Het imperfectum: bouw en nominatief#
Het imperfectum (muḍāriʿ). Het boek omschrijft het als een werkwoord dat een gebeuren aanduidt dat plaatsvindt tijdens of na het moment van spreken.
Bouw en verbuiging. In beginsel zijn werkwoorden gebouwd (mabnī): de verleden tijd en de gebiedende wijs zijn altijd gebouwd. Het muḍāriʿ is in twee gevallen gebouwd en verder verbuigbaar (muʿrab).
- Op sukūn, als de nūn van het vrouwelijk meervoud (nūn an-niswa) eraan vastzit: yudhākirna, yaṭlubna, yamshīna, en «die (jaren) zullen opeten wat jullie hebben klaargezet» (Yūsuf 12:48). De nūn is dan een voornaamwoord in plaats van een nominatief, als fāʿil.
- Op fatḥa, als de nūn van versterking (nūn at-tawkīd, zwaar of licht) er direct aan vastzit: la-aktubanna, la-afʿalanna. Uit de Koran: «hij zal zeker gevangengezet worden en zeker tot de vernederden behoren» (Yūsuf 12:32). De nūn van versterking is een gebouwd partikel zonder plaats in de iʿrāb.
De nominatief (rafʿ). Het muḍāriʿ staat in de nominatief als er geen partikel van accusatief of jussief voor staat en het niet nevengeschikt is aan een werkwoord in de accusatief of jussief. De tekens zijn:
- de zichtbare ḍamma bij een gezonde laatste letter: yudhākiru ṭ-ṭālibu durūsahu;
- de veronderstelde ḍamma bij een zwakke laatste letter: yasʿā l-muslimu fī nafʿi akhīh, al-Qurʾānu yadʿū n-nāsa ilā t-tawḥīd, en «jij leidt niet wie jij liefhebt, maar Allah leidt wie Hij wil» (al-Qaṣaṣ 28:56);
- het behouden van de nūn bij de vijf werkwoorden (al-afʿāl al-khamsa): al-muslimūna yuḥāfiẓūna ʿalā ṣalāti l-jamāʿa, en «opdat zij het weten» (Yūsuf 12:46).
Kernpunten
- Verleden tijd en gebiedende wijs zijn altijd gebouwd; het muḍāriʿ meestal verbuigbaar.
- Het muḍāriʿ is gebouwd op sukūn met de nūn an-niswa, en op fatḥa met een direct aangehechte nūn at-tawkīd.
- Zonder accusatief- of jussiefpartikel staat het muḍāriʿ in de nominatief.
- Tekens van de nominatief: zichtbare ḍamma, veronderstelde ḍamma, of het behouden van de nūn.
Bron: اللغة العربية (٤), les 17, vanaf p. 60.
Begrippen
- الفعل المضارع al-fiʿl al-muḍāriʿ · imperfectum
- werkwoord voor een gebeuren tijdens of na het spreken (les 17, p. 60)
- نون النسوة nūn an-niswa · nūn van het vrouwelijk meervoud
- voornaamwoord dat het muḍāriʿ op sukūn bouwt (les 17, p. 60)
- نون التوكيد nūn at-tawkīd · nūn van versterking
- zwaar of licht; bouwt het muḍāriʿ op fatḥa bij directe aanhechting (les 17, p. 60)
- الأفعال الخمسة al-afʿāl al-khamsa · de vijf werkwoorden
- muḍāriʿ-vormen met alif, wāw of yāʾ van het voornaamwoord en een nūn (les 17, p. 61)
- المعتل الآخر al-muʿtall al-ākhir · met zwakke laatste letter
- werkwoord dat eindigt op alif, wāw of yāʾ (les 17, p. 61)