De jussief van het imperfectum: partikels voor één werkwoord#
Drie plaatsen van de jussief (jazm).
- Na een partikel dat één werkwoord jussief maakt: lam, lammā, de lām van het gebod en het verbiedende lā.
- Na een partikel dat twee werkwoorden jussief maakt, zoals in de voorwaardelijke zin (les 23).
- Als het werkwoord antwoord is op een verzoek (jawāb aṭ-ṭalab, les 24).
De vier partikels.
- Lam (niet, ontkenning van het verleden): lam yusāfir Muḥammad. Uit de Koran: «wie er niet van proeft, die behoort bij mij» (al-Baqara 2:249) en «treft hem geen stortregen, dan motregen» (al-Baqara 2:265).
- Lammā (nog niet): lammā yakhruj Zaydun mina l-masjid. Uit de Koran: «of denken jullie dat jullie met rust gelaten worden, terwijl Allah nog niet heeft doen blijken wie van jullie streden?» (at-Tawba 9:16).
- De lām van het gebod (lām al-amr): li-taḥkum bayna n-nāsi bi-l-ʿadl. Uit de Koran: «laten zij dan hun onreinheid wegnemen, hun geloften vervullen en rond het oude Huis lopen» (al-Ḥajj 22:29).
- Het verbiedende lā (lā an-nāhiya): lā tatruk ṣalātan. Uit de Koran: «nadert de schandelijkheden niet, wat daarvan openlijk is en wat verborgen is» (al-Anʿām 6:151) en «wees niet bang en wees niet bedroefd» (al-Qaṣaṣ 28:7).
Kernpunten
- Het muḍāriʿ is jussief op drie plaatsen: na een partikel voor één werkwoord, in de voorwaardelijke zin, en in antwoord op een verzoek.
- Partikels voor één werkwoord: lam, lammā, lām al-amr en lā an-nāhiya.
- Lam ontkent het verleden; lammā betekent 'nog niet'.
- Lām al-amr geeft een gebod; lā an-nāhiya een verbod.
Bron: اللغة العربية (٤), les 21, vanaf p. 66.
Begrippen
- الجزم al-jazm · jussief
- naamval van het muḍāriʿ na een jazm-partikel (les 21, p. 66)
- لم lam · niet (verleden)
- jazm-partikel dat het verleden ontkent (les 21, p. 66)
- لما lammā · nog niet
- jazm-partikel van ontkenning tot nu toe (les 21, p. 66)
- لام الأمر lām al-amr · lām van het gebod
- jazm-partikel dat een gebod uitdrukt (les 21, p. 66)
- لا الناهية lā an-nāhiya · verbiedend lā
- jazm-partikel dat een verbod uitdrukt (les 21, p. 66)