op de ḍamma, ay Zaydān op de alif en a-ʿAliyyūn op de wāw. Uit de Koran: «o Ibrāhīm, wend je hiervan af» (Hūd 11:76) en «o Nūḥ, daal af in vrede» (Hūd 11:48).
- Het bedoelde onbepaalde woord (nakira maqṣūda): door de roep wordt een bepaalde persoon bedoeld, zoals ay ṭālibu, lā tansa darsa t-tawḥīd en yā muslimūna ḥāfiẓū ʿalā ṣ-ṣalāh. Uit de Koran: «o bergen, herhaalt (Mijn lof) met hem» (Sabaʾ 34:10) en «o vuur, wees koelte en vrede voor Ibrāhīm» (al-Anbiyāʾ 21:69).
Het partikel weglaten. Het vocatiefpartikel mag wegvallen als de context het duidelijk maakt: «Yūsuf, wend je hiervan af» (Yūsuf 12:29) en «onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of fouten maken» (al-Baqara 2:286). Heeft de munādā al-, dan gebruikt men ayyuhā voor mannelijk en ayyatuhā voor vrouwelijk.
Kernpunten
- Verbuigbaar en accusatief zijn: de geannexeerde, de shabīh bi-l-muḍāf en de nakira ghayr maqṣūda.
- Gebouwd op het nominatiefteken, qua plaats accusatief, zijn: de mufrad en de nakira maqṣūda.
- Mufrad betekent hier: niet geannexeerd en niet shabīh bi-l-muḍāf, ook als het een dualis of meervoud is.
- Het vocatiefpartikel mag wegvallen; vóór een woord met al- komt ayyuhā of ayyatuhā.
Bron: اللغة العربية (٤), les 16, vanaf p. 54.
Begrippen
- الشبيه بالمضاف ash-shabīh bi-l-muḍāf · lijkend op het geannexeerde
- munādā verbonden met iets dat zijn betekenis aanvult, zoals ṭāliban ʿilman (les 16, p. 54)
- النكرة غير المقصودة an-nakira ghayr al-maqṣūda · niet-bedoeld onbepaald woord
- munādā waarmee niemand in het bijzonder bedoeld wordt (les 16, p. 54)
- النكرة المقصودة an-nakira al-maqṣūda · bedoeld onbepaald woord
- onbepaald woord dat door de roep een bepaalde persoon aanduidt (les 16, p. 56)
- المنادى المفرد al-munādā al-mufrad · enkele aangesprokene
- niet geannexeerd en niet shabīh bi-l-muḍāf, zoals een eigennaam (les 16, p. 55)
- أيها / أيتها ayyuhā / ayyatuhā · o (vóór een woord met al-)
- verbindingswoord vóór een munādā met al- (les 16, p. 56)