Ontledingsvoorbeelden van de bijstelling#
Drie ontledingen. Het boek ontleedt drie zinnen.
- Yafdī l-muslimu dīnahu l-islāma bi-rūḥihi: dīn is lijdend voorwerp in de accusatief en geannexeerd; de hāʾ staat in de genitief. Al-islām is volledige bijstelling in de accusatief; bi-rūḥihi is een voorzetselgroep.
- Istafadtu min shaykhi l-islāmi bni Taymiyya kutubihi: ibn is volledige bijstelling in de genitief, geannexeerd aan Taymiyya. Kutub is bijstelling van insluiting (ishtimāl) in de genitief, met de hāʾ als tweede lid van de annexatie.
- Aʿjabanī l-baytu ghurafuhu: aan aʿjaba zit de nūn van bescherming (nūn al-wiqāya) en de yāʾ als vooropgeplaatst lijdend voorwerp. Al-bayt is de achteropgeplaatste fāʿil; ghuraf is gedeeltelijke bijstelling in de nominatief.
Samenvatting van de eenheid. De badal is het eigenlijk bedoelde zonder tussenwoord, volgt zijn voorganger in de naamval en kent drie soorten: volledig, gedeeltelijk (alleen bij een deelbare voorganger) en insluiting.
Oefening (p. 49). De leerling bepaalt voorganger, badal en soort in zinnen als:
- yasurrunī ṭ-ṭiflu barāʾatuhu;
- banā l-khalīfatu l-Muʿizzu l-Qāhira;
- rajaʿa l-jayshu muʿẓamuhu mina l-ḥarb;
- ḥafiẓtu l-qaṣīdata ajmala abyātihā.
Kernpunten
- De badal krijgt dezelfde naamval als zijn voorganger, of die nu nominatief, accusatief of genitief is.
- In istafadtu … kutubihi staan twee bijstellingen: een volledige (ibn) en een van insluiting (kutub).
- In aʿjabanī l-baytu ghurafuhu is ghuraf een gedeeltelijke bijstelling van de fāʿil.
- Bij gedeeltelijke bijstelling en insluiting draagt de badal meestal een voornaamwoord dat naar de voorganger verwijst.
Bron: اللغة العربية (٤), les 13, vanaf p. 47.
Begrippen
- نون الوقاية nūn al-wiqāya · nūn van bescherming
- nūn tussen het werkwoord en de yāʾ van de eerste persoon, zoals in aʿjabanī (les 13, p. 48)
- مفعول به مقدم mafʿūl bih muqaddam · vooropgeplaatst lijdend voorwerp
- lijdend voorwerp vóór de fāʿil, zoals de yāʾ in aʿjabanī (les 13, p. 48)
- فاعل مؤخر fāʿil muʾakhkhar · achteropgeplaatste fāʿil
- fāʿil na het lijdend voorwerp, zoals al-bayt (les 13, p. 48)