Jussief in antwoord op een verzoek, en de niet-jussieve voorwaarde#
Jussief in antwoord op een verzoek (kader 'schatkist', p. 74). Het muḍāriʿ wordt ook jussief als het het antwoord is op een verzoek of gebod: dhākir tanjaḥ (studeer, dan slaag je), ijtahid tajid, iḥfaẓi l-Qurʾāna yarfaʿka llāh. Uit de Koran:
- «roept Mij aan, Ik verhoor jullie» (Ghāfir 40:60);
- «doodt Yūsuf of werpt hem in een land, dan is de aandacht van jullie vader alleen voor jullie» (Yūsuf 12:9);
- «stuur hem morgen met ons mee, dan kan hij genieten en spelen» (Yūsuf 12:12).
Verleden tijd na een jāzim-partikel. Komen er verleden-tijdsvormen na een jussief makend voorwaardelijk partikel, dan staan die qua plaats in de jussief. In man jadda wajada (wie zich inspant, vindt) zijn jadda en wajada gebouwde verleden tijden, qua plaats jussief, als voorwaarde en antwoord. Zo ook mahmā iltazamta bi-s-sunnati qtarabta mina llāh.
De niet-jussieve voorwaarde. De partikels idhā, law, lawlā, kullamā en lammā verbinden alleen voorwaarde en antwoord en maken niet jussief. Een muḍāriʿ erna staat in de nominatief, een verleden tijd is gebouwd.
- Idhā ntashara l-ʿilmu ʿamma r-rakhāʾ: beide werkwoorden zijn gebouwd op fatḥa.
- «Als Wij hadden gewild, hadden Wij hem erdoor verheven» (al-Aʿrāf 7:176): de lām in la-rafaʿnāhu staat in het antwoord van law.
- Lawlā l-ʿilmu la-sāda l-jahl (zonder kennis zou onwetendheid heersen): al-ʿilm is onderwerp met een verplicht weggelaten gezegde. De lām verbindt het antwoord, en de antwoordzin heeft geen plaats in de iʿrāb.
Oefening (p. 77). De leerling onderscheidt jāzim en niet-jāzim, verbindt zinnen met een passend partikel en ontleedt man yasʿa fī l-khayri yarḍa llāhu ʿanhu en mahmā tazraʿ taḥṣud.
Kernpunten
- Een muḍāriʿ in antwoord op een verzoek staat in de jussief (udʿūnī astajib lakum).
- Verleden tijden na een jāzim-partikel zijn gebouwd, maar staan qua plaats in de jussief.
- Idhā, law, lawlā, kullamā en lammā verbinden alleen en maken niet jussief.
- Na lawlā is het nomen onderwerp met een verplicht weggelaten gezegde.
Bron: اللغة العربية (٤), les 24, vanaf p. 74.
Begrippen
- جواب الطلب jawāb aṭ-ṭalab · antwoord op een verzoek
- muḍāriʿ na een gebod of verzoek, dat jussief wordt (les 24, p. 74)
- في محل جزم fī maḥall jazm · qua plaats jussief
- verleden tijd die op de plaats van een jussief staat (les 24, p. 74)
- الشرط غير الجازم ash-sharṭ ghayr al-jāzim · niet-jussieve voorwaarde
- voorwaarde met idhā, law, lawlā, kullamā of lammā (les 24, p. 75)
- اللام الواقعة في جواب لو al-lām al-wāqiʿa fī jawāb law · lām in het antwoord van law
- lām die het antwoord van law inleidt, zoals la-rafaʿnāhu (les 24, p. 75)
- خبر محذوف وجوبا khabar maḥdhūf wujūban · verplicht weggelaten gezegde
- het gezegde na lawlā, dat niet genoemd wordt (les 24, p. 76)