Islamitische jurisprudentie (4)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 8 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Gemengde dieren, jallāla en andere verboden

Kruisingen. Wat voortkomt uit een toegestaan en een verboden dier is verboden, zoals de muilezel; de Profeet ﷺ verbood het vlees van muilezels (Aḥmad en at-Tirmidhī, met een authentieke keten).

Paardenvlees. Paardenvlees is toegestaan, uitgaande van de grondregel, en wegens Asmāʾ, die vertelt: 'Wij slachtten in de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ een paard en aten het' (al-Bukhārī en Muslim).

Dieren die zich met kadavers en vuil voeden. Zoals de gier, de raaf en de jallāla. De Profeet ﷺ verbood het eten van de jallāla en haar melk. (Abū Dāwūd, at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī: ṣaḥīḥ). De jallāla is een dier dat uitwerpselen en vuil eet tot zijn geur verandert, zoals een kameel, koe, schaap of kip. Vlees, melk en eieren zijn verboden tot het dier opgesloten wordt en met reine dingen gevoerd.

Kikker en hagedis. Kikkers zijn verboden: de Profeet ﷺ verbood ze te doden, en eten kan alleen door ze te doden; ook voeden ze zich met insecten. De woestijnhagedis (aḍ-ḍabb) is toegestaan volgens de meerderheid. Khālid ibn al-Walīd vertelt dat de Profeet ﷺ een geroosterde ḍabb kreeg en zijn hand terugtrok toen hij hoorde wat het was. Khālid vroeg of het verboden was. Hij zei: Nee, maar het komt niet voor in het land van mijn volk, en ik merk dat ik er een afkeer van heb. Toen at Khālid, terwijl de Profeet ﷺ toekeek (al-Bukhārī).

Dieren die zonder slachten sterven. Verboden zijn het gewurgde dier, het doodgeslagen dier, het doodgevallen dier, het doodgestoten dier en wat een roofdier aanviel. Wie zo'n dier nog levend aantreft en slacht, mag het eten: 'behalve wat jullie geslacht hebben' (al-Māʾida 5:3).

Nood. Wie in nood is en ernstige schade vreest, mag van het verbodene eten wat de nood afwendt, niet meer: 'wie gedwongen wordt, zonder te begeren of te overschrijden, jouw Heer is Vergevend, Barmhartig' (al-Anʿām 6:145).

Kernpunten

  • Kruisingen van toegestaan en verboden, zoals de muilezel, zijn verboden.
  • Paardenvlees en de woestijnhagedis zijn toegestaan.
  • De jallāla is verboden tot zij een tijd met rein voedsel gevoerd is.
  • Kikkers en dieren die zonder slachten sterven zijn verboden, tenzij levend gevonden en geslacht.
  • In nood mag men van het verbodene eten wat de nood afwendt.

Bron: الفقه (٤), les 36, vanaf p. 86.

Begrippen

الجلالة al-jallāla · dier dat vuil eet
dier dat zich voedt met uitwerpselen en vuil tot zijn geur verandert (les 36, p. 86)
الضب aḍ-ḍabb · woestijnhagedis
toegestaan volgens de meerderheid (les 36, p. 87)
المنخنقة al-munkhaniqa · gewurgd dier
dier dat door wurging sterft (les 36, p. 87)
الموقوذة al-mawqūdha · doodgeslagen dier
dier dat sterft door een slag (les 36, p. 87)
الضرورة aḍ-ḍarūra · nood
toestand waarin men ernstige schade vreest (les 36, p. 87)