Arabische taal (grammatica) (4)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 3 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Woorden van lof en blaam

Wat zijn het? Het boek behandelt niʿma (lof) en biʾsa (blaam) en andere werkwoorden die zo gebruikt worden: ḥabbadhā en lā ḥabbadhā, sāʾa, ḍaʿufa, ḥasuna en kabura. Het zijn stijlen waarmee de Arabieren lof of blaam uitdrukken.

De lofzin. Niʿma r-rajulu ṭālibu l-ʿilm (een uitstekende man is de student van kennis), niʿma l-ʿamalu ṣ-ṣalātu fī waqtihā en «hoe voortreffelijk is het verblijf van de godvrezenden: tuinen van ʿAdn» (an-Naḥl 16:30–31). De zin heeft drie delen: het lofwerkwoord (niʿma, een onvervoegbare verleden tijd om lof te uiten), de fāʿil (ar-rajul, al-ʿamal, dār) en het geprezen nomen (al-makhṣūṣ bi-l-madḥ). Bij niʿma horen ook ḥabbadhā aṣ-ṣidq en «wat een goede gezellen zijn dat» (an-Nisāʾ 4:69).

De blaamzin. Biʾsa l-khuluqu l-kadhib (een slechte eigenschap is liegen) en «slecht is de naam van zondigheid na het geloof» (al-Ḥujurāt 49:11). Bij biʾsa horen lā ḥabbadhā, sāʾa en ḍaʿufa, zoals in «slecht is het voorbeeld van het volk dat Onze tekenen loochende» (al-Aʿrāf 7:177) en «zwaar is het woord dat uit hun monden komt» (al-Kahf 18:5).

Vier vormen van de fāʿil (alleen ter kennisname, p. 25–26).

  1. Met al-: niʿma l-mawlā wa-niʿma n-naṣīr (al-Anfāl 8:40).
  2. Geannexeerd aan een woord met al-: «hoe goed is het loon van wie werken» (Āl ʿImrān 3:136).
  3. Het relatieve mā of man: «hoe goed is waarmee Allah jullie vermaant» (an-Nisāʾ 4:58).
  4. Een verborgen voornaamwoord, verklaard door een tamyīz: biʾsa khuluqan al-kadhib.

Bij p. 25 lees ik in het voorbeeld biʾsati l-marʾatu … het laatste woord niet met zekerheid; ik heb het daarom niet opgenomen.

Kernpunten

  • Niʿma (lof) en biʾsa (blaam) zijn onvervoegbare verleden-tijdsvormen.
  • Ook ḥabbadhā, ḥasuna (lof) en lā ḥabbadhā, sāʾa, ḍaʿufa, kabura (blaam) worden zo gebruikt.
  • De zin heeft drie delen: werkwoord, fāʿil en het geprezen of gelaakte nomen (makhṣūṣ).
  • De fāʿil kan op vier manieren voorkomen, onder meer als verborgen voornaamwoord met een tamyīz.

Bron: اللغة العربية (٤), les 3, vanaf p. 24.

Begrippen

نعم niʿma · lofwerkwoord
onvervoegbare verleden tijd om lof uit te drukken (les 3, p. 24)
بئس biʾsa · blaamwerkwoord
onvervoegbare verleden tijd om blaam uit te drukken (les 3, p. 25)
المخصوص بالمدح al-makhṣūṣ bi-l-madḥ · het geprezene
het nomen dat eigenlijk geprezen wordt, zoals ṭālib al-ʿilm (les 3, p. 24)
المخصوص بالذم al-makhṣūṣ bi-dh-dhamm · het gelaakte
het nomen dat eigenlijk gelaakt wordt, zoals al-kadhib (les 3, p. 25)
فعل جامد fiʿl jāmid · onvervoegbaar werkwoord
werkwoord dat maar in één vorm voorkomt (les 3, p. 24)