Arabische taal (grammatica) (4)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

De uitroep van verwondering (taʿajjub)

Wat is taʿajjub? Het boek omschrijft at-taʿajjub als een stijl die verbazing en verwondering uitdrukt. Er zijn twee soorten vormen.

Overgeleverde vormen (samāʿī). Deze volgen geen regel waarnaar men nieuwe vormen afleidt. Het boek noemt: de mafʿūl muṭlaq (subḥāna llāh), de vraagzin, zoals «hoe kunnen jullie Allah verloochenen, terwijl jullie dood waren en Hij jullie leven gaf» (al-Baqara 2:28), de verwonderende roep (yā la-jamāli z-zahr!) en vaste uitdrukkingen als li-llāhi darruhu fārisan.

Regelmatige vormen (qiyāsī). Er zijn twee vormen:

  1. mā afʿalahu: mā ajmala s-samāʾ! (wat is de hemel mooi!), mā ashadda l-bard!, en uit de Koran «hoe geduldig zijn zij jegens het Vuur!» (al-Baqara 2:175) en «hoe ondankbaar is hij!» (ʿAbasa 80:17). Mā is een onbepaald naamwoord ('iets') en onderwerp (mubtadaʾ); het werkwoord is een onvervoegbare verleden tijd met een verborgen huwa, en de zin is het gezegde. Het nomen waarover men zich verwondert staat in de accusatief als lijdend voorwerp.
  2. afʿil bihi: ajmil bi-s-samāʾ!, akrim bi-l-muslim! en «hoe goed zullen zij horen en zien!» (Maryam 19:38). Het werkwoord is een verleden tijd in de vorm van een gebiedende wijs; de bāʾ is een overbodig voorzetsel, en het nomen erna is in vorm genitief maar qua plaats nominatief, omdat het de fāʿil is.

Voorwaarden (alleen ter kennisname, p. 12–13). Het werkwoord moet drieletterig, bevestigd, volledig (niet kāna en zusters), actief, volledig vervoegbaar en gradeerbaar zijn, en het bijvoeglijk naamwoord mag niet op afʿal/faʿlāʾ staan (zoals aʿraj/ʿarjāʾ). Ontbreekt een voorwaarde, dan gebruikt men een hulpwerkwoord (ashadda, akthara, ajmala) met een maṣdar: mā ashadda khtiṣāra Muḥammadin li-l-kitāb! Van een niet-gradeerbaar of onvervoegbaar werkwoord vormt men helemaal geen taʿajjub.

Kernpunten

  • Taʿajjub drukt verbazing uit; er zijn overgeleverde (samāʿī) en regelmatige (qiyāsī) vormen.
  • De regelmatige vormen zijn mā afʿalahu en afʿil bihi.
  • In mā afʿalahu is mā mubtadaʾ en het nomen erna lijdend voorwerp in de accusatief.
  • In afʿil bihi is het nomen na de overbodige bāʾ in vorm genitief en qua plaats nominatief (fāʿil).
  • Het werkwoord moet aan zeven voorwaarden voldoen; anders gebruikt men een hulpwerkwoord met een maṣdar.

Bron: اللغة العربية (٤), les 1, vanaf p. 9.

Begrippen

التعجب at-taʿajjub · uitroep van verwondering
stijl die verbazing en verwondering uitdrukt (les 1, p. 10)
ما التعجبية mā at-taʿajjubiyya · verwonderings-mā
onbepaald naamwoord met de betekenis 'iets', mubtadaʾ in mā afʿalahu (les 1, p. 11)
المتعجب منه al-mutaʿajjab minhu · waarover men zich verwondert
het nomen na het werkwoord van verwondering (les 1, p. 11)
حرف الجر الزائد ḥarf al-jarr az-zāʾid · overbodig voorzetsel
de bāʾ in afʿil bihi: vorm genitief, plaats nominatief (les 1, p. 11)
قابل للتفاوت qābil li-t-tafāwut · gradeerbaar
werkwoord waarvan de betekenis meer of minder kan zijn; voorwaarde voor taʿajjub (les 1, p. 12)